Vocabulaireverzameling Vervoer in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Vervoer' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) platform, perron, programma
Voorbeeld:
(noun) route, weg;
(verb) routeren, leiden
Voorbeeld:
(noun) koets, rijtuig, wagon
Voorbeeld:
(noun) tram
Voorbeeld:
(noun) veerboot, pont;
(verb) overzetten, vervoeren
Voorbeeld:
(noun) tarief, prijs, kost;
(verb) presteren, gaan
Voorbeeld:
(noun) tol, gevolg, schade;
(verb) luiden, slaan
Voorbeeld:
(noun) vork, splitsing, vertakking;
(verb) splitsen, vertakken, vorken
Voorbeeld:
(noun) openbaar vervoer, transit, doorvoer;
(verb) doorvoeren, doorkruisen
Voorbeeld:
(noun) kano;
(verb) kanoën
Voorbeeld:
(noun) verkeerstoren
Voorbeeld:
(noun) spitsuur, spits
Voorbeeld:
(phrasal verb) uittrekken, verwijderen, terugtrekken
Voorbeeld:
(verb) zwenken, uitwijken;
(noun) zwenking, uitwijking
Voorbeeld:
(verb) sturen, leiden;
(noun) os, stier
Voorbeeld:
(noun) wiel, stuur, stuurwiel;
(verb) rijden, duwen, cirkelen
Voorbeeld:
(verb) bijtanken, voltanken, opladen
Voorbeeld:
(phrasal verb) overrijden, aanrijden, uitlopen
Voorbeeld:
(noun) dienst, service, voorziening;
(verb) dienen, werken voor, serveren
Voorbeeld:
(noun) plank, bord, raad;
(verb) instappen, aan boord gaan, huisvesten
Voorbeeld:
(noun) proefrit;
(verb) proefrijden
Voorbeeld:
(noun) dok, kade, pier;
(verb) aanmeren, dokken, korting
Voorbeeld:
(verb) carpool, rijden in een carpool;
(noun) carpool, rijden in een carpool
Voorbeeld: