Avatar of Vocabulary Set Accommodatie

Vocabulaireverzameling Accommodatie in Toerismebranche: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Accommodatie' in 'Toerismebranche' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

accommodation

/əˌkɑː.məˈdeɪ.ʃən/

(noun) accommodatie, onderdak, verblijf

Voorbeeld:

The hotel offers comfortable accommodation for guests.
Het hotel biedt comfortabele accommodatie voor gasten.

hotel

/hoʊˈtel/

(noun) hotel

Voorbeeld:

We booked a room at a luxurious hotel for our vacation.
We boekten een kamer in een luxueus hotel voor onze vakantie.

guesthouse

/ˈɡest.haʊs/

(noun) guesthouse, pension

Voorbeeld:

We stayed at a charming guesthouse near the beach.
We verbleven in een charmant guesthouse vlakbij het strand.

homestay

/ˈhoʊm.steɪ/

(noun) gastgezin, homestay

Voorbeeld:

During her study abroad program, she opted for a homestay with a local family.
Tijdens haar studieprogramma in het buitenland koos ze voor een gastgezin bij een lokale familie.

resort

/rɪˈzɔːrt/

(noun) resort, oord, toevlucht;

(verb) toevlucht nemen tot, zijn heil zoeken in

Voorbeeld:

They spent their vacation at a luxurious beach resort.
Ze brachten hun vakantie door in een luxueus strandresort.

hostel

/ˈhɑː.stəl/

(noun) hostel, herberg

Voorbeeld:

We stayed at a youth hostel during our backpacking trip through Europe.
We verbleven in een jeugdherberg tijdens onze backpackreis door Europa.

inn

/ɪn/

(noun) herberg, logement

Voorbeeld:

We stayed at a charming old inn in the countryside.
We verbleven in een charmante oude herberg op het platteland.

lodge

/lɑːdʒ/

(noun) hut, blokhut, woning;

(verb) indienen, aanbrengen, deponeren

Voorbeeld:

They stayed in a hunting lodge deep in the woods.
Ze verbleven in een jachthut diep in het bos.

motel

/moʊˈtel/

(noun) motel

Voorbeeld:

We stayed at a cheap motel on the outskirts of town.
We verbleven in een goedkoop motel aan de rand van de stad.

villa

/ˈvɪl.ə/

(noun) villa, landhuis

Voorbeeld:

They rented a beautiful villa for their summer vacation in Tuscany.
Ze huurden een prachtige villa voor hun zomervakantie in Toscane.

apartment

/əˈpɑːrt.mənt/

(noun) appartement, flat

Voorbeeld:

They rented a small apartment in the city center.
Ze huurden een klein appartement in het stadscentrum.

condo

/ˈkɑːn.doʊ/

(noun) flat, appartement

Voorbeeld:

They bought a beautiful condo overlooking the ocean.
Ze kochten een prachtige flat met uitzicht op de oceaan.

suite

/swiːt/

(noun) suite, appartement, set

Voorbeeld:

The hotel offers a luxurious suite with a view of the ocean.
Het hotel biedt een luxe suite met uitzicht op de oceaan.

room

/ruːm/

(noun) ruimte, plaats, kamer;

(verb) huisvesten, onderbrengen

Voorbeeld:

Is there enough room for everyone?
Is er genoeg ruimte voor iedereen?

single room

/ˈsɪŋ.ɡəl ˌruːm/

(noun) eenpersoonskamer

Voorbeeld:

I booked a single room for my business trip.
Ik boekte een eenpersoonskamer voor mijn zakenreis.

double room

/ˌdʌb.əl ˈruːm/

(noun) tweepersoonskamer

Voorbeeld:

We booked a double room for our stay.
We boekten een tweepersoonskamer voor ons verblijf.

reservation

/ˌrez.ɚˈveɪ.ʃən/

(noun) reservering, boeking, bedenking

Voorbeeld:

I made a dinner reservation for two at 7 PM.
Ik heb een dinerreservering gemaakt voor twee om 19.00 uur.

booking

/ˈbʊk.ɪŋ/

(noun) boeking, reservering, registratie

Voorbeeld:

I made a booking for a table at the restaurant tonight.
Ik heb een reservering gemaakt voor een tafel in het restaurant vanavond.

check in

/tʃek ɪn/

(phrasal verb) inchecken, aanmelden, contact opnemen

Voorbeeld:

We need to check in at the hotel before 3 PM.
We moeten inchecken bij het hotel voor 15.00 uur.

check out

/tʃek aʊt/

(phrasal verb) controleren, nakijken, uitchecken

Voorbeeld:

Can you check out the new security system?
Kun je het nieuwe beveiligingssysteem controleren?

reception

/rɪˈsep.ʃən/

(noun) ontvangst, receptie, feest

Voorbeeld:

The reception of the new policy was mixed.
De ontvangst van het nieuwe beleid was gemengd.

key card

/ˈkiː kɑːrd/

(noun) sleutelkaart

Voorbeeld:

I used my key card to access my hotel room.
Ik gebruikte mijn sleutelkaart om mijn hotelkamer binnen te komen.

room service

/ˈruːm ˌsɝː.vɪs/

(noun) roomservice

Voorbeeld:

We ordered breakfast through room service this morning.
We bestelden vanochtend ontbijt via roomservice.

housekeeping

/ˈhaʊs.kiː.pɪŋ/

(noun) huishouden, huishouding, beheer

Voorbeeld:

She takes care of all the housekeeping duties.
Zij zorgt voor alle huishoudelijke taken.

maid

/meɪd/

(noun) meid, dienstmeisje, maagd

Voorbeeld:

The maid cleaned the entire house before the guests arrived.
De meid maakte het hele huis schoon voordat de gasten arriveerden.

bellboy

/ˈbel.bɔɪ/

(noun) bellboy, hotelbediende

Voorbeeld:

The bellboy helped us with our suitcases to our room.
De bellboy hielp ons met onze koffers naar onze kamer.

air conditioning

/ˈer kənˌdɪʃ.ən.ɪŋ/

(noun) airconditioning, luchtkoeling

Voorbeeld:

The air conditioning unit broke down in the middle of summer.
De airconditioning viel midden in de zomer uit.

heating

/ˈhiː.t̬ɪŋ/

(noun) verwarming;

(verb) verwarmen, opwarmen

Voorbeeld:

The central heating system needs to be repaired.
Het centrale verwarmingssysteem moet gerepareerd worden.

minibar

/ˈmɪn.i.bɑːr/

(noun) minibar

Voorbeeld:

He grabbed a soda from the minibar.
Hij pakte een frisdrank uit de minibar.

safe

/seɪf/

(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;

(noun) kluis, brandkast

Voorbeeld:

Keep your valuables in a safe place.
Bewaar je waardevolle spullen op een veilige plek.

hair dryer

/ˈher draɪ.ər/

(noun) föhn, haardroger

Voorbeeld:

She used a hair dryer to quickly dry her wet hair.
Ze gebruikte een föhn om haar natte haar snel te drogen.

iron

/aɪrn/

(noun) ijzer, strijkijzer;

(verb) strijken;

(adjective) ijzeren

Voorbeeld:

The bridge was built with steel and iron.
De brug werd gebouwd met staal en ijzer.

ironing board

/ˈaɪər.nɪŋ ˌbɔːrd/

(noun) strijkplank

Voorbeeld:

She set up the ironing board in the living room.
Ze zette de strijkplank op in de woonkamer.

towel

/taʊəl/

(noun) handdoek;

(verb) afdrogen, drogen met een handdoek

Voorbeeld:

Please hand me that clean towel.
Geef me alsjeblieft die schone handdoek.

bed linen

/ˈbed ˌlɪn.ɪn/

(noun) beddengoed

Voorbeeld:

Fresh bed linen makes for a comfortable night's sleep.
Schoon beddengoed zorgt voor een comfortabele nachtrust.

pillow

/ˈpɪl.oʊ/

(noun) kussen;

(verb) neerleggen, ondersteunen

Voorbeeld:

She fluffed her pillow before lying down.
Ze klopte haar kussen op voordat ze ging liggen.

blanket

/ˈblæŋ.kɪt/

(noun) deken, sprei, laag;

(adjective) algemeen, uitgebreid;

(verb) bedekken, omhullen

Voorbeeld:

She pulled the blanket up to her chin.
Ze trok de deken tot aan haar kin.

shower

/ˈʃaʊ.ɚ/

(noun) douche, douchebeurt, bui;

(verb) douchen, neerregenen, overladen

Voorbeeld:

I need to fix the leaky shower head.
Ik moet de lekkende douchekop repareren.

bathtub

/ˈbæθ.tʌb/

(noun) badkuip, bad

Voorbeeld:

After a long day, a warm soak in the bathtub is very relaxing.
Na een lange dag is een warm bad in de badkuip erg ontspannend.

toiletries

/ˈtɔɪ.lə.triz/

(plural noun) toiletartikelen, badkamerbenodigdheden

Voorbeeld:

Don't forget to pack your toiletries for the trip.
Vergeet je toiletartikelen niet in te pakken voor de reis.

shampoo

/ʃæmˈpuː/

(noun) shampoo;

(verb) wassen met shampoo, shampooën

Voorbeeld:

I need to buy a new bottle of shampoo.
Ik moet een nieuwe fles shampoo kopen.

soap

/soʊp/

(noun) zeep, soap, telenovelle;

(verb) inzepen, wassen met zeep

Voorbeeld:

She washed her hands with soap and water.
Ze waste haar handen met zeep en water.

toothbrush

/ˈtuːθ.brʌʃ/

(noun) tandenborstel

Voorbeeld:

Remember to pack your toothbrush for the trip.
Vergeet niet je tandenborstel in te pakken voor de reis.

toothpaste

/ˈtuːθ.peɪst/

(noun) tandpasta

Voorbeeld:

Remember to put the cap back on the toothpaste.
Vergeet niet de dop weer op de tandpasta te doen.

slipper

/ˈslɪp.ɚ/

(noun) pantoffel, sloffen

Voorbeeld:

She put on her warm slippers after a long day.
Ze trok haar warme pantoffels aan na een lange dag.

robe

/roʊb/

(noun) gewaad, toga, badjas;

(verb) kleden, aankleden

Voorbeeld:

The judge wore a black robe to the court.
De rechter droeg een zwarte toga naar de rechtbank.

breakfast

/ˈbrek.fəst/

(noun) ontbijt;

(verb) ontbijten

Voorbeeld:

I usually have toast and coffee for breakfast.
Ik eet meestal toast en koffie als ontbijt.

buffet

/bəˈfeɪ/

(noun) buffet, buffetkast, dressoir;

(verb) beuken, treffen, rammen

Voorbeeld:

The hotel offers a breakfast buffet every morning.
Het hotel biedt elke ochtend een ontbijtbuffet aan.

restaurant

/ˈres.tə.rɑːnt/

(noun) restaurant

Voorbeeld:

Let's go to that new Italian restaurant tonight.
Laten we vanavond naar dat nieuwe Italiaanse restaurant gaan.

bar

/bɑːr/

(noun) staaf, balk, spijl;

(verb) versperren, verbieden, uitsluiten

Voorbeeld:

He lifted the heavy iron bar.
Hij tilde de zware ijzeren staaf op.

lounge

/laʊndʒ/

(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;

(verb) luieren, rondhangen

Voorbeeld:

We waited for our flight in the airport lounge.
We wachtten op onze vlucht in de luchthavenlounge.

gym

/dʒɪm/

(noun) sportschool, gym

Voorbeeld:

I go to the gym three times a week.
Ik ga drie keer per week naar de sportschool.

swimming pool

/ˈswɪm.ɪŋ ˌpuːl/

(noun) zwembad

Voorbeeld:

We spent the afternoon by the swimming pool.
We brachten de middag door bij het zwembad.

spa

/spɑː/

(noun) spa, kuuroord, badplaats

Voorbeeld:

We spent the weekend at a luxurious health spa.
We brachten het weekend door in een luxe gezondheidsspa.

sauna

/ˈsɑː.nə/

(noun) sauna;

(verb) saunaën, een sauna nemen

Voorbeeld:

After a long day, a session in the sauna is very relaxing.
Na een lange dag is een sessie in de sauna erg ontspannend.

Jacuzzi

/dʒəˈkuː.zi/

(noun) jacuzzi, bubbelbad;

(trademark) Jacuzzi (merknaam)

Voorbeeld:

After a long day, she relaxed in the warm Jacuzzi.
Na een lange dag ontspande ze in de warme jacuzzi.

concierge

/kɑːn.siˈerʒ/

(noun) conciërge, portier

Voorbeeld:

The hotel concierge helped us book a tour.
De hotelconciërge hielp ons een tour te boeken.

valet parking

/ˈvæl.eɪ ˌpɑːr.kɪŋ/

(noun) valetparking, valetdienst

Voorbeeld:

The hotel offers complimentary valet parking for guests.
Het hotel biedt gratis valetparking voor gasten.

elevator

/ˈel.ə.veɪ.t̬ɚ/

(noun) lift

Voorbeeld:

Take the elevator to the tenth floor.
Neem de lift naar de tiende verdieping.

stair

/ster/

(noun) trap, trede

Voorbeeld:

She slowly climbed the stairs to her apartment.
Ze klom langzaam de trap op naar haar appartement.

view

/vjuː/

(noun) uitzicht, zicht, mening;

(verb) bekijken, zien, beschouwen

Voorbeeld:

The hotel room had a stunning view of the ocean.
De hotelkamer had een prachtig uitzicht op de oceaan.

balcony

/ˈbæl.kə.ni/

(noun) balkon, galerij

Voorbeeld:

She stepped out onto the balcony to enjoy the view.
Ze stapte het balkon op om van het uitzicht te genieten.

terrace

/ˈter.əs/

(noun) terras, rijtjeshuis, rij huizen;

(verb) terrassen, aanleggen in terrassen

Voorbeeld:

We had breakfast on the sunny terrace.
We ontbeten op het zonnige terras.

lakeside

/ˈleɪk.saɪd/

(noun) oever van het meer, meerzijde;

(adjective) aan het meer, meer-

Voorbeeld:

We spent our vacation at a cabin by the lakeside.
We brachten onze vakantie door in een hut aan het meer.

pet-friendly

/ˈpetˌfrend.li/

(adjective) huisdiervriendelijk

Voorbeeld:

This hotel is pet-friendly, so you can bring your dog.
Dit hotel is huisdiervriendelijk, dus je kunt je hond meenemen.

family-friendly

/ˈfæm.liˌfrend.li/

(adjective) gezinsvriendelijk, familievriendelijk

Voorbeeld:

The resort offers a variety of family-friendly activities.
Het resort biedt een verscheidenheid aan gezinsvriendelijke activiteiten.

all-inclusive

/ˌɔːl ɪnˈkluː.sɪv/

(adjective) all-inclusive, allesomvattend

Voorbeeld:

The resort offers an all-inclusive package that covers meals, drinks, and activities.
Het resort biedt een all-inclusive pakket dat maaltijden, drankjes en activiteiten omvat.

non-smoking

/ˌnɑːnˈsmoʊkɪŋ/

(adjective) niet-roken, rookvrij

Voorbeeld:

We requested a non-smoking room.
We vroegen om een niet-roken kamer.

smoking

/ˈsmoʊ.kɪŋ/

(noun) roken;

(adjective) rokend, walmend;

(verb) rokend

Voorbeeld:

Smoking is prohibited in this building.
Roken is verboden in dit gebouw.

continental breakfast

/ˌkɑːn.tɪˈnen.t̬əl ˈbrek.fəst/

(noun) continentaal ontbijt

Voorbeeld:

The hotel offers a complimentary continental breakfast.
Het hotel biedt een gratis continentaal ontbijt aan.

babysitting service

/ˈbeɪ.bi.sɪt.ɪŋ ˌsɜːr.vɪs/

(noun) oppasdienst, babysitservice

Voorbeeld:

We hired a babysitting service for the evening.
We huurden een oppasdienst voor de avond.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland