Avatar of Vocabulary Set C1 - Het is strafbaar!

Vocabulaireverzameling C1 - Het is strafbaar! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Het is strafbaar!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

abuse

/əˈbjuːz/

(noun) misbruik, mishandeling;

(verb) misbruiken, mishandelen

Voorbeeld:

Drug abuse is a serious problem.
Drugsmisbruik is een ernstig probleem.

assault

/əˈsɑːlt/

(noun) aanval, mishandeling, poging;

(verb) aanvallen, mishandelen

Voorbeeld:

He was charged with assault after the bar fight.
Hij werd aangeklaagd wegens mishandeling na het bargeschil.

hijack

/ˈhaɪ.dʒæk/

(verb) kapen, gijzelen, overnemen;

(noun) kaping, gijzeling

Voorbeeld:

Terrorists attempted to hijack the plane.
Terroristen probeerden het vliegtuig te kapen.

kidnap

/ˈkɪd.næp/

(verb) ontvoeren

Voorbeeld:

The terrorists threatened to kidnap the ambassador.
De terroristen dreigden de ambassadeur te ontvoeren.

mug

/mʌɡ/

(noun) mok, beker, gezicht;

(verb) overvallen, beroven, grimassen trekken

Voorbeeld:

She poured hot coffee into her favorite ceramic mug.
Ze schonk hete koffie in haar favoriete keramische mok.

rape

/reɪp/

(noun) verkrachting, koolzaad;

(verb) verkrachten, plunderen, uitbuiten

Voorbeeld:

The suspect was charged with rape.
De verdachte werd aangeklaagd wegens verkrachting.

pirate

/ˈpaɪr.ət/

(noun) piraat, zeerover, illegaal kopiëren;

(verb) piraten, illegaal kopiëren

Voorbeeld:

The ship was attacked by pirates.
Het schip werd aangevallen door piraten.

vandalize

/ˈvæn.dəl.aɪz/

(verb) vernielen, vandaliseren

Voorbeeld:

Someone tried to vandalize the park benches last night.
Iemand probeerde gisteravond de parkbanken te vernielen.

arson

/ˈɑːr.sən/

(noun) brandstichting

Voorbeeld:

The police are investigating the recent string of arson attacks.
De politie onderzoekt de recente reeks brandstichtingaanvallen.

blackmail

/ˈblæk.meɪl/

(noun) chantage;

(verb) chanteren

Voorbeeld:

He was arrested for attempting to blackmail a wealthy businessman.
Hij werd gearresteerd wegens poging tot chantage van een rijke zakenman.

deception

/dɪˈsep.ʃən/

(noun) bedrog, misleiding, verlakkerij

Voorbeeld:

He was accused of practicing deception to gain an advantage.
Hij werd beschuldigd van het plegen van bedrog om voordeel te behalen.

break-in

/ˈbreɪk.ɪn/

(noun) inbraak, inloop, inloopperiode

Voorbeeld:

There was a break-in at the store last night.
Er was gisteravond een inbraak in de winkel.

bribe

/braɪb/

(verb) omkopen, corrumperen;

(noun) steekpenning, omkoping

Voorbeeld:

He tried to bribe the official with a large sum of money.
Hij probeerde de ambtenaar om te kopen met een grote som geld.

forgery

/ˈfɔːr.dʒɚ.i/

(noun) vervalsing, namaak

Voorbeeld:

He was arrested for forgery of official documents.
Hij werd gearresteerd wegens vervalsing van officiële documenten.

genocide

/ˈdʒen.ə.saɪd/

(noun) genocide, volkerenmoord

Voorbeeld:

The international community condemned the act of genocide.
De internationale gemeenschap veroordeelde de daad van genocide.

phishing

/ˈfɪʃ.ɪŋ/

(noun) phishing, hengelen

Voorbeeld:

Be careful of phishing emails that ask for your bank details.
Pas op voor phishing-e-mails die om uw bankgegevens vragen.

scammer

/ˈskæm.ɚ/

(noun) oplichter, bedrieger

Voorbeeld:

Beware of online scammers who promise quick riches.
Pas op voor online oplichters die snelle rijkdom beloven.

swindler

/ˈswɪn.dəl.ɚ/

(noun) oplichter, zwendelaar

Voorbeeld:

The police arrested the notorious swindler who had cheated many elderly people.
De politie arresteerde de beruchte oplichter die veel ouderen had bedrogen.

ransom

/ˈræn.səm/

(noun) losgeld;

(verb) vrijkopen, loskopen

Voorbeeld:

The kidnappers demanded a large ransom for the safe return of the child.
De ontvoerders eisten een grote losprijs voor de veilige terugkeer van het kind.

riot

/ˈraɪ.ət/

(noun) rel, oproer, uitbundigheid;

(verb) rellen, oproer maken

Voorbeeld:

The police were called to control the riot.
De politie werd opgeroepen om de rellen te beheersen.

fine

/faɪn/

(adjective) fijn, uitstekend, goed;

(noun) boete, geldstraf;

(verb) beboeten, een boete opleggen;

(adverb) prima, goed

Voorbeeld:

This is a fine example of ancient pottery.
Dit is een fijn voorbeeld van oud aardewerk.

bug

/bʌɡ/

(noun) insect, kever, afluisterapparaat;

(verb) storen, irriteren, afluisteren

Voorbeeld:

There's a little bug crawling on the wall.
Er kruipt een kleine insect op de muur.

alibi

/ˈæl.ɪ.baɪ/

(noun) alibi

Voorbeeld:

The suspect had a solid alibi for the night of the robbery.
De verdachte had een solide alibi voor de nacht van de overval.

accomplice

/əˈkɑːm.plɪs/

(noun) medeplichtige

Voorbeeld:

The police arrested the thief and his accomplice.
De politie arresteerde de dief en zijn medeplichtige.

conspirator

/kənˈspɪr.ə.t̬ɚ/

(noun) samenzweerder

Voorbeeld:

The police arrested the main conspirator in the plot.
De politie arresteerde de belangrijkste samenzweerder in het complot.

assassin

/əˈsæs.ən/

(noun) moordenaar, huurmoordenaar

Voorbeeld:

The police are searching for the assassin of the president.
De politie zoekt naar de moordenaar van de president.

bandit

/ˈbæn.dɪt/

(noun) bandiet, rover, outlaw

Voorbeeld:

The stagecoach was attacked by a group of bandits.
De postkoets werd aangevallen door een groep bandieten.

gangster

/ˈɡæŋ.stɚ/

(noun) gangster, boef

Voorbeeld:

The police arrested a notorious gangster.
De politie arresteerde een beruchte gangster.

juvenile delinquent

/ˈdʒuːvənaɪl dɪˈlɪŋkwənt/

(noun) jeugddelinquent, jeugdcrimineel

Voorbeeld:

The court referred the juvenile delinquent to a rehabilitation program.
De rechtbank verwees de jeugddelinquent naar een rehabilitatieprogramma.

imprisonment

/ɪmˈprɪz.ən.mənt/

(noun) gevangenschap, detentie, opsluiting

Voorbeeld:

He faced a long period of imprisonment for his crimes.
Hij stond een lange periode van gevangenschap te wachten voor zijn misdaden.

inmate

/ˈɪn.meɪt/

(noun) gevangene, bewoner

Voorbeeld:

The prison inmate was granted parole after serving half his sentence.
De gevangenisbewoner kreeg voorwaardelijke vrijlating na de helft van zijn straf te hebben uitgezeten.

convict

/kənˈvɪkt/

(verb) veroordelen;

(noun) gevangene, veroordeelde

Voorbeeld:

The jury decided to convict him of the crime.
De jury besloot hem te veroordelen voor de misdaad.

capital punishment

/ˈkæp.ɪ.təl ˈpʌn.ɪʃ.mənt/

(noun) doodstraf

Voorbeeld:

Many countries have abolished capital punishment.
Veel landen hebben de doodstraf afgeschaft.

confession

/kənˈfeʃ.ən/

(noun) bekentenis, biecht

Voorbeeld:

The suspect made a full confession to the police.
De verdachte legde een volledige bekentenis af aan de politie.

inspect

/ɪnˈspekt/

(verb) inspecteren, controleren, nazien

Voorbeeld:

The mechanic will inspect the car for any damage.
De monteur zal de auto inspecteren op eventuele schade.

corrupt

/kəˈrʌpt/

(adjective) corrupt, omkoopbaar, bedorven;

(verb) corrumperen, bederven, beschadigen

Voorbeeld:

The politician was accused of being corrupt.
De politicus werd beschuldigd van corruptie.

execution

/ˌek.səˈkjuː.ʃən/

(noun) executie, terechtstelling, uitvoering

Voorbeeld:

The prisoner was awaiting execution.
De gevangene wachtte op executie.

raid

/reɪd/

(noun) aanval, inval, razzia;

(verb) overvallen, binnenvallen, plunderen

Voorbeeld:

The commandos launched a surprise raid on the enemy stronghold.
De commando's lanceerden een verrassingsaanval op het vijandelijke bolwerk.

fingerprint

/ˈfɪŋ.ɡɚ.prɪnt/

(noun) vingerafdruk, kenmerk, signatuur;

(verb) vingerafdrukken nemen

Voorbeeld:

The police found a clear fingerprint on the glass.
De politie vond een duidelijke vingerafdruk op het glas.

forensic

/fəˈrɛnsɪk/

(adjective) forensisch, gerechtelijk, juridisch

Voorbeeld:

The police sent the evidence to the forensic lab.
De politie stuurde het bewijs naar het forensisch laboratorium.

probation

/proʊˈbeɪ.ʃən/

(noun) proeftijd, voorwaardelijke invrijheidstelling, proefperiode

Voorbeeld:

He was sentenced to two years of probation instead of jail time.
Hij werd veroordeeld tot twee jaar proeftijd in plaats van gevangenisstraf.

record

/rɪˈkɔːrd/

(noun) plaat, grammofoonplaat, record;

(verb) opnemen, vastleggen, registreren

Voorbeeld:

She put on an old jazz record.
Ze zette een oude jazzplaat op.

goon

/ɡuːn/

(noun) idioot, domoor, knokploeg

Voorbeeld:

He acted like a complete goon at the party.
Hij gedroeg zich als een complete idioot op het feest.

death squad

/ˈdeθ skwɑːd/

(noun) doodseskader

Voorbeeld:

Human rights organizations have condemned the actions of the death squad.
Mensenrechtenorganisaties hebben de acties van het doodseskader veroordeeld.

henchman

/ˈhentʃ.mən/

(noun) handlanger, volgeling, ondergeschikte

Voorbeeld:

The crime boss sent his henchman to collect the money.
De misdaadbaas stuurde zijn handlanger om het geld te innen.

hired gun

/ˈhaɪərd ˌɡʌn/

(noun) huurling, ing gehuurde kracht, huurmoordenaar

Voorbeeld:

The company brought in a hired gun to deal with their legal troubles.
Het bedrijf huurde een huurling in om hun juridische problemen aan te pakken.

gunslinger

/ˈɡʌnˌslɪŋ.ɚ/

(noun) revolverheld, pistoolheld

Voorbeeld:

The legendary gunslinger faced his rival at high noon.
De legendarische revolverheld stond zijn rivaal om twaalf uur 's middags tegenover.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland