Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 29 - Weersverwachting: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 29 - Weersverwachting' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) langs de kust, langs de oever
Voorbeeld:
(noun) baai, nis, ruimte;
(verb) blaffen, huilen
Voorbeeld:
(noun) watermassa, waterlichaam
Voorbeeld:
(noun) struik, bosje
Voorbeeld:
(noun) klif, rotswand
Voorbeeld:
(noun) platteland
Voorbeeld:
(adjective) milieuvriendelijk, ecologisch
Voorbeeld:
(noun) voetpad, wandelpad
Voorbeeld:
(noun) fontein, bron, waterbron
Voorbeeld:
(adjective) vrieskoud, ijskoud;
(noun) bevriezing, vriezen
Voorbeeld:
(noun) tuingereedschap
Voorbeeld:
(noun) greep, vat, begrip;
(verb) grijpen, vastpakken, begrijpen
Voorbeeld:
(noun) hagel, begroeting, roep;
(verb) hagelen, roepen, aanroepen;
(exclamation) gegroet
Voorbeeld:
(noun) oever van het meer, meerzijde;
(adjective) aan het meer, oever-
Voorbeeld:
(noun) landschapsarchitectuur, tuinaanleg
Voorbeeld:
(noun) vuurtoren
Voorbeeld:
(noun) het vallen van de avond, schemering
Voorbeeld:
(phrase) voor de kust, buitengaats
Voorbeeld:
(phrase) uitkijken over het water
Voorbeeld:
(phrase) onkruid wieden
Voorbeeld:
(noun) regenwoud
Voorbeeld:
(idiom) weer of geen weer, wat er ook gebeurt
Voorbeeld:
(noun) regenbui, bui
Voorbeeld:
(noun) regenstorm, wolkbreuk
Voorbeeld:
(noun) boswachter, parkwachter, ranger
Voorbeeld:
(noun) rivieroever, oever
Voorbeeld:
(noun) rivieroever, oever;
(adjective) rivier-, aan de rivier gelegen
Voorbeeld:
(noun) landschap, natuur, decor
Voorbeeld:
(adjective) schilderachtig, pittoresk
Voorbeeld:
(noun) helling, glooiing;
(verb) hellen, afhellen
Voorbeeld:
(noun) beek, stroom, vloed;
(verb) stromen, vloeien, streamen
Voorbeeld:
(noun) buitenwijk, voorstad
Voorbeeld:
(phrase) bladeren vegen
Voorbeeld:
(noun) onweersbui, donderstorm
Voorbeeld:
(noun) pad, spoor, sporen;
(verb) volgen, sporen, slepen
Voorbeeld:
(noun) val, fuik;
(verb) vangen, vastzetten, opsluiten
Voorbeeld:
(noun) boomstam
Voorbeeld:
(noun) schemering, schemerlicht, neergang;
(adjective) schemerig, schemer
Voorbeeld:
(noun) weersvoorspelling, weerbericht
Voorbeeld:
(noun) weerbericht
Voorbeeld:
(noun) windstorm, storm
Voorbeeld:
(adjective) bevestigend, instemmend, positief;
(noun) ja, bevestiging
Voorbeeld:
(noun) afkeer, hekel;
(verb) niet houden van, afkeer hebben van
Voorbeeld:
(adjective) vruchtbaar, productief, fertil
Voorbeeld:
(phrase) in het bijzonder, vooral
Voorbeeld:
(adverb) rustig, zachtjes, kalm
Voorbeeld:
(verb) draaien, ronddraaien, draaien om
Voorbeeld:
(noun) setting, omgeving, decor
Voorbeeld:
(adjective) puur, volledig, absoluut;
(adverb) loodrecht, steil;
(verb) afbreken, afscheuren, uitwijken
Voorbeeld:
(adjective) vast, massief, solide;
(noun) vaste stof, vaste delen;
(adverb) effen, stevig
Voorbeeld:
(adjective) tastbaar, concreet, duidelijk
Voorbeeld:
(adverb) bedachtzaam, nadenkend, attent
Voorbeeld:
(adjective) atmosferisch, sfeervol, stemmingsvol
Voorbeeld:
(noun) behoud, natuurbehoud, milieubescherming
Voorbeeld:
(plural noun) milieuvoorschriften, milieuregels
Voorbeeld:
(noun) grond, aarde, veld;
(verb) aan de grond houden, vliegverbod opleggen, binnen houden;
(adjective) nuchter, realistisch, geaard
Voorbeeld:
(adjective) onstuimig, guur, slecht
Voorbeeld:
(noun) mijnbouw, winning, mijnen leggen;
(verb) delven, winnen
Voorbeeld:
(noun) natuurlijke habitat, natuurlijke leefomgeving
Voorbeeld:
(noun) geluids- en luchtvervuiling
Voorbeeld:
(noun) voeding, voedsel
Voorbeeld:
(verb) verzorgen, koesteren, voeden;
(noun) verzorging, opvoeding, koestering
Voorbeeld:
(verb) overstromen, overlopen, overvol zijn;
(noun) overstroming, overloop, overvloed
Voorbeeld:
(phrasal verb) reageren op, allergisch zijn voor
Voorbeeld:
(adjective) recyclebaar
Voorbeeld:
(phrase) in aanbouw, onder constructie, in ontwikkeling
Voorbeeld:
(adjective) vaag, onduidelijk
Voorbeeld:
(noun) waterpeil, waterniveau
Voorbeeld: