Vocabulaireverzameling A1 - Letter A in Oxford 3000 - A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Letter A' in 'Oxford 3000 - A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(determiner) een;
(noun) A, letter A
Voorbeeld:
(preposition) over, betreffende, ongeveer;
(adverb) bijna, op het punt staan;
(adjective) aanwezig, in de buurt
Voorbeeld:
(preposition) boven, meer dan, verheven boven;
(adverb) boven, omhoog, hoger;
(adjective) hierboven, bovengenoemd;
(noun) het bovengenoemde, het voorgaande
Voorbeeld:
(preposition) over, dwars door, aan de overkant van;
(adverb) over, dwars, duidelijk
Voorbeeld:
(noun) actie, handeling
Voorbeeld:
(noun) activiteit, bedrijvigheid, bezigheid
Voorbeeld:
(noun) acteur
Voorbeeld:
(noun) actrice
Voorbeeld:
(verb) toevoegen, optellen, berekenen
Voorbeeld:
(noun) adres, toespraak, rede;
(verb) toespreken, aanpakken, adresseren
Voorbeeld:
(noun) volwassene;
(adjective) volwassen, rijp
Voorbeeld:
(noun) advies, raad
Voorbeeld:
(adjective) bang, bevreesd, helaas
Voorbeeld:
(preposition) na, achter;
(adverb) daarna, later;
(conjunction) achter, op zoek naar
Voorbeeld:
(noun) middag
Voorbeeld:
(adverb) weer, nogmaals, terug
Voorbeeld:
(noun) leeftijd, tijdperk, tijd;
(verb) verouderen, rijpen
Voorbeeld:
(adverb) geleden
Voorbeeld:
(verb) instemmen, het eens zijn, overeenkomen
Voorbeeld:
(noun) lucht, sfeer, uitstraling;
(verb) uiten, uitzenden, ventileren
Voorbeeld:
(noun) luchthaven, vliegveld
Voorbeeld:
(determiner) alle, heel;
(pronoun) alles, iedereen;
(adverb) helemaal, volledig
Voorbeeld:
(adverb) ook, tevens, daarenboven
Voorbeeld:
(adverb) altijd, voor altijd, voortdurend
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, verbazingwekkend
Voorbeeld:
(conjunction) en, bovendien
Voorbeeld:
(adjective) boos, woedend
Voorbeeld:
(noun) dier, beest, barbaar;
(adjective) dierlijk
Voorbeeld:
(determiner) nog een, een andere, verschillende;
(pronoun) een ander, nog een
Voorbeeld:
(noun) antwoord, reactie;
(verb) antwoorden, beantwoorden
Voorbeeld:
(determiner) enig, enige, elke;
(pronoun) enig, iemand;
(adverb) enigszins, helemaal
Voorbeeld:
(pronoun) iemand, wie dan ook
Voorbeeld:
(pronoun) iets, enig, alles;
(adverb) enigszins, helemaal
Voorbeeld:
(noun) appartement, flat
Voorbeeld:
(noun) appel
Voorbeeld:
(noun) gebied, streek, oppervlakte
Voorbeeld:
(noun) arm, wapen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(preposition) rond, om, in de buurt;
(adverb) rond, in de buurt, overal
Voorbeeld:
(verb) aankomen, bereiken, aanbreken
Voorbeeld:
(noun) kunst, vaardigheid
Voorbeeld:
(noun) artikel, voorwerp, stuk;
(article) lidwoord
Voorbeeld:
(noun) kunstenaar, artieste, artiest
Voorbeeld:
(conjunction) terwijl, als, omdat;
(adverb) als, zoals;
(preposition) zoals, zo
Voorbeeld:
(verb) vragen, informeren, verzoeken;
(noun) vraag, verzoek
Voorbeeld:
(adjective) verheven, majestueus, eerbiedwaardig;
(noun) augustus
Voorbeeld:
(noun) tante
Voorbeeld:
(noun) herfst
Voorbeeld:
(adverb) weg, af, door;
(adjective) verderop, weg
Voorbeeld: