Avatar of Vocabulary Set A2 - Oefening en Sport 2

Vocabulaireverzameling A2 - Oefening en Sport 2 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Oefening en Sport 2' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

exercise

/ˈek.sɚ.saɪz/

(noun) beweging, oefening, opdracht;

(verb) sporten, oefenen, uitoefenen

Voorbeeld:

Regular exercise is important for a healthy lifestyle.
Regelmatige beweging is belangrijk voor een gezonde levensstijl.

hike

/haɪk/

(noun) wandeling, trektocht, stijging;

(verb) wandelen, trekken, verhogen

Voorbeeld:

We went on a long hike through the mountains.
We maakten een lange wandeling door de bergen.

swim

/swɪm/

(verb) zwemmen, duizelen, draaien;

(noun) zwempartij, zwem

Voorbeeld:

I love to swim in the ocean.
Ik hou ervan om in de oceaan te zwemmen.

race

/reɪs/

(noun) race, wedstrijd, ras;

(verb) racen, wedijveren, snel bewegen

Voorbeeld:

She won the 100-meter race.
Ze won de 100-meter race.

point

/pɔɪnt/

(noun) punt, uiteinde, plaats;

(verb) wijzen, aanduiden, richten

Voorbeeld:

The point of the knife was very sharp.
De punt van het mes was erg scherp.

score

/skɔːr/

(noun) score, puntentotaal, twintigtal;

(verb) scoren, punten maken, inkerven

Voorbeeld:

What's the final score of the game?
Wat is de eindstand van de wedstrijd?

medal

/ˈmed.əl/

(noun) medaille;

(verb) onderscheiden, een medaille toekennen

Voorbeeld:

She won a gold medal in the Olympics.
Ze won een gouden medaille op de Olympische Spelen.

winner

/ˈwɪn.ɚ/

(noun) winnaar, succes, voltreffer

Voorbeeld:

The horse was the clear winner of the race.
Het paard was de duidelijke winnaar van de race.

win

/wɪn/

(verb) winnen, verkrijgen;

(noun) overwinning, winst

Voorbeeld:

Our team hopes to win the championship this year.
Ons team hoopt dit jaar het kampioenschap te winnen.

loser

/ˈluː.zɚ/

(noun) loser, verliezer, mislukkeling

Voorbeeld:

He felt like a complete loser after failing the exam.
Hij voelde zich een complete loser na het zakken voor het examen.

lose

/luːz/

(verb) verliezen, kwijtraken

Voorbeeld:

I don't want to lose my job.
Ik wil mijn baan niet verliezen.

ski

/skiː/

(noun) ski;

(verb) skiën

Voorbeeld:

He put on his skis and headed down the slope.
Hij deed zijn ski's aan en ging de helling af.

skiing

/ˈskiː.ɪŋ/

(noun) skiën

Voorbeeld:

We went skiing in the Alps last winter.
We gingen vorig jaar winter skiën in de Alpen.

skate

/skeɪt/

(noun) schaats, rolschaats, rog;

(verb) schaatsen, rolschaatsen

Voorbeeld:

She put on her ice skates and glided onto the rink.
Ze trok haar ijsschaatsen aan en gleed de baan op.

skating

/ˈskeɪ.t̬ɪŋ/

(noun) schaatsen, skaten;

(verb) schaatsend, skatend

Voorbeeld:

She loves ice skating in the winter.
Ze houdt van ijsschaatsen in de winter.

ice skate

/ˈaɪs skeɪt/

(noun) schaats, ijsschaats;

(verb) schaatsen

Voorbeeld:

She laced up her ice skates before stepping onto the rink.
Ze snoerde haar schaatsen vast voordat ze de baan op ging.

ice skating

/ˈaɪs ˌskeɪ.tɪŋ/

(noun) schaatsen, ijsschaatsen

Voorbeeld:

We went ice skating at the outdoor rink.
We gingen schaatsen op de buitenbaan.

snowboard

/ˈsnoʊ.bɔːrd/

(noun) snowboard;

(verb) snowboarden

Voorbeeld:

He strapped on his snowboard and headed for the slopes.
Hij bond zijn snowboard vast en ging de hellingen op.

snowboarding

/ˈsnoʊ.bɔːr-/

(noun) snowboarden

Voorbeeld:

She loves going snowboarding every winter.
Ze houdt ervan om elke winter te gaan snowboarden.

skateboard

/ˈskeɪt.bɔːrd/

(noun) skateboard, skateplank;

(verb) skateboarden

Voorbeeld:

He rode his skateboard down the street.
Hij reed met zijn skateboard de straat af.

skateboarding

/ˈskeɪtˌbɔːr.dɪŋ/

(noun) skateboarden

Voorbeeld:

He spends all his free time skateboarding at the park.
Hij brengt al zijn vrije tijd door met skateboarden in het park.

surfboard

/ˈsɝːf.bɔːrd/

(noun) surfplank

Voorbeeld:

He waxed his surfboard before heading to the beach.
Hij waxte zijn surfplank voordat hij naar het strand ging.

surfing

/ˈsɝːfɪŋ/

(noun) surfen, golfsurfen, zappen;

(verb) surfend, zappend

Voorbeeld:

He loves surfing every weekend at the beach.
Hij houdt ervan om elk weekend op het strand te surfen.

registration

/ˌredʒ.əˈstreɪ.ʃən/

(noun) registratie, inschrijving, registratiebewijs

Voorbeeld:

Online registration for the conference is now open.
Online registratie voor de conferentie is nu geopend.

membership

/ˈmem.bɚ.ʃɪp/

(noun) lidmaatschap, ledenbestand, aantal leden

Voorbeeld:

We offer various types of membership to suit your needs.
Wij bieden verschillende soorten lidmaatschap aan om aan uw behoeften te voldoen.

practice

/ˈpræk.tɪs/

(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;

(verb) oefenen, trainen, uitoefenen

Voorbeeld:

It's a good theory, but it won't work in practice.
Het is een goede theorie, maar het zal in de praktijk niet werken.

team

/tiːm/

(noun) team, ploeg, span;

(verb) samenwerken, een team vormen

Voorbeeld:

Our sales team exceeded their targets this quarter.
Ons verkoopteam overtrof dit kwartaal hun doelen.

fan

/fæn/

(noun) ventilator, waaier, fan;

(verb) waaieren, aanwakkeren, verspreiden

Voorbeeld:

Turn on the fan, it's getting hot in here.
Zet de ventilator aan, het wordt hier warm.

record

/rɪˈkɔːrd/

(noun) plaat, grammofoonplaat, record;

(verb) opnemen, vastleggen, registreren

Voorbeeld:

She put on an old jazz record.
Ze zette een oude jazzplaat op.

net

/net/

(noun) net, het internet, het net;

(verb) vangen, netten, netto verdienen;

(adjective) netto

Voorbeeld:

The fisherman cast his net into the sea.
De visser wierp zijn net in de zee.

prize

/praɪz/

(noun) prijs, beloning, aanwinst;

(verb) waarderen, koesteren

Voorbeeld:

She won the first prize in the art competition.
Ze won de eerste prijs in de kunstwedstrijd.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland