Vocabulaireverzameling B2 - Onder ogen zien! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Onder ogen zien!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) akoestische gitaar
Voorbeeld:
(noun) basgitaar
Voorbeeld:
(noun) drumstick, kippenpoot, trommelstok
Voorbeeld:
(noun) vleugel
Voorbeeld:
(noun) orgaan, orgel, spreekbuis
Voorbeeld:
(noun) trombone
Voorbeeld:
(noun) blues, somberheid
Voorbeeld:
(noun) countrymuziek
Voorbeeld:
(noun) mensen, volk, lui;
(adjective) volks, traditioneel
Voorbeeld:
(noun) heavy metal, zwaar metaal
Voorbeeld:
(noun) hiphop, hiphopcultuur
Voorbeeld:
(noun) punk, punker, snotneus;
(verb) terugtrekken, afhaken;
(adjective) punk, punkachtig
Voorbeeld:
(noun) rap, rapsmuziek, klop;
(verb) kloppen, tikken, rappen
Voorbeeld:
(noun) rhythm-and-blues, R&B
Voorbeeld:
(noun) rock and roll
Voorbeeld:
(noun) refrein, koor, zangkoor;
(verb) in koor roepen, samen zingen
Voorbeeld:
(noun) componist
Voorbeeld:
(noun) grafiek, kaart, zeekaart;
(verb) in kaart brengen, uitzetten, bijhouden
Voorbeeld:
(noun) optreden, gig, klus;
(verb) optreden, gigs spelen
Voorbeeld:
(noun) pad, spoor, rupsband;
(verb) volgen, traceren, monitoren
Voorbeeld:
(noun) operagebouw
Voorbeeld:
(noun) orkest, orkestbak, orkestruimte
Voorbeeld:
(noun) aantekening, notitie, briefje;
(verb) opmerken, noteren, opschrijven
Voorbeeld:
(noun) ritme, regelmaat
Voorbeeld:
(noun) toon, klank, sfeer;
(verb) een toon geven, temperen, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) volume, inhoud, geluidssterkte
Voorbeeld:
(noun) platenspeler, grammofoon
Voorbeeld:
(noun) geluidssysteem, geluidsinstallatie
Voorbeeld:
(noun) spreker, luidspreker, box
Voorbeeld:
(noun) stereo, stereo-installatie;
(adjective) stereo, stereofonisch
Voorbeeld:
(verb) componeren, schrijven, bestaan uit
Voorbeeld:
(noun) gedrag, verloop, beheer;
(verb) uitvoeren, leiden, dirigeren
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld: