Avatar of Vocabulary Set Mannelijke en Vrouwelijke Dieren

Vocabulaireverzameling Mannelijke en Vrouwelijke Dieren in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Mannelijke en Vrouwelijke Dieren' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

vixen

/ˈvɪk.sən/

(noun) vossenmoer, vrouwtjesvos, feeks

Voorbeeld:

The hunter tracked the vixen through the snow.
De jager volgde de vossenmoer door de sneeuw.

lioness

/ˈlaɪ.ən.es/

(noun) leeuwin

Voorbeeld:

The lioness protected her cubs fiercely.
De leeuwin beschermde haar welpen fel.

hen

/hen/

(noun) hen, kip

Voorbeeld:

The hen laid an egg this morning.
De kip heeft vanochtend een ei gelegd.

cock

/kɑːk/

(noun) haan, kraan, lul;

(verb) kantelen, optrekken, spannen

Voorbeeld:

The cock crowed loudly at dawn.
De haan kraaide luid bij zonsopgang.

cockerel

/ˈkɑː.kɚ.əl/

(noun) haan, jonge haan

Voorbeeld:

The farmer proudly showed off his prize-winning cockerel.
De boer toonde trots zijn prijswinnende haan.

rooster

/ˈruː.stɚ/

(noun) haan

Voorbeeld:

The rooster crowed loudly at dawn.
De haan kraaide luid bij zonsopgang.

jack

/dʒæk/

(noun) krik, boer, Jack;

(verb) opkrikken

Voorbeeld:

He used a hydraulic jack to lift the car.
Hij gebruikte een hydraulische krik om de auto op te tillen.

jenny

/ˈdʒen.i/

(noun) ezelin, machine, generator

Voorbeeld:

The farmer's jenny gave birth to a healthy foal.
De ezelin van de boer beviel van een gezond veulen.

hart

/hɑːrt/

(noun) hert, mannetjeshert

Voorbeeld:

The hunter tracked a magnificent hart through the forest.
De jager volgde een prachtige hert door het bos.

stud

/stʌd/

(noun) nop, spijker, hengst;

(verb) beslaan, versieren met noppen

Voorbeeld:

The leather jacket was decorated with metal studs.
De leren jas was versierd met metalen noppen.

doe

/doʊ/

(noun) hinde, ree, voedster

Voorbeeld:

The hunter spotted a doe and her fawn near the stream.
De jager zag een hinde en haar kalfje bij de beek.

stag

/stæɡ/

(noun) hert, mannetjeshert, vrijgezellenfeest;

(adjective) heren, alleen voor mannen;

(verb) alleen gaan, zonder partner gaan

Voorbeeld:

We saw a magnificent stag in the forest.
We zagen een prachtige hert in het bos.

sire

/saɪr/

(noun) vader, stier, Heer;

(verb) verwekken, voortbrengen

Voorbeeld:

The foal's sire was a famous racehorse.
De vader van het veulen was een beroemd renpaard.

ewe

/juː/

(noun) ooi

Voorbeeld:

The shepherd led the ewe and her lambs to fresh pasture.
De herder leidde de ooi en haar lammeren naar een verse weide.

ram

/ræm/

(noun) ram, cilinder;

(verb) rammen, proppen

Voorbeeld:

The shepherd led the flock, with a large ram at its head.
De herder leidde de kudde, met een grote ram aan het hoofd.

gander

/ˈɡæn.dɚ/

(noun) ganzerik, blik, kijkje;

(verb) kijken, gluren

Voorbeeld:

The gander hissed at anyone who came near its nest.
De ganzerik siste naar iedereen die in de buurt van zijn nest kwam.

buck

/bʌk/

(noun) dollar, bok, mannetje;

(verb) weerstaan, bokken

Voorbeeld:

Can you lend me twenty bucks?
Kun je me twintig dollar lenen?

queen

/kwiːn/

(noun) koningin, dame (schaakstuk), poes;

(verb) tot koningin maken, kronen

Voorbeeld:

The Queen delivered her annual Christmas message.
De koningin hield haar jaarlijkse kersttoespraak.

tom

/tɑːm/

(noun) kater, kalkoenhaan

Voorbeeld:

Our neighbor's tom cat is always chasing birds.
De kater van onze buurman jaagt altijd op vogels.

peahen

/ˈpiː.hen/

(noun) pauwin

Voorbeeld:

The peahen walked gracefully across the lawn, followed by her chicks.
De pauwin liep gracieus over het gazon, gevolgd door haar kuikens.

peacock

/ˈpiː.kɑːk/

(noun) pauw, ijdel persoon, pronker;

(verb) pronken, opscheppen

Voorbeeld:

The male peacock displayed its beautiful tail feathers.
De mannelijke pauw toonde zijn prachtige staartveren.

heifer

/ˈhef.ɚ/

(noun) pink, vaarzen, feeks

Voorbeeld:

The farmer bought a new heifer for his herd.
De boer kocht een nieuwe pink voor zijn kudde.

steer

/stɪr/

(verb) sturen, leiden;

(noun) os, stier

Voorbeeld:

He managed to steer the car around the corner.
Hij slaagde erin de auto de hoek om te sturen.

cow

/kaʊ/

(noun) koe;

(verb) intimideren, afschrikken

Voorbeeld:

The farmer milked the cow early in the morning.
De boer molk de koe vroeg in de ochtend.

bull

/bʊl/

(noun) stier, kolos, reus;

(verb) zich banen, duwen

Voorbeeld:

The farmer led the bull back to the pasture.
De boer leidde de stier terug naar de wei.

nanny goat

/ˈnæn.i ˌɡoʊt/

(noun) geit, vrouwtjesgeit

Voorbeeld:

The farmer had a small herd of goats, including several nanny goats.
De boer had een kleine kudde geiten, waaronder verschillende geiten.

billy goat

/ˈbɪl.i ˌɡoʊt/

(noun) bok

Voorbeeld:

The farmer led the billy goat back to the pen.
De boer leidde de bok terug naar de omheining.

bitch

/bɪtʃ/

(noun) teef, bitch, kreng;

(verb) zeuren, klagen

Voorbeeld:

The bitch had a litter of five puppies.
De teef had een nest van vijf puppy's.

sow

/soʊ/

(verb) zaaien, veroorzaken;

(noun) zeug

Voorbeeld:

Farmers sow seeds in the spring.
Boeren zaaien zaden in de lente.

boar

/bɔːr/

(noun) wild zwijn, everzwijn, beer

Voorbeeld:

The hunter tracked a large wild boar through the forest.
De jager volgde een groot wild zwijn door het bos.

mare

/mer/

(noun) merrie

Voorbeeld:

The beautiful mare galloped across the field.
De prachtige merrie galoppeerde over het veld.

stallion

/ˈstæl.jən/

(noun) hengst

Voorbeeld:

The powerful stallion led the herd across the plains.
De krachtige hengst leidde de kudde over de vlaktes.

drone

/droʊn/

(noun) drone, gezoem, gedreun;

(verb) zoemen, dreunen, monotoon praten

Voorbeeld:

The company uses drones to deliver packages.
Het bedrijf gebruikt drones om pakketten te bezorgen.

gelding

/ˈɡel.dɪŋ/

(noun) ruin;

(verb) ruinen, castreren

Voorbeeld:

The farmer decided to keep the young horse as a gelding.
De boer besloot het jonge paard als een ruin te houden.

tigress

/ˈtaɪ.ɡrəs/

(noun) tijgerin, felle vrouw, gepassioneerde vrouw

Voorbeeld:

The tigress protected her cubs fiercely.
De tijgerin beschermde haar welpen fel.

drake

/dreɪk/

(noun) woerd

Voorbeeld:

The drake led the female ducks to the pond.
De woerd leidde de vrouwtjeseenden naar de vijver.

bullock

/ˈbʊl.ək/

(noun) os, jonge stier

Voorbeeld:

The farmer used a strong bullock to pull the plow.
De boer gebruikte een sterke os om de ploeg te trekken.

gobbler

/ˈɡɑːb.lər/

(noun) kalkoenhaan, schrokker, veelvraat

Voorbeeld:

The wild gobbler strutted proudly through the field.
De wilde kalkoenhaan paradeerde trots door het veld.

cob

/kɑːb/

(noun) maïskolf, kolf, cob;

(verb) cobben, bouwen met cob

Voorbeeld:

After eating the corn, she discarded the cob.
Na het eten van de maïs gooide ze de kolf weg.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland