Vocabulaireverzameling B2 - Falen is geen optie! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Falen is geen optie!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) gepogd, geprobeerd;
(verb) proberen, pogen
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, belangrijk;
(adverb) grootspraak, arrogant
Voorbeeld:
(adjective) desperaat, hopeloos, wanhopig
Voorbeeld:
(adjective) mislukt, gefalied;
(past tense) faalde, mislukte;
(past participle) begeven, stoppen met werken
Voorbeeld:
(adjective) fataal, dodelijk, noodlottig
Voorbeeld:
(adjective) problematisch, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) onambitieus, weinig ambitieus
Voorbeeld:
(adverb) ernstig, slecht, onvoldoende
Voorbeeld:
(adjective) hopeloos, wanhopig, onhandig
Voorbeeld:
(noun) loser, verliezer, mislukkeling
Voorbeeld:
(noun) adres, toespraak, rede;
(verb) toespreken, aanpakken, adresseren
Voorbeeld:
(noun) slag, gevecht, strijd;
(verb) vechten, strijden
Voorbeeld:
(noun) beer;
(verb) dragen, verdragen, baren
Voorbeeld:
(noun) comfort, gemak, troost;
(verb) troosten, comfort bieden
Voorbeeld:
(verb) confronteren, onder ogen zien, voorleggen
Voorbeeld:
(noun) verlies, tekort
Voorbeeld:
(verb) vervullen, realiseren, nakomen
Voorbeeld:
(verb) verkrijgen, winnen, opdoen;
(noun) winst, voordeel, toename
Voorbeeld:
(noun) handvat, greep;
(verb) behandelen, omgaan met
Voorbeeld:
(verb) verkrijgen, krijgen, gelden
Voorbeeld:
(verb) overwinnen, overkomen, overmand worden door;
(adjective) overmand, uitgeput
Voorbeeld:
(noun) ruïne, ondergang, verwoesting;
(verb) ruïneren, verwoesten, verpesten
Voorbeeld:
(noun) optimisme
Voorbeeld:
(noun) optimist
Voorbeeld:
(noun) pessimisme
Voorbeeld:
(noun) pessimist
Voorbeeld:
(verb) reiken, bereiken, aankomen;
(noun) bereik, reikwijdte, toegang
Voorbeeld:
(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;
(noun) vastberadenheid, besluit
Voorbeeld:
(verb) worstelen, zich verzetten, zich inspannen;
(noun) worsteling, strijd, moeite
Voorbeeld:
(phrasal verb) teleurstellen, in de steek laten, laten zakken
Voorbeeld:
(idiom) nergens komen, geen vooruitgang boeken
Voorbeeld:
(noun) presentatie, voordracht, weergave
Voorbeeld:
(noun) kans, mogelijkheid, gelegenheid;
(verb) toevallig gebeuren, gebeuren bij toeval, riskeren
Voorbeeld:
(noun) fout, gebrek, schuld;
(verb) bekritiseren, aanmerken
Voorbeeld:
(noun) plicht, verantwoordelijkheid, accijns
Voorbeeld:
(noun) resultaat, gevolg, uitslag;
(verb) resulteren in, voortvloeien uit
Voorbeeld:
(noun) doel, doelwit, streven;
(verb) richten op, doelwit maken van, viseren
Voorbeeld:
(noun) vastberadenheid, besluitvaardigheid, vaststelling
Voorbeeld: