Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 30 - Ernstig ziek: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 30 - Ernstig ziek' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) veroudering, ouder worden;
(adjective) verouderend, ouder wordend
Voorbeeld:
(noun) enkelverstuiking, verzwikte enkel
Voorbeeld:
(noun) rugblessure, rugletsel
Voorbeeld:
(idiom) een speciaal dieet volgen
Voorbeeld:
(noun) bloeddruk
Voorbeeld:
(noun) bloedtoevoer, bloedvoorziening
Voorbeeld:
(adjective) bruisend, levendig, zoemend;
(verb) zoemen, gonzen
Voorbeeld:
(noun) afspraak bij de dokter
Voorbeeld:
(noun) spoedeisende hulp, eerste hulp
Voorbeeld:
(phrase) wat aan lichaamsbeweging doen, bewegen
Voorbeeld:
(noun) hartaandoening, hartkwaal
Voorbeeld:
(noun) hartaanval, hartinfarct
Voorbeeld:
(noun) hartziekte, hart- en vaatziekten
Voorbeeld:
(noun) injectie, prik, inbreng
Voorbeeld:
(noun) slapeloosheid
Voorbeeld:
(phrasal verb) achteroverleunen
Voorbeeld:
(phrase) afvallen, gewicht verliezen
Voorbeeld:
(noun) kraamafdeling, verloskundige afdeling
Voorbeeld:
(noun) patiëntendossier, medisch dossier
Voorbeeld:
(noun) lichamelijk onderzoek, medische keuring
Voorbeeld:
(noun) fysiotherapie
Voorbeeld:
(verb) weerstaan, bestand zijn tegen, zich verzetten tegen
Voorbeeld:
(verb) niezen;
(noun) nies
Voorbeeld:
(noun) chirurgisch instrument
Voorbeeld:
(noun) tablet, plaat, pil
Voorbeeld:
(phrase) van kracht worden, beginnen te werken, effect hebben
Voorbeeld:
(collocation) medicijnen innemen, medicatie gebruiken
Voorbeeld:
(phrase) medicijnen nemen
Voorbeeld:
(adjective) terminaal, eind-, dodelijk;
(noun) terminal, station, aansluiting
Voorbeeld:
(noun) vaccinatie, inenting
Voorbeeld:
(phrasal verb) waken over, toezicht houden op, passen op
Voorbeeld:
(adverb) bijgevolg, daardoor, zodoende
Voorbeeld:
(adjective) schadelijk, nadelig
Voorbeeld:
(verb) maximaliseren, vergroten
Voorbeeld:
(adjective) medicinale, geneeskrachtige
Voorbeeld:
(adverb) geduldig
Voorbeeld:
(verb) herstellen, bijkomen, terugvinden
Voorbeeld:
(verb) lijken op, gelijken op
Voorbeeld:
(adverb) uiteindelijk, tenslotte
Voorbeeld:
(adverb) dringend, met spoed
Voorbeeld:
(verb) visualiseren, voorstellen
Voorbeeld:
(noun) antibioticum;
(adjective) antibiotisch
Voorbeeld:
(noun) astma
Voorbeeld:
(noun) atletische vaardigheid, sportvaardigheid
Voorbeeld:
(adjective) chronisch, langdurig, gewoontegetrouw
Voorbeeld:
(adjective) besmettelijk, aanstekelijk
Voorbeeld:
(noun) diabetes, suikerziekte
Voorbeeld:
(noun) donor, schenker
Voorbeeld:
(noun) dosering, dosis
Voorbeeld:
(noun) dosis, hoeveelheid;
(verb) doseren, toedienen
Voorbeeld:
(verb) uitroeien, uitbannen
Voorbeeld:
(verb) uitademen
Voorbeeld:
(noun) eerste hulp
Voorbeeld:
(noun) voedselvergiftiging
Voorbeeld:
(verb) verbieden
Voorbeeld:
(noun) genetisch onderzoek
Voorbeeld:
(noun) kiem, ziektekiem, spruit
Voorbeeld:
(noun) hik, hapering, tegenslagje;
(verb) hikken
Voorbeeld:
(noun) hygiëne, reinheid
Voorbeeld:
(adjective) immuun, afweer, vrijgesteld
Voorbeeld:
(noun) infectie, besmetting, infectieziekte
Voorbeeld:
(noun) infectieziekte
Voorbeeld:
(verb) inademen, inhaleren
Voorbeeld:
(noun) overdosis, teveel;
(verb) overdoseren
Voorbeeld:
(noun) pijnstiller
Voorbeeld:
(noun) verlamming, stagnatie
Voorbeeld:
(noun) pols, puls, impuls;
(verb) pulseren, kloppen
Voorbeeld:
(adjective) robuust, sterk, krachtig
Voorbeeld: