Vocabulaireverzameling C1 - Het is strafbaar! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Het is strafbaar!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) misbruik, mishandeling;
(verb) misbruiken, mishandelen
Voorbeeld:
(noun) aanval, mishandeling, poging;
(verb) aanvallen, mishandelen
Voorbeeld:
(verb) kapen, gijzelen, overnemen;
(noun) kaping, gijzeling
Voorbeeld:
(verb) ontvoeren
Voorbeeld:
(noun) mok, beker, gezicht;
(verb) overvallen, beroven, grimassen trekken
Voorbeeld:
(noun) verkrachting, koolzaad;
(verb) verkrachten, plunderen, uitbuiten
Voorbeeld:
(noun) piraat, zeerover, illegaal kopiëren;
(verb) piraten, illegaal kopiëren
Voorbeeld:
(verb) vernielen, vandaliseren
Voorbeeld:
(noun) brandstichting
Voorbeeld:
(noun) chantage;
(verb) chanteren
Voorbeeld:
(noun) bedrog, misleiding, verlakkerij
Voorbeeld:
(noun) inbraak, inloop, inloopperiode
Voorbeeld:
(verb) omkopen, corrumperen;
(noun) steekpenning, omkoping
Voorbeeld:
(noun) vervalsing, namaak
Voorbeeld:
(noun) genocide, volkerenmoord
Voorbeeld:
(noun) phishing, hengelen
Voorbeeld:
(noun) oplichter, bedrieger
Voorbeeld:
(noun) oplichter, zwendelaar
Voorbeeld:
(noun) losgeld;
(verb) vrijkopen, loskopen
Voorbeeld:
(noun) rel, oproer, uitbundigheid;
(verb) rellen, oproer maken
Voorbeeld:
(adjective) fijn, uitstekend, goed;
(noun) boete, geldstraf;
(verb) beboeten, een boete opleggen;
(adverb) prima, goed
Voorbeeld:
(noun) insect, kever, afluisterapparaat;
(verb) storen, irriteren, afluisteren
Voorbeeld:
(noun) alibi
Voorbeeld:
(noun) medeplichtige
Voorbeeld:
(noun) samenzweerder
Voorbeeld:
(noun) moordenaar, huurmoordenaar
Voorbeeld:
(noun) bandiet, rover, outlaw
Voorbeeld:
(noun) gangster, boef
Voorbeeld:
(noun) jeugddelinquent, jeugdcrimineel
Voorbeeld:
(noun) gevangenschap, detentie, opsluiting
Voorbeeld:
(noun) gevangene, bewoner
Voorbeeld:
(verb) veroordelen;
(noun) gevangene, veroordeelde
Voorbeeld:
(noun) doodstraf
Voorbeeld:
(noun) bekentenis, biecht
Voorbeeld:
(verb) inspecteren, controleren, nazien
Voorbeeld:
(adjective) corrupt, omkoopbaar, bedorven;
(verb) corrumperen, bederven, beschadigen
Voorbeeld:
(noun) executie, terechtstelling, uitvoering
Voorbeeld:
(noun) aanval, inval, razzia;
(verb) overvallen, binnenvallen, plunderen
Voorbeeld:
(noun) vingerafdruk, kenmerk, signatuur;
(verb) vingerafdrukken nemen
Voorbeeld:
(adjective) forensisch, gerechtelijk, juridisch
Voorbeeld:
(noun) proeftijd, voorwaardelijke invrijheidstelling, proefperiode
Voorbeeld:
(noun) plaat, grammofoonplaat, record;
(verb) opnemen, vastleggen, registreren
Voorbeeld:
(noun) idioot, domoor, knokploeg
Voorbeeld:
(noun) doodseskader
Voorbeeld:
(noun) handlanger, volgeling, ondergeschikte
Voorbeeld:
(noun) huurling, ing gehuurde kracht, huurmoordenaar
Voorbeeld:
(noun) revolverheld, pistoolheld
Voorbeeld: