Vocabulaireverzameling Oorlog in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oorlog' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) dolk, ponjaard
Voorbeeld:
(noun) dynamiet, krachtpatser, iets indrukwekkends;
(verb) dynamiteren, opblazen
Voorbeeld:
(noun) schaal, dop, schelp;
(verb) pellen, doppen, bombarderen
Voorbeeld:
(noun) hagelgeweer, jachtgeweer, bijrijdersstoel;
(adjective) indiscriminerend, geforceerd
Voorbeeld:
(noun) mijn, groeve, bom;
(verb) delven, mijnen, mijnen leggen;
(pronoun) mijn, de mijne
Voorbeeld:
(noun) Koude Oorlog
Voorbeeld:
(noun) vuurwapen, geweer
Voorbeeld:
(noun) luitenant, politieluitenant
Voorbeeld:
(noun) militie, burgerwacht
Voorbeeld:
(noun) loopgraaf, sleuf;
(verb) uitgraven, sleuven graven
Voorbeeld:
(verb) overgeven, opgeven, zich overgeven;
(noun) overgave, capitulatie
Voorbeeld:
(noun) hinderlaag;
(verb) overvallen vanuit een hinderlaag, onderscheppen
Voorbeeld:
(verb) belegeren, bestormen, overstelpen
Voorbeeld:
(verb) inzetten, ontplooien, gebruiken
Voorbeeld:
(noun) aanval, inval, razzia;
(verb) overvallen, binnenvallen, plunderen
Voorbeeld:
(verb) binnenvallen, invaseren, binnendringen
Voorbeeld:
(verb) versterken, verstevigen, verrijken
Voorbeeld:
(noun) klap, botsing, gerinkel;
(verb) botsen, klappen, kletteren
Voorbeeld:
(noun) patrouille, wacht;
(verb) patrouilleren, bewaken
Voorbeeld:
(verb) ontwapenen, ontmantelen, onschadelijk maken
Voorbeeld:
(noun) schending, breuk, doorbraak;
(verb) schenden, doorbreken
Voorbeeld:
(verb) bevrijden, vrijlaten
Voorbeeld:
(verb) afweren, terugslaan, afstoten
Voorbeeld:
(verb) aanmelden, in dienst treden, inroepen
Voorbeeld:
(noun) arm, wapen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) loon, salaris;
(verb) voeren, uitvoeren
Voorbeeld:
(phrasal verb) neerschieten, doodschieten
Voorbeeld:
(noun) tegenaanval;
(verb) tegenaanvallen
Voorbeeld:
(noun) infanterie, voetvolk
Voorbeeld:
(noun) staakt-het-vuren, wapenstilstand
Voorbeeld:
(noun) vestingwerk, fortificatie, versterking
Voorbeeld:
(noun) bloedvergieten
Voorbeeld:
(verb) bedwingen, onderwerpen, temmen
Voorbeeld:
(verb) demilitariseren
Voorbeeld:
(noun) granaat
Voorbeeld: