Vocabulaireverzameling B2 - Conflicten zijn onvermijdelijk! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Conflicten zijn onvermijdelijk!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) actie, handeling
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(noun) kamp, fractie;
(verb) kamperen;
(adjective) overdreven, campy
Voorbeeld:
(noun) leger, krijgsmacht;
(adjective) militair, krijgs-
Voorbeeld:
(noun) luchtmacht
Voorbeeld:
(noun) marine, vloot, marineblauw;
(adjective) marineblauw, donkerblauw
Voorbeeld:
(noun) strategie, plan, militaire strategie
Voorbeeld:
(plural noun) armen, wapens, bewapening;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) granaat
Voorbeeld:
(noun) handvuurwapen, pistool
Voorbeeld:
(noun) mijn, groeve, bom;
(verb) delven, mijnen, mijnen leggen;
(pronoun) mijn, de mijne
Voorbeeld:
(noun) campagne, militaire operatie, actie;
(verb) campagne voeren, actie voeren
Voorbeeld:
(noun) samenzwering, complot, complotteren
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, beheersing;
(verb) bevelen, gebieden, bevel voeren over
Voorbeeld:
(verb) verklaren, aankondigen, aangeven
Voorbeeld:
(noun) woestijn;
(verb) verlaten, deserteren
Voorbeeld:
(verb) domineren, overheersen
Voorbeeld:
(verb) binnenvallen, invaseren, binnendringen
Voorbeeld:
(verb) onderhandelen, nemen, doorstaan
Voorbeeld:
(noun) rekruut, dienstplichtige, nieuwe medewerker;
(verb) rekruteren, werven, vormen
Voorbeeld:
(verb) slaan, treffen, staken;
(noun) staking, slag, aanval
Voorbeeld:
(noun) vuurgevecht, schietpartij
Voorbeeld:
(adjective) bewapend, met armen, voorzien van armen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(adjective) burgerlijk, civiel, beleefd
Voorbeeld:
(adjective) neutraal, onpartijdig, onopvallend;
(noun) vrij, neutraal
Voorbeeld:
(adjective) bezet, in gebruik, bewoond;
(verb) bezetten, innemen, in beslag nemen
Voorbeeld:
(noun) parade, optocht, stroom;
(verb) paraderen, pronken
Voorbeeld:
(noun) krijgsgevangene
Voorbeeld:
(noun) rang, positie, niveau;
(verb) rangschikken, classificeren;
(adjective) stinkend, vies, weelderig
Voorbeeld:
(noun) vluchteling
Voorbeeld:
(noun) vrijwilliger;
(verb) vrijwillig aanbieden, zich aanmelden
Voorbeeld:
(noun) dienst, service, voorziening;
(verb) dienen, werken voor, serveren
Voorbeeld:
(noun) tank, reservoir;
(verb) mislukken, instorten
Voorbeeld:
(noun) oorlogsschip
Voorbeeld:
(noun) oorlogsmisdaad
Voorbeeld:
(noun) doel, doelwit, streven;
(verb) richten op, doelwit maken van, viseren
Voorbeeld:
(noun) vernietiging, verwoesting, ruïne
Voorbeeld:
(noun) wond, blessure, kwetsing;
(verb) verwonden, kwetsen, pijn doen
Voorbeeld:
(noun) verwoesting, wrak, scheepswrak;
(verb) verwoesten, vernielen, doen vergaan
Voorbeeld: