Vocabulaireverzameling Mening in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mening' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) onderhouden, in stand houden, handhaven
Voorbeeld:
(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;
(noun) greep, houvast, wacht
Voorbeeld:
(verb) verdedigen, beschermen, pleiten voor
Voorbeeld:
(noun) pleitbezorger, voorstander, advocaat;
(verb) pleiten voor, voorstaan
Voorbeeld:
(verb) berekenen, uitrekenen, inschatten
Voorbeeld:
(noun) geschil, ruzie, discussie;
(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken
Voorbeeld:
(verb) generaliseren, veralgemenen, verspreiden
Voorbeeld:
(phrasal verb) ingaan tegen, zich verzetten tegen
Voorbeeld:
(verb) inroepen, aanhalen, zich beroepen op
Voorbeeld:
(verb) staan, plaatsen, zetten;
(noun) standaard, rek, standpunt
Voorbeeld:
(verb) speculeren, veronderstellen, beleggen met risico
Voorbeeld:
(verb) verschillen, afwijken, verschillen van mening
Voorbeeld:
(verb) weerspreken, tegenspreken, weerleggen
Voorbeeld:
(noun) weddenschap;
(verb) wedden, zeker zijn, vertrouwen hebben
Voorbeeld:
(noun) beoordeling, inschatting, aanslag
Voorbeeld:
(noun) bewering, verklaring, handhaving
Voorbeeld:
(noun) vooringenomenheid, vooroordeel, partijdigheid;
(verb) beïnvloeden, vooringenomen maken
Voorbeeld:
(adjective) controversieel, omstreden
Voorbeeld:
(noun) tegenargument, weerlegging
Voorbeeld:
(adverb) bovendien, verder
Voorbeeld:
(verb) zich verzetten tegen, tegenwerken, tegenover plaatsen
Voorbeeld:
(noun) voorwerp, object, doel;
(verb) bezwaar maken, tegenwerpen
Voorbeeld:
(adjective) geneigd, bereid, hellend
Voorbeeld:
(adjective) matig, gemiddeld, gematigd;
(verb) matigen, temperen, modereren
Voorbeeld:
(noun) mainstream, hoofdstroom;
(adjective) mainstream, gangbaar;
(verb) mainstreamen, integreren
Voorbeeld:
(noun) verdeling, scheiding, afdeling
Voorbeeld:
(noun) inferentie, conclusie, gevolgtrekking
Voorbeeld:
(noun) doel, objectief;
(adjective) objectief, onpartijdig
Voorbeeld:
(adjective) subjectief, persoonlijk
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, discutabel, verdedigbaar
Voorbeeld:
(adjective) bevestigend, instemmend, positief;
(noun) ja, bevestiging
Voorbeeld:
(adjective) argumentatief, twistziek
Voorbeeld:
(adjective) uitdagend, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) vijandig, onvriendelijk, vijandelijk
Voorbeeld:
(noun) consistentie, gelijkmatigheid, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) kritiek, afkeuring, analyse
Voorbeeld: