Avatar of Vocabulary Set 1-50

Vocabulaireverzameling 1-50 in 600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling '1-50' in '600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

credit card

/ˈkred.ɪt ˌkɑːrd/

(noun) creditcard

Voorbeeld:

I paid for the groceries with my credit card.
Ik betaalde de boodschappen met mijn creditcard.

dry cleaning

/draɪ ˈkliː.nɪŋ/

(noun) stomerij, chemisch reinigen

Voorbeeld:

I need to take my suit to the dry cleaning.
Ik moet mijn pak naar de stomerij brengen.

room service

/ˈruːm ˌsɝː.vɪs/

(noun) roomservice

Voorbeeld:

We ordered breakfast through room service this morning.
We bestelden vanochtend ontbijt via roomservice.

cable car

/ˈkeɪ.bəl ˌkɑːr/

(noun) kabelbaan, gondel

Voorbeeld:

We took a cable car up to the top of the mountain for the scenic view.
We namen een kabelbaan naar de top van de berg voor het schilderachtige uitzicht.

homestay

/ˈhoʊm.steɪ/

(noun) gastgezin, homestay

Voorbeeld:

During her study abroad program, she opted for a homestay with a local family.
Tijdens haar studieprogramma in het buitenland koos ze voor een gastgezin bij een lokale familie.

college

/ˈkɑː.lɪdʒ/

(noun) hogeschool, universiteit, universiteitspersoneel en studenten

Voorbeeld:

She is going to college next year to study engineering.
Ze gaat volgend jaar naar de hogeschool om techniek te studeren.

professional

/prəˈfeʃ.ən.əl/

(adjective) professioneel, beroepsmatig, vakkundig;

(noun) professional, vakman, expert

Voorbeeld:

She sought professional advice from a lawyer.
Ze zocht professioneel advies van een advocaat.

field

/fiːld/

(noun) veld, akker, gebied;

(verb) beantwoorden, afhandelen

Voorbeeld:

The farmer walked across the field to check on his crops.
De boer liep over het veld om zijn gewassen te controleren.

network

/ˈnet.wɝːk/

(noun) netwerk, web, groep;

(verb) netwerken, verbinden

Voorbeeld:

The city has a complex network of roads.
De stad heeft een complex netwerk van wegen.

maintain

/meɪnˈteɪn/

(verb) onderhouden, in stand houden, handhaven

Voorbeeld:

It's important to regularly maintain your car.
Het is belangrijk om uw auto regelmatig te onderhouden.

handle

/ˈhæn.dəl/

(noun) handvat, greep;

(verb) behandelen, omgaan met

Voorbeeld:

The cup has a broken handle.
De beker heeft een gebroken handvat.

narrow

/ˈner.oʊ/

(adjective) smal, beperkt, eng;

(verb) versmallen, beperken

Voorbeeld:

The road became very narrow as we approached the village.
De weg werd erg smal toen we het dorp naderden.

deeply

/ˈdiːp.li/

(adverb) diep, grondig

Voorbeeld:

She was deeply moved by the story.
Ze was diep ontroerd door het verhaal.

relieved

/rɪˈliːvd/

(adjective) opgelucht

Voorbeeld:

She felt incredibly relieved when she heard the good news.
Ze voelde zich ongelooflijk opgelucht toen ze het goede nieuws hoorde.

depressed

/dɪˈprest/

(adjective) depressief, neerslachtig, gedeprimeerd

Voorbeeld:

She felt deeply depressed after losing her job.
Ze voelde zich diep depressief na het verliezen van haar baan.

inspiring

/ɪnˈspaɪr.ɪŋ/

(adjective) inspirerend

Voorbeeld:

Her story is truly inspiring.
Haar verhaal is echt inspirerend.

struggle

/ˈstrʌɡ.əl/

(verb) worstelen, zich verzetten, zich inspannen;

(noun) worsteling, strijd, moeite

Voorbeeld:

He tried to struggle free from the ropes.
Hij probeerde zich los te worstelen van de touwen.

motivation

/ˌmoʊ.t̬əˈveɪ.ʃən/

(noun) motivatie, drijfveer, gedrevenheid

Voorbeeld:

His motivation for working hard was to provide for his family.
Zijn motivatie om hard te werken was om voor zijn gezin te zorgen.

review

/rɪˈvjuː/

(noun) beoordeling, herziening, recensie;

(verb) herzien, beoordelen, recenseren

Voorbeeld:

The company conducted a performance review for all employees.
Het bedrijf voerde een prestatiebeoordeling uit voor alle werknemers.

regularly

/ˈreɡ.jə.lər.li/

(adverb) regelmatig, vaak, gelijkmatig

Voorbeeld:

She exercises regularly to stay healthy.
Ze sport regelmatig om gezond te blijven.

efficiently

/ɪˈfɪʃ.ənt.li/

(adverb) efficiënt, doelmatig

Voorbeeld:

The new system processes data much more efficiently.
Het nieuwe systeem verwerkt gegevens veel efficiënter.

retain

/rɪˈteɪn/

(verb) behouden, vasthouden, absorberen

Voorbeeld:

She managed to retain her composure despite the bad news.
Ze slaagde erin haar kalmte te behouden ondanks het slechte nieuws.

pursue

/pɚˈsuː/

(verb) achtervolgen, najagen, nastreven

Voorbeeld:

The police car pursued the suspect down the highway.
De politieauto achtervolgde de verdachte over de snelweg.

offer

/ˈɑː.fɚ/

(verb) aanbieden, offreren, voorstellen;

(noun) aanbod, bod, aanbieding

Voorbeeld:

He offered her a cup of tea.
Hij bood haar een kopje thee aan.

adaptable

/əˈdæp.tə.bəl/

(adjective) aanpasbaar, flexibel

Voorbeeld:

He is an adaptable person who can work in any environment.
Hij is een aanpasbaar persoon die in elke omgeving kan werken.

position

/pəˈzɪʃ.ən/

(noun) positie, plaats, ligging;

(verb) positioneren, plaatsen, opstellen

Voorbeeld:

The car is in a good position for parking.
De auto staat op een goede positie om te parkeren.

temporary

/ˈtem.pə.rer.i/

(adjective) tijdelijk, voorlopig

Voorbeeld:

The job is only temporary.
De baan is slechts tijdelijk.

season

/ˈsiː.zən/

(noun) seizoen, jaargetijde;

(verb) kruiden, op smaak brengen

Voorbeeld:

Autumn is my favorite season.
De herfst is mijn favoriete seizoen.

pace

/peɪs/

(noun) pas, stap, tempo;

(verb) ijlen, wandelen, afmeten

Voorbeeld:

He took a few paces forward.
Hij deed een paar stappen vooruit.

demand

/dɪˈmænd/

(noun) eis, vraag, behoefte;

(verb) eisen, verlangen, vereisen

Voorbeeld:

The workers made a demand for higher wages.
De arbeiders stelden een eis voor hogere lonen.

passion

/ˈpæʃ.ən/

(noun) passie, hartstocht, liefhebberij

Voorbeeld:

He spoke with great passion about his beliefs.
Hij sprak met grote passie over zijn overtuigingen.

aid

/eɪd/

(noun) hulp, steun, bijstand;

(verb) helpen, ondersteunen, bijstaan

Voorbeeld:

The organization provides humanitarian aid to disaster victims.
De organisatie biedt humanitaire hulp aan rampenslachtoffers.

figure out

/ˈfɪɡ.jər aʊt/

(phrasal verb) uitzoeken, begrijpen, oplossen

Voorbeeld:

I need to figure out how to fix this computer.
Ik moet uitzoeken hoe ik deze computer moet repareren.

carry out

/ˈkær.i aʊt/

(phrasal verb) uitvoeren, verrichten

Voorbeeld:

The team will carry out the experiment next week.
Het team zal het experiment volgende week uitvoeren.

deal with

/diːl wɪð/

(phrasal verb) aanpakken, omgaan met, zaken doen met

Voorbeeld:

We need to deal with this issue immediately.
We moeten dit probleem onmiddellijk aanpakken.

fill out

/fɪl aʊt/

(phrasal verb) invullen, aanvullen, aankomen

Voorbeeld:

Please fill out this application form completely.
Gelieve dit aanvraagformulier volledig in te vullen.

exchange

/ɪksˈtʃeɪndʒ/

(noun) uitwisseling, ruil, beurs;

(verb) uitwisselen, ruilen

Voorbeeld:

We made an exchange of gifts.
We hebben een uitwisseling van cadeaus gedaan.

belongings

/bɪˈlɑːŋ.ɪŋz/

(plural noun) bezittingen, spullen, eigendommen

Voorbeeld:

Please make sure you take all your personal belongings with you when you leave.
Zorg ervoor dat u al uw persoonlijke bezittingen meeneemt wanneer u vertrekt.

insurance

/ɪnˈʃɝː.əns/

(noun) verzekering, verzekeringswezen

Voorbeeld:

I need to get car insurance before I can drive.
Ik moet een autoverzekering afsluiten voordat ik kan rijden.

currency

/ˈkɝː.ən.si/

(noun) valuta, munteenheid, geldigheid

Voorbeeld:

The local currency is the Euro.
De lokale valuta is de Euro.

jellyfish

/ˈdʒel.i.fɪʃ/

(noun) kwal, slappeling, weifelaar

Voorbeeld:

We saw a beautiful jellyfish floating near the shore.
We zagen een prachtige kwal dicht bij de kust drijven.

tutorial

/tuːˈtɔːr.i.əl/

(noun) tutoraat, bijles, handleiding

Voorbeeld:

I have a math tutorial every Tuesday morning.
Ik heb elke dinsdagochtend een wiskundetutoraat.

satisfaction

/ˌsæt̬.ɪsˈfæk.ʃən/

(noun) tevredenheid, voldoening, vervulling

Voorbeeld:

Customer satisfaction is our top priority.
Klanttevredenheid is onze topprioriteit.

promotion

/prəˈmoʊ.ʃən/

(noun) promotie, reclame, bevordering

Voorbeeld:

The company launched a new promotion for their latest smartphone.
Het bedrijf lanceerde een nieuwe promotie voor hun nieuwste smartphone.

progress

/ˈprɑː.ɡres/

(noun) vooruitgang, progressie;

(verb) vorderen, vooruitgaan

Voorbeeld:

We are making good progress on the project.
We maken goede vooruitgang met het project.

step-by-step

/ˌstep.baɪˈstep/

(adjective) stap-voor-stap, stapsgewijs;

(adverb) stap voor stap

Voorbeeld:

I need a step-by-step guide to assemble this furniture.
Ik heb een stap-voor-stap handleiding nodig om dit meubel te monteren.

instruction

/ɪnˈstrʌk.ʃən/

(noun) instructie, aanwijzing, onderwijs

Voorbeeld:

Follow the instructions carefully.
Volg de instructies zorgvuldig op.

complex

/kɑːmˈpleks/

(adjective) complex, ingewikkeld, moeilijk te begrijpen;

(noun) complex, gebouwencomplex, minderwaardigheidscomplex

Voorbeeld:

The human brain is a highly complex organ.
Het menselijk brein is een zeer complex orgaan.

software

/ˈsɑːft.wer/

(noun) software, programmatuur

Voorbeeld:

This computer needs new software to run the latest applications.
Deze computer heeft nieuwe software nodig om de nieuwste applicaties te draaien.

preferable

/ˈpref.ər.ə.bəl/

(adjective) verkieslijk, voorkeur, beter

Voorbeeld:

Working from home is preferable for many people.
Thuiswerken is voor veel mensen verkieslijk.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland