Vocabulaireverzameling Eenheid 7: Vietnam en Internationale Organisaties in Graad 10: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 7: Vietnam en Internationale Organisaties' in 'Graad 10' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adverb) in het buitenland, naar het buitenland, overal
Voorbeeld:
(noun) doel, streven;
(verb) richten, mikken, streven naar
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(adjective) competitief, concurrerend, strijdlustig
Voorbeeld:
(noun) handicap, invaliditeit, nadeel
Voorbeeld:
(adjective) kansarm, achtergesteld, benadeeld
Voorbeeld:
(adjective) economisch, zuinig, voordelig
Voorbeeld:
(noun) economie, zuinigheid, besparing
Voorbeeld:
(verb) binnengaan, ingaan, invoeren
Voorbeeld:
(adjective) essentieel, noodzakelijk, wezenlijk;
(noun) essentiële zaken, benodigdheden
Voorbeeld:
(noun) expert, deskundige;
(adjective) deskundig, bekwaam
Voorbeeld:
(phrase) persvrijheid
Voorbeeld:
(noun) schade, letsel;
(verb) schaden, beschadigen
Voorbeeld:
(noun) honger, verlangen, dorst;
(verb) hongeren naar, verlangen naar, honger hebben
Voorbeeld:
(verb) investeren, besteden
Voorbeeld:
(noun) investeerder
Voorbeeld:
(noun) markt;
(verb) op de markt brengen, vermarkten
Voorbeeld:
(noun) vredeshandhaving, vredesbewaring;
(adjective) vredeshandhavend, vredesbewarend
Voorbeeld:
(noun) armoede, gebrek, schaarste
Voorbeeld:
(adjective) praktisch, bruikbaar, nuchter
Voorbeeld:
(verb) bevorderen, promoten, promoveren
Voorbeeld:
(noun) kwaliteit, eigenschap, kenmerk;
(adjective) kwaliteits-, uitstekend
Voorbeeld:
(adjective) regionaal
Voorbeeld:
(noun) relatie, verband, familielid
Voorbeeld:
(noun) respect, eerbied, aandacht;
(verb) respecteren, eerbiedigen
Voorbeeld:
(adjective) technisch, strikt
Voorbeeld:
(noun) handel, ruilhandel, vak;
(verb) handelen, ruilen, uitwisselen
Voorbeeld:
(verb) vaccineren, inenten
Voorbeeld:
(verb) verwelkomen, begroeten;
(exclamation) welkom;
(adjective) welkom, aangenaam;
(noun) welkom, ontvangst
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitvoeren, verrichten
Voorbeeld: