Vocabulaireverzameling Top 76 - 100 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 76 - 100 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) natuurlijk, normaal, vanzelfsprekend;
(noun) natuurlijk talent, geboren talent
Voorbeeld:
(adjective) normaal, gebruikelijk;
(noun) normaal, standaard
Voorbeeld:
(adjective) snel, vlug, kort;
(adverb) snel, vlug
Voorbeeld:
(adjective) krachtig, machtig, sterk
Voorbeeld:
(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;
(noun) generaal
Voorbeeld:
(adjective) donker, sinister;
(noun) donker, duisternis
Voorbeeld:
(adjective) laat, te laat, eind-;
(adverb) laat, te laat, tot laat
Voorbeeld:
(adjective) belangrijkste, hoofd;
(noun) hoofdleiding, hoofdkabel
Voorbeeld:
(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;
(noun) kluis, brandkast
Voorbeeld:
(exclamation) oké, goed;
(adverb) oké, goed;
(adjective) oké, acceptabel;
(verb) goedkeuren, autoriseren;
(noun) goedkeuring, toestemming
Voorbeeld:
(adjective) gezond, heilzaam, flink
Voorbeeld:
(adjective) dood, overleden, inactief;
(adverb) helemaal, volledig;
(noun) diepte, midden
Voorbeeld:
(adjective) onder de indruk, geïmponeerd;
(verb) indruk maken op, imponeren
Voorbeeld:
(adjective) politiek
Voorbeeld:
(adjective) belangrijk, groot, ernstig;
(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;
(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in
Voorbeeld:
(adjective) specifiek, bepaald, specifiek voor
Voorbeeld:
(noun) waarde, verdienste, prijs;
(adjective) waard
Voorbeeld:
(noun) top, bovenkant, bovenstuk;
(adjective) bovenste, hoogste, top;
(verb) toppen, overtreffen, afdekken;
(adverb) boven, bovenop
Voorbeeld:
(adjective) persoonlijk, privé, eigenhandig
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(adjective) optimistisch, opgewekt;
(noun) opmaat, onbeklemtoonde tel
Voorbeeld:
(adjective) beschikbaar, verkrijgbaar
Voorbeeld:
(adjective) werkelijk, feitelijk, eigenlijk
Voorbeeld:
(adjective) spijtig, berouwvol, medelijden;
(exclamation) sorry, excuseer
Voorbeeld:
(adjective) koud, afstandelijk, ongevoelig;
(noun) verkoudheid
Voorbeeld: