Betekenis van het woord smoking in het Nederlands

Wat betekent smoking in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

smoking

US /ˈsmoʊ.kɪŋ/
UK /ˈsməʊ.kɪŋ/
"smoking" picture

Zelfstandig Naamwoord

roken

the action or habit of inhaling and exhaling the smoke of tobacco or a drug

Voorbeeld:
Smoking is prohibited in this building.
Roken is verboden in dit gebouw.
He quit smoking last year.
Hij is vorig jaar gestopt met roken.

Bijvoeglijk Naamwoord

rokend, walmend

emitting smoke or visible vapor

Voorbeeld:
The chimney was smoking heavily.
De schoorsteen was zwaar aan het roken.
The engine started smoking after a few miles.
De motor begon te roken na een paar mijl.

Werkwoord

rokend

present participle of smoke

Voorbeeld:
He was caught smoking in the non-smoking area.
Hij werd betrapt op roken in de rookvrije zone.
The fire was still smoking hours later.
Het vuur was uren later nog steeds aan het roken.