Vocabulaireverzameling Top 401 - 425 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 401 - 425 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) grondwettelijk, constitutioneel, inherent
Voorbeeld:
(preposition) zoals, gelijk aan, bijvoorbeeld;
(verb) leuk vinden, houden van, willen;
(conjunction) als, zoals;
(adverb) zei, was van mening;
(interjection) zoiets als, was van mening;
(noun) gelijke, soortgelijke
Voorbeeld:
(noun) professional, pro, voordeel;
(adjective) professioneel
Voorbeeld:
(adjective) rijk, welgesteld
Voorbeeld:
(adjective) onmiddellijk, direct, naaste
Voorbeeld:
(adjective) mobiel, beweeglijk;
(noun) mobiel, gsm, hangdecoratie
Voorbeeld:
(adjective) opmerkelijk, bijzonder, uitzonderlijk
Voorbeeld:
(adjective) relatief, vergelijkend, gerelateerd;
(noun) familielid, verwant
Voorbeeld:
(adjective) voornaamste, belangrijkste, uitstekend;
(noun) bloei, hoogtepunt, priemgetal;
(verb) voorbereiden, activeren
Voorbeeld:
(adjective) biologisch, organisch, natuurlijk
Voorbeeld:
(adjective) lastig, moeilijk, sluw
Voorbeeld:
(adjective) gefocust, geconcentreerd;
(past participle) focussen, scherpstellen
Voorbeeld:
(adjective) magisch, betoverend, prachtig
Voorbeeld:
(adjective) stom, spraakloos, dom;
(verb) vereenvoudigen, versimpelen
Voorbeeld:
(adjective) zonne-, zon, op zonne-energie
Voorbeeld:
(noun) plastic;
(adjective) plastic, plastisch, buigzaam
Voorbeeld:
(noun) Indiër, Indiase, Indiaan;
(adjective) Indiaas, Indiaans, inheems Amerikaans
Voorbeeld:
(noun) zuiden;
(adjective) zuidelijk;
(adverb) zuidwaarts
Voorbeeld:
(adjective) gegeven, bepaald, gezien;
(past participle) gegeven
Voorbeeld:
(noun) magie, toverkunst, charme;
(adjective) magisch, betoverend;
(verb) toveren, wegtoveren
Voorbeeld:
(adjective) kalm, rustig, windstil;
(verb) kalmeren, tot rust brengen;
(noun) kalmte, rust
Voorbeeld:
(noun) komiek, grappenmaker, stripboek;
(adjective) komisch, grappig
Voorbeeld:
(adjective) kort, bondig, beknopt;
(noun) briefing, instructie, slip;
(verb) briefen, informeren
Voorbeeld:
(adjective) gewoon, alledaags;
(noun) het gewone, het alledaagse
Voorbeeld:
(noun) senior, oudere, laatstejaars;
(adjective) senior, ouder, hoger in rang
Voorbeeld: