Vocabulaireverzameling B1 - Letter L in Oxford 3000 - B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Letter L' in 'Oxford 3000 - B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) etiket, label, stempel;
(verb) etiketteren, labelen, bestempelen
Voorbeeld:
(noun) laboratorium, lab
Voorbeeld:
(noun) gebrek, tekort;
(verb) missen, ontbreken
Voorbeeld:
(adjective) laatste, nieuwste, meest recente;
(adverb) uiterlijk, op zijn laatst
Voorbeeld:
(verb) leggen, eieren leggen;
(noun) ligging, indeling;
(adjective) leken, niet-geestelijk
Voorbeeld:
(noun) laag;
(verb) in lagen leggen, stapelen
Voorbeeld:
(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;
(verb) leiden, gidsen, aanvoeren
Voorbeeld:
(adjective) leidend, toonaangevend, voornaamste
Voorbeeld:
(noun) blad, pagina;
(idiom) een nieuw blad omslaan, een nieuwe start maken;
(verb) bladeren, doorbladeren
Voorbeeld:
(noun) leer;
(verb) slaan, afranselen
Voorbeeld:
(adjective) juridisch, wettelijk, legaal
Voorbeeld:
(noun) vrije tijd, ontspanning
Voorbeeld:
(noun) lengte, duur, tijdsduur
Voorbeeld:
(noun) niveau, peil, vlak;
(adjective) vlak, waterpas;
(verb) egaliseren, vlak maken
Voorbeeld:
(verb) liggen, zich bevinden, liegen;
(noun) leugen, onwaarheid
Voorbeeld:
(preposition) zoals, gelijk aan, bijvoorbeeld;
(verb) leuk vinden, houden van, willen;
(conjunction) als, zoals;
(adverb) zei, was van mening;
(interjection) zoiets als, was van mening;
(noun) gelijke, soortgelijke
Voorbeeld:
(noun) limiet, grens, maximum;
(verb) beperken, begrenzen
Voorbeeld:
(noun) lip, rand;
(verb) brutaal zijn, mondig zijn
Voorbeeld:
(noun) vloeistof;
(adjective) vloeibaar, liquide, contant
Voorbeeld:
(noun) literatuur, geschriften, documentatie
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(noun) levend, in leven, kost;
(adjective) levend, in leven
Voorbeeld:
(adjective) lokaal, plaatselijk;
(noun) lokale bewoner, plaatselijke, stoptrein
Voorbeeld:
(verb) lokaliseren, vinden, vestigen
Voorbeeld:
(adjective) gelegen, gevestigd;
(verb) lokaliseren, vinden
Voorbeeld:
(noun) locatie, plek, locatiebepaling
Voorbeeld:
(adjective) eenzaam, afgelegen
Voorbeeld:
(noun) verlies, tekort
Voorbeeld:
(noun) luxe, weelde, luxeartikel;
(adjective) luxe, weelderig
Voorbeeld: