Vocabulaireverzameling B1 - Letter I in Oxford 3000 - B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Letter I' in 'Oxford 3000 - B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) identiteit, kenmerken
Voorbeeld:
(verb) negeren, voorbijgaan aan
Voorbeeld:
(adjective) illegaal, onwettig
Voorbeeld:
(adjective) denkbeeldig, imaginair
Voorbeeld:
(adjective) onmiddellijk, direct, naaste
Voorbeeld:
(noun) immigrant
Voorbeeld:
(noun) inslag, botsing, impact;
(verb) beïnvloeden, raken, treffen
Voorbeeld:
(verb) importeren, invoeren;
(noun) import, invoer
Voorbeeld:
(noun) belang, belangrijkheid
Voorbeeld:
(noun) indruk, imitatie, nadoening
Voorbeeld:
(adjective) indrukwekkend, imponerend
Voorbeeld:
(noun) verbetering, vooruitgang
Voorbeeld:
(adverb) ongelooflijk, extreem
Voorbeeld:
(adverb) inderdaad, zeker, sterker nog
Voorbeeld:
(verb) aangeven, wijzen op, duiden op
Voorbeeld:
(adjective) indirect, omweg
Voorbeeld:
(adjective) binnen, binnenshuis
Voorbeeld:
(adverb) binnen, naar binnen
Voorbeeld:
(noun) invloed, invloedrijke persoon, influencer;
(verb) beïnvloeden
Voorbeeld:
(noun) ingrediënt, bestanddeel, factor
Voorbeeld:
(verb) verwonden, blesseren, kwetsen
Voorbeeld:
(adjective) gewond, beschadigd, gekwetst;
(verb) verwonden, beschadigen, kwetsen
Voorbeeld:
(adjective) onschuldig, naïef;
(noun) onschuldige
Voorbeeld:
(noun) intelligentie, verstand, inlichtingen
Voorbeeld:
(verb) van plan zijn, beoogen, bestemmen
Voorbeeld:
(noun) intentie, bedoeling, voornemen
Voorbeeld:
(verb) investeren, besteden
Voorbeeld:
(verb) onderzoeken, uitzoeken
Voorbeeld:
(adjective) betrokken, geïmpliceerd, ingewikkeld;
(past participle) betrokken, omvatte
Voorbeeld:
(noun) ijzer, strijkijzer;
(verb) strijken;
(adjective) ijzeren
Voorbeeld:
(noun) kwestie, probleem, punt;
(verb) uitgeven, uitreiken, verstrekken
Voorbeeld:
(pronoun) het, dat;
(noun) het, de situatie
Voorbeeld: