Vocabulaireverzameling A1 - Letter O in Oxford 3000 - A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Letter O' in 'Oxford 3000 - A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) voorwerp, object, doel;
(verb) bezwaar maken, tegenwerpen
Voorbeeld:
(noun) oktober
Voorbeeld:
(adverb) van, af, vrij;
(adjective) uit, afgesloten, afgelast;
(preposition) van, af
Voorbeeld:
(noun) kantoor, bureau, ambt
Voorbeeld:
(adverb) vaak, dikwijls
Voorbeeld:
(exclamation) oké, goed;
(adverb) oké, goed;
(adjective) oké, acceptabel;
(verb) goedkeuren, autoriseren;
(noun) goedkeuring, toestemming
Voorbeeld:
(adjective) oud, voormalig, ouwe
Voorbeeld:
(preposition) op, in;
(adverb) aan, in werking, door;
(adjective) doorgaan, gepland
Voorbeeld:
(adverb) eens, één keer, vroeger;
(conjunction) zodra, wanneer
Voorbeeld:
(noun) ui
Voorbeeld:
(adverb) online, verbonden;
(adjective) online, digitaal
Voorbeeld:
(adverb) alleen, slechts, nog maar;
(adjective) enige, alleen;
(conjunction) alleen, maar
Voorbeeld:
(adjective) open, geopend, onbedekt;
(verb) openen, beginnen;
(adverb) open;
(noun) open ruimte, buitenlucht
Voorbeeld:
(noun) mening, standpunt, publieke opinie
Voorbeeld:
(adjective) tegengesteld, tegenoverliggend, contrasterend;
(noun) tegenovergestelde, tegenpool;
(preposition) tegenover, aan de overkant;
(adverb) tegenover, aan de overkant
Voorbeeld:
(conjunction) of, oftewel, anders
Voorbeeld:
(noun) sinaasappel;
(adjective) oranje
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, volgorde;
(verb) bevelen, opdragen, bestellen
Voorbeeld:
(adjective) ander, andere;
(pronoun) ander, andere
Voorbeeld:
Do you have any other questions?
(adverb) uit, buiten, afwezig;
(adjective) uit, niet populair;
(preposition) uit, weg
Voorbeeld:
(noun) buitenkant, buiten;
(adjective) buiten-, extern;
(adverb) buiten;
(preposition) buiten
Voorbeeld:
(preposition) over, boven, aan de andere kant van;
(adverb) voorbij, afgelopen, om;
(adjective) voorbij, afgelopen
Voorbeeld:
(adjective) eigen;
(verb) bezitten, eigenaar zijn van, toegeven;
(adverb) alleen, zelfstandig
Voorbeeld: