Vocabulaireverzameling Hoofdvak Scheikunde in Scheikunde: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Hoofdvak Scheikunde' in 'Scheikunde' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) absolute temperatuur
Voorbeeld:
(noun) absoluut nulpunt
Voorbeeld:
(noun) nauwkeurigheid, precisie
Voorbeeld:
(noun) zuur;
(adjective) zuur
Voorbeeld:
(noun) basis, voetstuk, grondslag;
(verb) baseren, gronden;
(adjective) laag, gemeen
Voorbeeld:
(adjective) alkalisch, basisch
Voorbeeld:
(adjective) amfoteer
Voorbeeld:
(verb) veroorzaken, uitlokken, versnellen;
(adjective) overhaast, ondoordacht, haastig;
(noun) precipitaat, neerslag
Voorbeeld:
(noun) additiereactie
Voorbeeld:
(noun) absorptie, opname, concentratie
Voorbeeld:
(noun) alcohol
Voorbeeld:
(noun) katalysator, aanjager
Voorbeeld:
(noun) anode, positieve elektrode
Voorbeeld:
(noun) kathode
Voorbeeld:
(noun) kettingreactie, nucleaire kettingreactie
Voorbeeld:
(noun) chemische vergelijking
Voorbeeld:
(noun) ronde, circuit, elektrisch circuit
Voorbeeld:
(noun) geleidbaarheid, conductantie
Voorbeeld:
(noun) condensatie, samenvatting
Voorbeeld:
(noun) covalente binding
Voorbeeld:
(verb) denatureren, ontnatuurlijken
Voorbeeld:
(noun) verspreiding, diffusie
Voorbeeld:
(noun) elektrolyse, elektrolyse (ontharing)
Voorbeeld:
(noun) functionele groep
Voorbeeld:
(noun) grondtoestand
Voorbeeld:
(noun) remmer, inhibitor, belemmering
Voorbeeld:
(noun) organische verbinding
Voorbeeld:
(noun) druk, spanning, dwang;
(verb) onder druk zetten, dwingen
Voorbeeld:
(noun) product, artikel, uitkomst
Voorbeeld:
(noun) kwantumtheorie
Voorbeeld:
(adjective) radioactief
Voorbeeld:
(noun) zout, chemische verbinding;
(verb) zouten, pekelen
Voorbeeld:
(adjective) verzadigd, doordrenkt, overvol
Voorbeeld:
(noun) halfgeleider
Voorbeeld:
(noun) significant cijfer, significante cijfers
Voorbeeld:
(noun) oplosbaarheid
Voorbeeld:
(adjective) solvent, betaalkrachtig;
(noun) oplosmiddel
Voorbeeld:
(noun) stoichiometrie
Voorbeeld:
(noun) oppervlaktespanning
Voorbeeld:
(noun) synthese, combinatie, samenvoeging
Voorbeeld:
(noun) temperatuur, koorts
Voorbeeld:
(noun) thermodynamica
Voorbeeld:
(noun) verdamping, vergassing
Voorbeeld:
(noun) enzym
Voorbeeld:
(noun) substraat, ondergrond, onderlaag
Voorbeeld:
(noun) isomeer
Voorbeeld:
(noun) reactie, respons, chemische reactie
Voorbeeld:
(noun) evenwicht, balans, saldo;
(verb) balanceren, in evenwicht houden, afwegen
Voorbeeld:
(noun) formule, rekenregel, recept
Voorbeeld:
(noun) molecuul
Voorbeeld:
(noun) atoom, spoortje, kleinste beetje
Voorbeeld:
(noun) molariteit
Voorbeeld:
(noun) proton
Voorbeeld:
(noun) neutron
Voorbeeld:
(noun) elektron
Voorbeeld:
(noun) quark
Voorbeeld:
(adjective) orbitaal, oogkas-
Voorbeeld:
(noun) lakmoes, lakmoesproef, indicator
Voorbeeld:
(noun) chelaat;
(verb) cheleren
Voorbeeld:
(noun) ligand
Voorbeeld:
(noun) bètadeeltje
Voorbeeld:
(noun) bindingsenergie
Voorbeeld:
(noun) dissociatie, scheiding, mentale scheiding
Voorbeeld:
(noun) effusie, uitstorting, uitbarsting
Voorbeeld:
(noun) eindpunt, einde, client
Voorbeeld:
(noun) entropie, informatie-entropie, wanorde
Voorbeeld:
(noun) evenwicht, balans, fysiek evenwicht
Voorbeeld:
(noun) familie, gezin, geslacht;
(adjective) familie-, gezins-
Voorbeeld:
(noun) kinetische energie
Voorbeeld:
(noun) massa, klomp, menigte;
(verb) verzamelen, samenpakken;
(adjective) massaal, grootschalig
Voorbeeld:
(noun) nucleon
Voorbeeld:
(adjective) vluchtig, onstabiel, gemakkelijk verdampend
Voorbeeld:
(noun) periodiek systeem
Voorbeeld:
(noun) troebelheid, ondoorzichtigheid
Voorbeeld:
(noun) koolstofketen
Voorbeeld:
(noun) chemicus, apotheker, apotheek
Voorbeeld:
(adjective) niet-chemisch
Voorbeeld:
(adjective) gehydrogeneerd
Voorbeeld: