Avatar of Vocabulary Set Basis 1

Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 20 - Geld besparen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 20 - Geld besparen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

audit

/ˈɑː.dɪt/

(noun) audit, controle;

(verb) auditen, controleren

Voorbeeld:

The company is undergoing a financial audit this month.
Het bedrijf ondergaat deze maand een financiële audit.

accounting

/əˈkaʊn.t̬ɪŋ/

(noun) boekhouding

Voorbeeld:

She is studying accounting at university.
Ze studeert boekhouding aan de universiteit.

budget

/ˈbʌdʒ.ɪt/

(noun) begroting, budget, beschikbaar bedrag;

(verb) begroten, budgetteren;

(adjective) budget, goedkoop

Voorbeeld:

We need to create a detailed budget for the upcoming project.
We moeten een gedetailleerde begroting opstellen voor het aankomende project.

financial

/faɪˈnæn.ʃəl/

(adjective) financieel

Voorbeeld:

The company is facing serious financial difficulties.
Het bedrijf kampt met ernstige financiële moeilijkheden.

curtail

/kɚˈteɪl/

(verb) beperken, inkorten, verminderen

Voorbeeld:

The new policy will curtail government spending.
Het nieuwe beleid zal de overheidsuitgaven beperken.

deficit

/ˈdef.ə.sɪt/

(noun) tekort, deficiëntie, beperking

Voorbeeld:

The company reported a budget deficit of $5 million.
Het bedrijf rapporteerde een begrotingstekort van $5 miljoen.

recently

/ˈriː.sənt.li/

(adverb) onlangs, recentelijk

Voorbeeld:

I recently visited my grandparents.
Ik heb mijn grootouders onlangs bezocht.

substantially

/səbˈstæn.ʃəl.i/

(adverb) aanzienlijk

Voorbeeld:

The cost of living has increased substantially.
De kosten van levensonderhoud zijn aanzienlijk gestegen.

committee

/kəˈmɪt̬.i/

(noun) commissie, bestuur

Voorbeeld:

The finance committee meets every Tuesday.
De financiële commissie vergadert elke dinsdag.

capability

/ˌkeɪ.pəˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) mogelijkheid, capaciteit

Voorbeeld:

The new software has enhanced capabilities.
De nieuwe software heeft verbeterde mogelijkheden.

proceeds

/ˈproʊ.siːdz/

(plural noun) opbrengst, opbrengsten

Voorbeeld:

The proceeds from the charity auction went to local schools.
De opbrengst van de liefdadigheidsveiling ging naar lokale scholen.

reimburse

/ˌriː.ɪmˈbɝːs/

(verb) vergoeden, terugbetalen

Voorbeeld:

The company will reimburse you for your travel expenses.
Het bedrijf zal u vergoeden voor uw reiskosten.

considerably

/kənˈsɪd.ɚ.ə.bli/

(adverb) aanzienlijk, flink, erg

Voorbeeld:

The cost of living has increased considerably.
De kosten van levensonderhoud zijn aanzienlijk gestegen.

adequate

/ˈæd.ə.kwət/

(adjective) voldoende, adequaat, geschikt

Voorbeeld:

The food supply was barely adequate for the refugees.
De voedselvoorraad was nauwelijks voldoende voor de vluchtelingen.

total

/ˈtoʊ.t̬əl/

(noun) totaal, som;

(adjective) totaal, geheel, volledig;

(verb) bedragen, optellen tot

Voorbeeld:

The total cost of the trip was $500.
De totale kosten van de reis waren $500.

allocate

/ˈæl.ə.keɪt/

(verb) toewijzen, toedelen

Voorbeeld:

The government decided to allocate more funds to education.
De overheid besloot meer middelen toe te wijzen aan onderwijs.

inspector

/ɪnˈspek.tɚ/

(noun) inspecteur, controleur, inspecteur van politie

Voorbeeld:

The health inspector visited the restaurant.
De gezondheidsinspecteur bezocht het restaurant.

preferred

/prɪˈfɝːd/

(adjective) voorkeurs, geprefereerd;

(past participle) geprefereerd

Voorbeeld:

Coffee is my preferred drink in the morning.
Koffie is mijn voorkeursdrank in de ochtend.

quarter

/ˈkwɔːr.t̬ɚ/

(noun) kwart, vierde deel, kwartje;

(verb) kwartieren, huisvesten

Voorbeeld:

She cut the apple into quarters.
Ze sneed de appel in kwarten.

interrupt

/ˌɪn.t̬əˈrʌpt/

(verb) onderbreken, verstoren

Voorbeeld:

Please don't interrupt me while I'm speaking.
Gelieve me niet te onderbreken terwijl ik spreek.

browse

/braʊz/

(verb) snuffelen, rondkijken, surfen;

(noun) rondsnuffeling, kijkje

Voorbeeld:

I like to browse in bookstores for hours.
Ik vind het leuk om urenlang in boekwinkels te snuffelen.

prompt

/prɑːmpt/

(adjective) snel, prompt, onmiddellijk;

(noun) aanzet, aanwijzing, prompt;

(verb) aanzetten, aanmoedigen, uitlokken

Voorbeeld:

She was prompt in her response to the email.
Ze was snel in haar reactie op de e-mail.

deduct

/dɪˈdʌkt/

(verb) aftrekken, in mindering brengen

Voorbeeld:

You can deduct business expenses from your taxable income.
U kunt bedrijfskosten aftrekken van uw belastbaar inkomen.

measurement

/ˈmeʒ.ɚ.mənt/

(noun) meting, maat, afmeting

Voorbeeld:

The accurate measurement of ingredients is crucial for baking.
De nauwkeurige meting van ingrediënten is cruciaal voor het bakken.

shorten

/ˈʃɔːr.tən/

(verb) verkorten, inkorten

Voorbeeld:

You should shorten the sleeves of this jacket.
Je moet de mouwen van dit jasje inkorten.

amend

/əˈmend/

(verb) wijzigen, verbeteren, corrigeren

Voorbeeld:

The committee voted to amend the bill.
De commissie stemde om het wetsvoorstel te wijzigen.

calculate

/ˈkæl.kjə.leɪt/

(verb) berekenen, uitrekenen, inschatten

Voorbeeld:

Can you calculate the total cost?
Kun je de totale kosten berekenen?

exempt

/ɪɡˈzempt/

(adjective) vrijgesteld, uitgezonderd;

(verb) vrijstellen, uitzonderen

Voorbeeld:

Students are exempt from paying taxes on their scholarships.
Studenten zijn vrijgesteld van het betalen van belastingen over hun beurzen.

deficient

/dɪˈfɪʃ.ənt/

(adjective) deficiënt, gebrekkig, onvoldoende

Voorbeeld:

The diet was deficient in vitamins and minerals.
Het dieet was deficiënt aan vitaminen en mineralen.

compare

/kəmˈper/

(verb) vergelijken, vergelijken met, opwegen tegen

Voorbeeld:

Let's compare the two proposals and see which one is better.
Laten we de twee voorstellen vergelijken en kijken welke beter is.

fortunate

/ˈfɔːr.tʃən.ət/

(adjective) gelukkig, fortuinlijk, gunstig

Voorbeeld:

She was fortunate to find a job so quickly.
Ze had het geluk zo snel een baan te vinden.

expenditure

/ɪkˈspen.də.tʃɚ/

(noun) uitgave, uitgaven, verbruik

Voorbeeld:

The government's expenditure on education has increased.
De uitgaven van de overheid aan onderwijs zijn toegenomen.

accurately

/ˈæk.jɚ.ət.li/

(adverb) nauwkeurig, precies

Voorbeeld:

The report accurately describes the current situation.
Het rapport beschrijft de huidige situatie nauwkeurig.

worth

/wɝːθ/

(noun) waarde, verdienste, prijs;

(adjective) waard

Voorbeeld:

The painting has great artistic worth.
Het schilderij heeft grote artistieke waarde.

excess

/ɪkˈses/

(noun) overschot, overmaat, teveel;

(adjective) overtollig, extra

Voorbeeld:

The company produced an excess of goods, leading to storage problems.
Het bedrijf produceerde een overschot aan goederen, wat leidde tot opslagproblemen.

fiscal

/ˈfɪs.kəl/

(adjective) fiscaal, belasting-, financieel

Voorbeeld:

The government announced new fiscal policies to boost the economy.
De regering kondigde nieuwe fiscale beleidsmaatregelen aan om de economie te stimuleren.

incidental

/ˌɪn.sɪˈden.t̬əl/

(adjective) incidenteel, bijkomstig, toevallig

Voorbeeld:

The discovery was incidental to their main research.
De ontdekking was incidenteel aan hun hoofdonderzoek.

inflation

/ɪnˈfleɪ.ʃən/

(noun) inflatie, opblazing, zwelling

Voorbeeld:

The country is experiencing high inflation.
Het land ervaart hoge inflatie.

liable

/ˈlaɪ.ə.bəl/

(adjective) aansprakelijk, verantwoordelijk, geneigd

Voorbeeld:

The company is liable for any damage caused.
Het bedrijf is aansprakelijk voor eventuele veroorzaakte schade.

spend

/spend/

(verb) uitgeven, besteden, doorbrengen;

(noun) uitgave, besteding

Voorbeeld:

How much did you spend on your new car?
Hoeveel heb je uitgegeven aan je nieuwe auto?

turnover

/ˈtɝːnˌoʊ.vɚ/

(noun) omzet, personeelsverloop, verloop

Voorbeeld:

The company reported a significant turnover increase this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijke stijging van de omzet.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland