Avatar of Vocabulary Set Basis 1

Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 13 - De klant is koning: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 13 - De klant is koning' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

complaint

/kəmˈpleɪnt/

(noun) klacht, bezwaar, reden tot klagen

Voorbeeld:

We received a complaint about the noise.
We ontvingen een klacht over het lawaai.

deal

/diːl/

(noun) deal, overeenkomst, hoeveelheid;

(verb) delen, uitdelen, omgaan met

Voorbeeld:

They closed a big deal with the new client.
Ze sloten een grote deal met de nieuwe klant.

argumentative

/ˌɑːrɡ.jəˈmen.t̬ə.t̬ɪv/

(adjective) argumentatief, twistziek

Voorbeeld:

He's a very argumentative person, always ready for a debate.
Hij is een zeer argumentatief persoon, altijd klaar voor een debat.

appropriately

/əˈproʊ.pri.ət.li/

(adverb) gepast, passend, geschikt

Voorbeeld:

Please dress appropriately for the formal event.
Kleed u alstublieft gepast voor het formele evenement.

respond

/rɪˈspɑːnd/

(verb) reageren, antwoorden, respons geven

Voorbeeld:

She didn't respond to my question.
Ze reageerde niet op mijn vraag.

infuriate

/ɪnˈfjʊr.i.eɪt/

(verb) razend maken, woedend maken

Voorbeeld:

It infuriates me when people are late for no reason.
Het maakt me razend als mensen zonder reden te laat zijn.

courteous

/ˈkɝː.t̬i.əs/

(adjective) beleefd, hoffelijk

Voorbeeld:

The hotel staff were extremely courteous and helpful.
Het hotelpersoneel was uiterst beleefd en behulpzaam.

satisfaction

/ˌsæt̬.ɪsˈfæk.ʃən/

(noun) tevredenheid, voldoening, vervulling

Voorbeeld:

Customer satisfaction is our top priority.
Klanttevredenheid is onze topprioriteit.

inconvenience

/ˌɪn.kənˈviːn.jəns/

(noun) ongemak, hinder;

(verb) ongemak veroorzaken, hinderen

Voorbeeld:

We apologize for any inconvenience this may cause.
Wij verontschuldigen ons voor elk ongemak dat dit kan veroorzaken.

complete

/kəmˈpliːt/

(adjective) compleet, volledig, totaal;

(verb) voltooien, afmaken

Voorbeeld:

The puzzle is now complete.
De puzzel is nu compleet.

specific

/spəˈsɪf.ɪk/

(adjective) specifiek, bepaald, specifiek voor

Voorbeeld:

Please provide specific examples.
Gelieve specifieke voorbeelden te geven.

return

/rɪˈtɝːn/

(verb) terugkeren, teruggaan, terugbrengen;

(noun) terugkeer, terugzending, rendement

Voorbeeld:

He decided to return to his hometown after many years.
Hij besloot na vele jaren naar zijn geboorteplaats terug te keren.

replace

/rɪˈpleɪs/

(verb) vervangen, in de plaats komen van, terugplaatsen

Voorbeeld:

Computers have replaced typewriters.
Computers hebben typemachines vervangen.

presentation

/ˌprez.ənˈteɪ.ʃən/

(noun) presentatie, voordracht, weergave

Voorbeeld:

The sales team prepared a compelling presentation for the new client.
Het verkoopteam bereidde een overtuigende presentatie voor de nieuwe klant voor.

evaluation

/ɪˌvæl.juˈeɪ.ʃən/

(noun) evaluatie, beoordeling

Voorbeeld:

The evaluation of the project's success is still ongoing.
De evaluatie van het succes van het project is nog steeds gaande.

confident

/ˈkɑːn.fə.dənt/

(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd

Voorbeeld:

She felt confident about her presentation.
Ze voelde zich zelfverzekerd over haar presentatie.

cause

/kɑːz/

(noun) oorzaak, reden, zaak;

(verb) veroorzaken, teweegbrengen

Voorbeeld:

The heavy rain was the cause of the flood.
De zware regen was de oorzaak van de overstroming.

commentary

/ˈkɑː.mən.ter.i/

(noun) commentaar, toelichting

Voorbeeld:

The sports announcer provided live commentary during the game.
De sportverslaggever gaf live commentaar tijdens de wedstrijd.

notification

/ˌnoʊ.t̬ə.fəˈkeɪ.ʃən/

(noun) melding, kennisgeving, bericht

Voorbeeld:

We received notification of the upcoming meeting.
We ontvingen een melding van de aankomende vergadering.

apologize

/əˈpɑː.lə.dʒaɪz/

(verb) verontschuldigen, excuses aanbieden

Voorbeeld:

I sincerely apologize for the delay.
Ik verontschuldig me oprecht voor de vertraging.

interact

/ˌɪn.t̬ɚˈækt/

(verb) interageren, op elkaar inwerken

Voorbeeld:

The two chemicals interact to form a new compound.
De twee chemicaliën interageren om een nieuwe verbinding te vormen.

certain

/ˈsɝː.tən/

(adjective) zeker, vaststaand, bepaald

Voorbeeld:

It's certain that he will win the election.
Het is zeker dat hij de verkiezingen zal winnen.

commitment

/kəˈmɪt.mənt/

(noun) toewijding, betrokkenheid, verplichting

Voorbeeld:

Her commitment to her studies was admirable.
Haar toewijding aan haar studies was bewonderenswaardig.

applaud

/əˈplɑːd/

(verb) applaudisseren, toejuichen

Voorbeeld:

The audience began to applaud loudly after the performance.
Het publiek begon luid te applaudisseren na de voorstelling.

biography

/baɪˈɑː.ɡrə.fi/

(noun) biografie, levensbeschrijving

Voorbeeld:

She is writing a biography of a famous artist.
Ze schrijft een biografie van een beroemde kunstenaar.

critical

/ˈkrɪt̬.ɪ.kəl/

(adjective) kritisch, cruciaal, essentieel

Voorbeeld:

He received a lot of critical feedback on his performance.
Hij kreeg veel kritische feedback op zijn prestatie.

depend on

/dɪˈpend ɑːn/

(phrasal verb) afhangen van, rekenen op

Voorbeeld:

You can always depend on me for help.
Je kunt altijd op mij rekenen voor hulp.

combine

/kəmˈbaɪn/

(verb) combineren, verenigen, samenvoegen;

(noun) maaidorser, combine

Voorbeeld:

We need to combine our efforts to finish this project on time.
We moeten onze inspanningen bundelen om dit project op tijd af te krijgen.

priority

/praɪˈɔːr.ə.t̬i/

(noun) prioriteit, voorrang

Voorbeeld:

Safety is our top priority.
Veiligheid is onze hoogste prioriteit.

observe

/əbˈzɝːv/

(verb) observeren, waarnemen, opmerken

Voorbeeld:

The police observed the suspect's movements.
De politie observeerde de bewegingen van de verdachte.

defective

/dɪˈfek.tɪv/

(adjective) defect, gebrekkig, foutief

Voorbeeld:

The car was returned to the dealership due to a defective engine.
De auto werd teruggestuurd naar de dealer vanwege een defecte motor.

reflect

/rɪˈflekt/

(verb) weerspiegelen, terugkaatsen, nadenken

Voorbeeld:

The mirror reflected her image.
De spiegel weerspiegelde haar beeld.

attitude

/ˈæt̬.ə.tuːd/

(noun) houding, instelling, pose

Voorbeeld:

She has a positive attitude towards life.
Ze heeft een positieve houding ten opzichte van het leven.

disappoint

/ˌdɪs.əˈpɔɪnt/

(verb) teleurstellen

Voorbeeld:

I'm sorry to disappoint you, but I can't make it.
Het spijt me je te moeten teleurstellen, maar ik kan er niet bij zijn.

inquire

/ɪnˈkwaɪr/

(verb) informeren, vragen, navragen

Voorbeeld:

I called the hotel to inquire about room availability.
Ik belde het hotel om te informeren naar de beschikbaarheid van kamers.

insert

/ɪnˈsɝːt/

(verb) invoegen, insteken, toevoegen;

(noun) inlage, bijlage

Voorbeeld:

He carefully inserted the key into the lock.
Hij stak voorzichtig de sleutel in het slot.

disclose

/dɪˈskloʊz/

(verb) onthullen, bekendmaken, openbaren

Voorbeeld:

The company refused to disclose the financial details of the merger.
Het bedrijf weigerde de financiële details van de fusie te onthullen.

guarantee

/ˌɡer.ənˈtiː/

(noun) garantie, waarborg, zekerheid;

(verb) garanderen, waarborgen, zekerstellen

Voorbeeld:

The television comes with a two-year guarantee.
De televisie wordt geleverd met twee jaar garantie.

politely

/pəˈlaɪt.li/

(adverb) beleefd, hoffelijk

Voorbeeld:

She politely declined the invitation.
Ze weigerde de uitnodiging beleefd.

seriously

/ˈsɪr.i.əs.li/

(adverb) serieus, ernstig, aanzienlijk;

(interjection) serieus, echt

Voorbeeld:

Are you seriously considering that offer?
Overweeg je dat aanbod serieus?
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland