Avatar of Vocabulary Set B1 - Letter W

Vocabulaireverzameling B1 - Letter W in Oxford 3000 - B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Letter W' in 'Oxford 3000 - B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

warm

/wɔːrm/

(adjective) warm, hartelijk;

(verb) opwarmen, verwarmen;

(adverb) warm, hartelijk

Voorbeeld:

The sun felt warm on my skin.
De zon voelde warm op mijn huid.

warn

/wɔːrn/

(verb) waarschuwen, voorlichten, adviseren

Voorbeeld:

We tried to warn them about the approaching storm.
We probeerden hen te waarschuwen voor de naderende storm.

warning

/ˈwɔːr.nɪŋ/

(noun) waarschuwing, alarm, kennisgeving

Voorbeeld:

The dark clouds were a warning of the approaching storm.
De donkere wolken waren een waarschuwing voor de naderende storm.

waste

/weɪst/

(noun) afval, resten, verspilling;

(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;

(adjective) woest, braakliggend

Voorbeeld:

The factory produces a lot of chemical waste.
De fabriek produceert veel chemisch afval.

water

/ˈwɑː.t̬ɚ/

(noun) water;

(verb) wateren, begieten

Voorbeeld:

Please give me a glass of water.
Geef me alsjeblieft een glas water.

wave

/weɪv/

(noun) golf, zwaai, gebaar;

(verb) zwaaien, wenken, wapperen

Voorbeeld:

The boat was tossed by the large waves.
De boot werd heen en weer geslingerd door de grote golven.

weapon

/ˈwep.ən/

(noun) wapen, middel

Voorbeeld:

The police found a dangerous weapon in his car.
De politie vond een gevaarlijk wapen in zijn auto.

weigh

/weɪ/

(verb) wegen, afwegen, beoordelen

Voorbeeld:

The doctor will weigh the baby at the next check-up.
De dokter zal de baby wegen bij de volgende controle.

western

/ˈwes.tɚn/

(adjective) westelijk, westers;

(noun) western

Voorbeeld:

The sun sets in the western sky.
De zon gaat onder in de westelijke hemel.

whatever

/wɑːˈt̬ev.ɚ/

(determiner) wat ook, welke dan ook;

(pronoun) wat ook, alles wat;

(exclamation) wat dan ook, het maakt niet uit

Voorbeeld:

Take whatever you need from the pantry.
Neem wat je nodig hebt uit de voorraadkast.

whenever

/wenˈev.ɚ/

(conjunction) wanneer, telkens als;

(adverb) wanneer dan ook, op elk moment

Voorbeeld:

You can call me whenever you need help.
Je kunt me bellen wanneer je hulp nodig hebt.

whether

/ˈweð.ɚ/

(conjunction) of

Voorbeeld:

I'm not sure whether I should go or stay.
Ik weet niet zeker of ik moet gaan of blijven.

while

/waɪl/

(noun) tijd, poos;

(conjunction) terwijl, gedurende, hoewel;

(verb) verdoen, doorbrengen

Voorbeeld:

I haven't seen her for a while.
Ik heb haar al een tijdje niet gezien.

whole

/hoʊl/

(adjective) heel, geheel, intact;

(noun) geheel, totaliteit;

(adverb) helemaal, volledig

Voorbeeld:

He ate the whole cake by himself.
Hij at de hele taart in zijn eentje op.

will

/wɪl/

(modal verb) zullen, willen, van plan zijn;

(noun) wil, wilskracht, testament;

(verb) vermaken, nalaten

Voorbeeld:

I will be there by 5 PM.
Ik zal er om 17.00 uur zijn.

win

/wɪn/

(verb) winnen, verkrijgen;

(noun) overwinning, winst

Voorbeeld:

Our team hopes to win the championship this year.
Ons team hoopt dit jaar het kampioenschap te winnen.

wing

/wɪŋ/

(noun) vleugel, gedeelte, factie;

(verb) voorzien van vleugels, in de vleugel raken, improviseren

Voorbeeld:

The bird flapped its wings and soared into the sky.
De vogel klapperde met zijn vleugels en zweefde de lucht in.

within

/wɪˈðɪn/

(preposition) binnen, in;

(adverb) binnen, intern

Voorbeeld:

The answer is within these pages.
Het antwoord bevindt zich binnen deze pagina's.

wonder

/ˈwʌn.dɚ/

(noun) verwondering, wonder, fenomeen;

(verb) zich afvragen, verwonderen, verbazen

Voorbeeld:

The Grand Canyon filled them with wonder.
De Grand Canyon vervulde hen met verwondering.

wool

/wʊl/

(noun) wol, wollen stof

Voorbeeld:

This sweater is made of 100% pure wool.
Deze trui is gemaakt van 100% zuivere wol.

worldwide

/ˈwɝːld.waɪd/

(adjective) wereldwijd, over de hele wereld;

(adverb) wereldwijd, over de hele wereld

Voorbeeld:

The company has a worldwide network of distributors.
Het bedrijf heeft een wereldwijd netwerk van distributeurs.

worry

/ˈwɝː.i/

(verb) zich zorgen maken, verontrusten, lastigvallen;

(noun) zorgen, bezorgdheid

Voorbeeld:

Don't worry about a thing; everything will be fine.
Maak je nergens zorgen over; alles komt goed.

worse

/wɝːs/

(adjective) slechter, erger;

(adverb) slechter, erger;

(noun) het ergste, het slechtere

Voorbeeld:

The weather got worse as the day went on.
Het weer werd slechter naarmate de dag vorderde.

worst

/wɝːst/

(adjective) slechtste;

(adverb) het slechtst, het ergst;

(noun) het slechtste, het ergste

Voorbeeld:

This is the worst movie I've ever seen.
Dit is de slechtste film die ik ooit heb gezien.

worth

/wɝːθ/

(noun) waarde, verdienste, prijs;

(adjective) waard

Voorbeeld:

The painting has great artistic worth.
Het schilderij heeft grote artistieke waarde.

written

/ˈrɪt̬.ən/

(adjective) schriftelijk, geschreven;

(past participle) geschreven

Voorbeeld:

Please submit your request in written form.
Gelieve uw verzoek schriftelijk in te dienen.

wrong

/rɑːŋ/

(adjective) fout, verkeerd, onjuist;

(adverb) verkeerd, fout;

(noun) fout, onrecht;

(verb) onrecht aandoen, benadelen

Voorbeeld:

You got the answer wrong.
Je hebt het antwoord fout.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland