Vocabulaireverzameling Accommodatie in Toerismebranche: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Accommodatie' in 'Toerismebranche' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) accommodatie, onderdak, verblijf
Voorbeeld:
(noun) hotel
Voorbeeld:
(noun) guesthouse, pension
Voorbeeld:
(noun) gastgezin, homestay
Voorbeeld:
(noun) resort, oord, toevlucht;
(verb) toevlucht nemen tot, zijn heil zoeken in
Voorbeeld:
(noun) hostel, herberg
Voorbeeld:
(noun) herberg, logement
Voorbeeld:
(noun) hut, blokhut, woning;
(verb) indienen, aanbrengen, deponeren
Voorbeeld:
(noun) motel
Voorbeeld:
(noun) villa, landhuis
Voorbeeld:
(noun) appartement, flat
Voorbeeld:
(noun) flat, appartement
Voorbeeld:
(noun) suite, appartement, set
Voorbeeld:
(noun) ruimte, plaats, kamer;
(verb) huisvesten, onderbrengen
Voorbeeld:
(noun) eenpersoonskamer
Voorbeeld:
(noun) tweepersoonskamer
Voorbeeld:
(noun) reservering, boeking, bedenking
Voorbeeld:
(noun) boeking, reservering, registratie
Voorbeeld:
(phrasal verb) inchecken, aanmelden, contact opnemen
Voorbeeld:
(phrasal verb) controleren, nakijken, uitchecken
Voorbeeld:
(noun) ontvangst, receptie, feest
Voorbeeld:
(noun) sleutelkaart
Voorbeeld:
(noun) roomservice
Voorbeeld:
(noun) huishouden, huishouding, beheer
Voorbeeld:
(noun) meid, dienstmeisje, maagd
Voorbeeld:
(noun) bellboy, hotelbediende
Voorbeeld:
(noun) airconditioning, luchtkoeling
Voorbeeld:
(noun) verwarming;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(noun) minibar
Voorbeeld:
(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;
(noun) kluis, brandkast
Voorbeeld:
(noun) föhn, haardroger
Voorbeeld:
(noun) ijzer, strijkijzer;
(verb) strijken;
(adjective) ijzeren
Voorbeeld:
(noun) strijkplank
Voorbeeld:
(noun) handdoek;
(verb) afdrogen, drogen met een handdoek
Voorbeeld:
(noun) beddengoed
Voorbeeld:
(noun) kussen;
(verb) neerleggen, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) deken, sprei, laag;
(adjective) algemeen, uitgebreid;
(verb) bedekken, omhullen
Voorbeeld:
(noun) douche, douchebeurt, bui;
(verb) douchen, neerregenen, overladen
Voorbeeld:
(noun) badkuip, bad
Voorbeeld:
(plural noun) toiletartikelen, badkamerbenodigdheden
Voorbeeld:
(noun) shampoo;
(verb) wassen met shampoo, shampooën
Voorbeeld:
(noun) zeep, soap, telenovelle;
(verb) inzepen, wassen met zeep
Voorbeeld:
(noun) tandenborstel
Voorbeeld:
(noun) tandpasta
Voorbeeld:
(noun) pantoffel, sloffen
Voorbeeld:
(noun) gewaad, toga, badjas;
(verb) kleden, aankleden
Voorbeeld:
(noun) ontbijt;
(verb) ontbijten
Voorbeeld:
(noun) buffet, buffetkast, dressoir;
(verb) beuken, treffen, rammen
Voorbeeld:
(noun) restaurant
Voorbeeld:
(noun) staaf, balk, spijl;
(verb) versperren, verbieden, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) lounge, zitkamer, woonkamer;
(verb) luieren, rondhangen
Voorbeeld:
(noun) sportschool, gym
Voorbeeld:
(noun) zwembad
Voorbeeld:
(noun) spa, kuuroord, badplaats
Voorbeeld:
(noun) sauna;
(verb) saunaën, een sauna nemen
Voorbeeld:
(noun) jacuzzi, bubbelbad;
(trademark) Jacuzzi (merknaam)
Voorbeeld:
(noun) conciërge, portier
Voorbeeld:
(noun) valetparking, valetdienst
Voorbeeld:
(noun) lift
Voorbeeld:
(noun) trap, trede
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld:
(noun) balkon, galerij
Voorbeeld:
(noun) terras, rijtjeshuis, rij huizen;
(verb) terrassen, aanleggen in terrassen
Voorbeeld:
(noun) oever van het meer, meerzijde;
(adjective) aan het meer, meer-
Voorbeeld:
(adjective) huisdiervriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) gezinsvriendelijk, familievriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) all-inclusive, allesomvattend
Voorbeeld:
(adjective) niet-roken, rookvrij
Voorbeeld:
(noun) roken;
(adjective) rokend, walmend;
(verb) rokend
Voorbeeld:
(noun) continentaal ontbijt
Voorbeeld:
(noun) oppasdienst, babysitservice
Voorbeeld: