Avatar of Vocabulary Set Muziek

Vocabulaireverzameling Muziek in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Muziek' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

arpeggio

/ɑːrˈpedʒ.i.oʊ/

(noun) arpeggio

Voorbeeld:

The pianist played a beautiful arpeggio across the keys.
De pianist speelde een prachtige arpeggio over de toetsen.

atonality

/ˌeɪ.toʊˈnæl.ə.ti/

(noun) atonaliteit

Voorbeeld:

Schoenberg's early works explored the concept of atonality.
Schoenbergs vroege werken verkenden het concept van atonaliteit.

counterpoint

/ˈkaʊn.t̬ɚ.pɔɪnt/

(noun) contrapunt, tegenhanger;

(verb) contrasteren, tegenwicht bieden

Voorbeeld:

Bach's fugues are masterpieces of counterpoint.
Bachs fuga's zijn meesterwerken van contrapunt.

libretto

/lɪˈbret̬.oʊ/

(noun) libretto, operatekst

Voorbeeld:

The composer collaborated with a poet to write the libretto for the new opera.
De componist werkte samen met een dichter om het libretto voor de nieuwe opera te schrijven.

rendition

/renˈdɪʃ.ən/

(noun) uitvoering, vertolking, weergave

Voorbeeld:

Her rendition of the classic song was breathtaking.
Haar uitvoering van het klassieke lied was adembenemend.

video jockey

/ˈvɪd.i.oʊ ˌdʒɑː.ki/

(noun) videojockey, VJ

Voorbeeld:

The video jockey announced the next hit song.
De videojockey kondigde het volgende hitnummer aan.

cadenza

/kəˈden.zə/

(noun) cadenza

Voorbeeld:

The pianist performed a brilliant cadenza in the final movement of the concerto.
De pianist voerde een briljante cadenza uit in het laatste deel van het concerto.

chaconne

/ʃəˈkɑːn/

(noun) chaconne

Voorbeeld:

Bach's Chaconne from the Partita in D minor is a masterpiece for solo violin.
Bachs Chaconne uit de Partita in d-klein is een meesterwerk voor soloviool.

ditty

/ˈdɪt̬.i/

(noun) liedje, rijmpje

Voorbeeld:

He hummed a cheerful ditty as he worked.
Hij neuriede een vrolijk liedje terwijl hij werkte.

rhapsody

/ˈræp.sə.di/

(noun) lofzang, enthousiaste uitdrukking, rapsodie

Voorbeeld:

He launched into a rhapsody about the beauty of the mountains.
Hij begon aan een lofzang over de schoonheid van de bergen.

repertoire

/ˈrep.ɚ.twɑːr/

(noun) repertoire, scala, bereik

Voorbeeld:

The opera singer has an impressive repertoire of arias.
De operazanger heeft een indrukwekkend repertoire aan aria's.

treble

/ˈtreb.əl/

(noun) sopraan, treble, triple;

(verb) verdrievoudigen;

(adjective) drievoudig, driedelig

Voorbeeld:

The choir's treble section sang beautifully.
De sopraansectie van het koor zong prachtig.

clef

/klef/

(noun) sleutel

Voorbeeld:

The treble clef is used for higher-pitched instruments.
De G-sleutel wordt gebruikt voor instrumenten met een hogere toonhoogte.

crossover

/ˈkrɑːs.oʊ.vɚ/

(noun) oversteekplaats, kruising, crossover;

(verb) overstappen, overgaan

Voorbeeld:

The pedestrian used the designated crossover to get to the other side of the road.
De voetganger gebruikte de aangewezen oversteekplaats om naar de andere kant van de weg te gaan.

solfège

/ˈsɑːl.feʒ/

(noun) solfège, muziektheorie

Voorbeeld:

Students learn to read music through solfège exercises.
Studenten leren muziek lezen door middel van solfège-oefeningen.

riff

/rɪf/

(noun) riff, uitweiding, grap;

(verb) riffen, uitweiden

Voorbeeld:

The guitarist played a catchy riff throughout the song.
De gitarist speelde een pakkende riff gedurende het hele nummer.

ensemble

/ˌɑːnˈsɑːm.bəl/

(noun) ensemble, groep, outfit

Voorbeeld:

The jazz ensemble played a captivating melody.
Het jazzensemble speelde een betoverende melodie.

fanfare

/ˈfæn.fer/

(noun) fanfare, trompetgeschal, ophef

Voorbeeld:

The arrival of the queen was announced with a loud fanfare.
De aankomst van de koningin werd aangekondigd met een luide fanfare.

metronome

/ˈmet.rə.noʊm/

(noun) metronoom

Voorbeeld:

The pianist used a metronome to keep a steady tempo.
De pianist gebruikte een metronoom om een stabiel tempo aan te houden.

spiccato

/spɪˈkɑːtoʊ/

(noun) spiccato;

(adverb) spiccato

Voorbeeld:

The violinist performed the passage with a brilliant spiccato.
De violist voerde de passage uit met een briljante spiccato.

orchestra pit

/ˈɔːr.kɪ.strə pɪt/

(noun) orkestbak

Voorbeeld:

The conductor stood in the orchestra pit, ready to begin the opera.
De dirigent stond in de orkestbak, klaar om de opera te beginnen.

fingering

/ˈfɪŋ.ɡɚ.ɪŋ/

(noun) aanraking, betasting, vingerzetting;

(verb) aanraken, betasten

Voorbeeld:

He was caught fingering the merchandise.
Hij werd betrapt op het aanraken van de koopwaar.

euphony

/ˈjuː.fə.ni/

(noun) welluidendheid, eufonie

Voorbeeld:

The poet carefully chose words for their euphony and rhythm.
De dichter koos zorgvuldig woorden voor hun welluidendheid en ritme.

virtuoso

/ˌvɝː.tʃuˈoʊ.soʊ/

(noun) virtuoos, meester;

(adjective) virtuoos, meesterlijk

Voorbeeld:

He is a piano virtuoso, capable of playing the most complex pieces with ease.
Hij is een pianovirtuoos, in staat om de meest complexe stukken met gemak te spelen.

fugue

/fjuːɡ/

(noun) fuga, dissociatieve fuga

Voorbeeld:

Bach's 'Toccata and Fugue in D minor' is a masterpiece of classical music.
Bach's 'Toccata en Fuga in D mineur' is een meesterwerk van klassieke muziek.

overture

/ˈoʊ.vɚ.tʃɚ/

(noun) ouverture, inleiding, voorspel

Voorbeeld:

The opera began with a dramatic overture.
De opera begon met een dramatische ouverture.

reverberation

/rɪˌvɝː.bəˈreɪ.ʃən/

(noun) galm, nagalm, nawerking

Voorbeeld:

The reverberation of the thunder filled the valley.
De galm van de donder vulde de vallei.

coda

/ˈkoʊ.də/

(noun) coda, slotpassage, slotstuk

Voorbeeld:

The symphony ended with a powerful coda.
De symfonie eindigde met een krachtige coda.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland