Vocabulaireverzameling B2 - U bent gearresteerd! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - U bent gearresteerd!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) vangen, veroveren, arresteren;
(noun) vangst, verovering, arrestatie
Voorbeeld:
(verb) blootstellen, onthullen, blootstellen aan
Voorbeeld:
(adjective) vrij, onafhankelijk, gratis;
(verb) bevrijden, vrijlaten;
(adverb) gratis, kosteloos
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegkomen met, ongestraft blijven
Voorbeeld:
(noun) monitor, beeldscherm, varaan;
(verb) monitoren, bewaken
Voorbeeld:
(verb) achtervolgen, najagen, nastreven
Voorbeeld:
(verb) weerstaan, bestand zijn tegen, zich verzetten tegen
Voorbeeld:
(noun) zin, straf, veroordeling;
(verb) veroordelen, straffen
Voorbeeld:
(noun) verkeer, handel, smokkel;
(verb) verhandelen, smokkelen
Voorbeeld:
(noun) getuige, bewijs, getuigenis;
(verb) getuige zijn van, zien, getuigen van
Voorbeeld:
(verb) arresteren, aanhouden, stoppen;
(noun) arrestatie, aanhouding, stop
Voorbeeld:
(noun) gemeenschapsdienst, vrijwilligerswerk, taakstraf
Voorbeeld:
(noun) cel, batterij, mobiel
Voorbeeld:
(noun) gevangenis, cel;
(verb) gevangenzetten, arresteren
Voorbeeld:
(noun) levenslange gevangenisstraf, levenslang
Voorbeeld:
(noun) misdaad, criminaliteit, schande
Voorbeeld:
(noun) ooggetuige
Voorbeeld:
(noun) crimineel, misdadiger;
(adjective) crimineel, strafrechtelijk
Voorbeeld:
(noun) overtreder, dader, boosdoener
Voorbeeld:
(noun) drugsdealer, dealer
Voorbeeld:
(noun) fraude, bedrog, bedrieger
Voorbeeld:
(noun) bende, gang, groep;
(verb) samenwerken, samenspannen
Voorbeeld:
(noun) zakkenroller;
(verb) zakkenrollen
Voorbeeld:
(noun) bombardement, bomaanslag, flop
Voorbeeld:
(noun) inbraak
Voorbeeld:
(noun) rijden onder invloed, dronken rijden
Voorbeeld:
(noun) identiteitsdiefstal
Voorbeeld:
(noun) overval, roof
Voorbeeld:
(noun) schietpartij, schieten, opname;
(adjective) stekend, vallend
Voorbeeld:
(noun) winkeldiefstal;
(verb) winkeldiefstal plegen, stelen uit de winkel
Voorbeeld:
(noun) terrorisme
Voorbeeld:
(noun) vandalisme
Voorbeeld:
(noun) geweld, heftigheid
Voorbeeld:
(noun) oorlog, gewapend conflict, campagne;
(verb) oorlog voeren, strijden
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitbreken, ontsnappen, ontstaan
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(verb) hangen, ophangen, verhangen;
(noun) val, ophanging
Voorbeeld: