Avatar of Vocabulary Set Top 76 - 100 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 76 - 100 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 76 - 100 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

natural

/ˈnætʃ.ɚ.əl/

(adjective) natuurlijk, normaal, vanzelfsprekend;

(noun) natuurlijk talent, geboren talent

Voorbeeld:

The Grand Canyon is a stunning natural wonder.
De Grand Canyon is een adembenemend natuurlijk wonder.

normal

/ˈnɔːr.məl/

(adjective) normaal, gebruikelijk;

(noun) normaal, standaard

Voorbeeld:

It's normal to feel nervous before a big presentation.
Het is normaal om nerveus te zijn voor een grote presentatie.

quick

/kwɪk/

(adjective) snel, vlug, kort;

(adverb) snel, vlug

Voorbeeld:

He made a quick decision.
Hij nam een snelle beslissing.

powerful

/ˈpaʊ.ɚ.fəl/

(adjective) krachtig, machtig, sterk

Voorbeeld:

He delivered a powerful speech that moved the audience.
Hij hield een krachtige toespraak die het publiek raakte.

general

/ˈdʒen.ər.əl/

(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;

(noun) generaal

Voorbeeld:

There is a general feeling of optimism.
Er is een algemeen gevoel van optimisme.

dark

/dɑːrk/

(adjective) donker, sinister;

(noun) donker, duisternis

Voorbeeld:

It's getting dark outside.
Het wordt donker buiten.

late

/leɪt/

(adjective) laat, te laat, eind-;

(adverb) laat, te laat, tot laat

Voorbeeld:

She was late for her appointment.
Ze was te laat voor haar afspraak.

main

/meɪn/

(adjective) belangrijkste, hoofd;

(noun) hoofdleiding, hoofdkabel

Voorbeeld:

The main reason for his success is hard work.
De belangrijkste reden voor zijn succes is hard werken.

safe

/seɪf/

(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;

(noun) kluis, brandkast

Voorbeeld:

Keep your valuables in a safe place.
Bewaar je waardevolle spullen op een veilige plek.

ok

/ˌoʊˈkeɪ/

(exclamation) oké, goed;

(adverb) oké, goed;

(adjective) oké, acceptabel;

(verb) goedkeuren, autoriseren;

(noun) goedkeuring, toestemming

Voorbeeld:

“Let's meet at 7 PM.” “OK.”
“Laten we om 19.00 uur afspreken.” “Oké.”

healthy

/ˈhel.θi/

(adjective) gezond, heilzaam, flink

Voorbeeld:

Eating fruits and vegetables helps you stay healthy.
Het eten van fruit en groenten helpt je gezond te blijven.

dead

/ded/

(adjective) dood, overleden, inactief;

(adverb) helemaal, volledig;

(noun) diepte, midden

Voorbeeld:

The bird was found dead in the garden.
De vogel werd dood in de tuin gevonden.

impressed

/ɪmˈprest/

(adjective) onder de indruk, geïmponeerd;

(verb) indruk maken op, imponeren

Voorbeeld:

I was very impressed by her performance.
Ik was erg onder de indruk van haar optreden.

political

/pəˈlɪt̬.ə.kəl/

(adjective) politiek

Voorbeeld:

The current political climate is very tense.
Het huidige politieke klimaat is erg gespannen.

major

/ˈmeɪ.dʒɚ/

(adjective) belangrijk, groot, ernstig;

(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;

(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in

Voorbeeld:

This is a major problem that needs immediate attention.
Dit is een groot probleem dat onmiddellijke aandacht vereist.

specific

/spəˈsɪf.ɪk/

(adjective) specifiek, bepaald, specifiek voor

Voorbeeld:

Please provide specific examples.
Gelieve specifieke voorbeelden te geven.

worth

/wɝːθ/

(noun) waarde, verdienste, prijs;

(adjective) waard

Voorbeeld:

The painting has great artistic worth.
Het schilderij heeft grote artistieke waarde.

top

/tɑːp/

(noun) top, bovenkant, bovenstuk;

(adjective) bovenste, hoogste, top;

(verb) toppen, overtreffen, afdekken;

(adverb) boven, bovenop

Voorbeeld:

He reached the top of the mountain.
Hij bereikte de top van de berg.

personal

/ˈpɝː.sən.əl/

(adjective) persoonlijk, privé, eigenhandig

Voorbeeld:

This is my personal opinion.
Dit is mijn persoonlijke mening.

excited

/ɪkˈsaɪ.t̬ɪd/

(adjective) enthousiast, opgewonden

Voorbeeld:

The children were very excited about their trip to the zoo.
De kinderen waren erg enthousiast over hun uitstapje naar de dierentuin.

upbeat

/ˈʌp.biːt/

(adjective) optimistisch, opgewekt;

(noun) opmaat, onbeklemtoonde tel

Voorbeeld:

Despite the challenges, she maintained an upbeat attitude.
Ondanks de uitdagingen behield ze een optimistische houding.

available

/əˈveɪ.lə.bəl/

(adjective) beschikbaar, verkrijgbaar

Voorbeeld:

The book is available at the library.
Het boek is beschikbaar in de bibliotheek.

actual

/ˈæk.tʃu.əl/

(adjective) werkelijk, feitelijk, eigenlijk

Voorbeeld:

The actual cost was much higher than estimated.
De werkelijke kosten waren veel hoger dan geschat.

sorry

/ˈsɔːr.i/

(adjective) spijtig, berouwvol, medelijden;

(exclamation) sorry, excuseer

Voorbeeld:

I'm sorry for the mistake I made.
Het spijt me voor de fout die ik heb gemaakt.

cold

/koʊld/

(adjective) koud, afstandelijk, ongevoelig;

(noun) verkoudheid

Voorbeeld:

It's cold outside, so wear a jacket.
Het is koud buiten, dus draag een jas.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland