Vocabulaireverzameling B1 - Persoonlijke Kenmerken 2 in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Persoonlijke Kenmerken 2' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) natuur, aard, karakter
Voorbeeld:
(noun) individu, persoon;
(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek
Voorbeeld:
(adjective) verschrikkelijk, afschuwelijk, onaangenaam
Voorbeeld:
(adjective) afhankelijk van, afhankelijk;
(noun) afhankelijke, kostganger
Voorbeeld:
(adjective) georganiseerd, gestructureerd, efficiënt;
(past participle) organiseerde, georganiseerd
Voorbeeld:
(adjective) uitgaand, sociaal, vertrekkend
Voorbeeld:
(verb) doen alsof, veinzen, beweren
Voorbeeld:
(noun) kwaliteit, eigenschap, kenmerk;
(adjective) kwaliteits-, uitstekend
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(adjective) persoonlijk, privé, eigenhandig
Voorbeeld:
(adjective) ontspannen, relaxed, soepel
Voorbeeld:
(adjective) gemakkelijk, eenvoudig, ontspannen;
(adverb) gemakkelijk, eenvoudig;
(exclamation) rustig, voorzichtig
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, degelijk
Voorbeeld:
(adjective) wijs, verstandig;
(suffix) gewijs, wat betreft
Voorbeeld:
(adjective) langzaam, traag, dom;
(adverb) langzaam;
(verb) vertragen, afremmen
Voorbeeld:
(noun) truc, streek, kunstje;
(verb) bedriegen, foppen
Voorbeeld:
(adjective) zwak, ondoeltreffend, breekbaar
Voorbeeld:
(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn;
(adjective) gemeen, vals, gierig;
(noun) gemiddelde
Voorbeeld:
(adjective) kinderlijk, kinderachtig
Voorbeeld:
(adjective) loyaal, trouw
Voorbeeld:
(adjective) open, geopend, onbedekt;
(verb) openen, beginnen;
(adverb) open;
(noun) open ruimte, buitenlucht
Voorbeeld:
(adjective) kwaad, boos;
(noun) het kwaad, boosheid
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van
Voorbeeld:
(adjective) mysterieus, raadselachtig, geheimzinnig
Voorbeeld:
(adjective) vastbesloten, vastberaden;
(verb) vastgesteld, bepaald
Voorbeeld:
(noun) zorg, aangelegenheid, bedrijf;
(verb) betreffen, aangaan, zorgen baren
Voorbeeld:
(verb) waarderen, erkennen, inzien
Voorbeeld: