Vocabulaireverzameling Top 226 - 250 Verbs in 500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 226 - 250 Verbs' in '500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) oplossen
Voorbeeld:
(verb) vernietigen, verwoesten, kapotmaken
Voorbeeld:
(verb) reageren, antwoorden, respons geven
Voorbeeld:
(verb) bespreken, discussiëren
Voorbeeld:
(noun) aanval, kritiek;
(verb) aanvallen, bekritiseren
Voorbeeld:
(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten
Voorbeeld:
(adjective) eigen;
(verb) bezitten, eigenaar zijn van, toegeven;
(adverb) alleen, zelfstandig
Voorbeeld:
(verb) vervangen, in de plaats komen van, terugplaatsen
Voorbeeld:
(verb) slaan, afranselen, verslaan;
(noun) beat, ritme, slag;
(adjective) uitgeput, moe
Voorbeeld:
(noun) kosten, prijs, opoffering;
(verb) kosten, resulteren in verlies
Voorbeeld:
(verb) identificeren, herkennen, associëren
Voorbeeld:
(verb) springen, hossen, schieten;
(noun) sprong, hup, stijging
Voorbeeld:
(verb) kiezen, selecteren;
(adjective) select, uitgekozen
Voorbeeld:
(noun) hoofd, kop, leider;
(verb) gaan, zich begeven, leiden;
(adjective) hoofd, voorste
Voorbeeld:
(noun) reuk, reukvermogen, geur;
(verb) ruiken, besnuffelen, geuren
Voorbeeld:
(noun) stok, tak, lat;
(verb) plakken, kleven, steken
Voorbeeld:
(verb) betogen, pleiten, ruziën
Voorbeeld:
(adjective) laatste, meest recente;
(adverb) laatst, voor het laatst;
(verb) duren, meegaan, blijven bestaan
Voorbeeld:
(noun) stap, trede, opstapje;
(verb) stappen, lopen
Voorbeeld:
(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;
(verb) oefenen, trainen, uitoefenen
Voorbeeld:
(verb) passen, zitten, passen bij;
(noun) pasvorm, passing, aanval;
(adjective) fit, in vorm, geschikt
Voorbeeld:
(verb) lijden, ondergaan, lijden aan
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, verstellen, zich schikken
Voorbeeld:
(verb) huilen, schreeuwen, roepen;
(noun) kreet, roep, huilbui
Voorbeeld:
(verb) tellen, meetellen, inclusief zijn;
(noun) telling, aantal, aanklacht
Voorbeeld: