Vocabulaireverzameling B1 - Media en Journalistiek in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Media en Journalistiek' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) de media
Voorbeeld:
(noun) advertentie, reclame
Voorbeeld:
(verb) adverteren, reclame maken, bekendmaken
Voorbeeld:
(noun) adviesrubriek, vraag-en-antwoordrubriek
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(verb) uitzenden, uitstralen, verkondigen;
(noun) uitzending, programma
Voorbeeld:
(noun) kanaal, waterweg, richting;
(verb) kanaliseren, leiden, uitdrukken
Voorbeeld:
(adjective) commercieel, handels-, winstgevend;
(noun) reclamespot, commercial
Voorbeeld:
(noun) editie, uitgave, oplage
Voorbeeld:
(verb) publiceren, uitgeven, bekendmaken
Voorbeeld:
(verb) bewerken, redigeren, monteren;
(noun) bewerking, correctie
Voorbeeld:
(noun) episode, gebeurtenis, voorval
Voorbeeld:
(noun) voorpagina, eerste pagina
Voorbeeld:
(verb) bedekken, afdekken, behandelen;
(noun) deksel, omslag, cover
Voorbeeld:
(noun) kop, hoofding;
(verb) headlinen, de hoofdact zijn
Voorbeeld:
(noun) gastheer, gastvrouw, menigte;
(verb) hosten, organiseren, onderbrengen
Voorbeeld:
(noun) sollicitatiegesprek, interview, gesprek;
(verb) interviewen, ondervragen
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, introduceren, invoeren
Voorbeeld:
(noun) item, artikel, stuk
Voorbeeld:
(noun) tijdschrift, blad, dagboek
Voorbeeld:
(noun) luisteraar
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(noun) netwerk, web, groep;
(verb) netwerken, verbinden
Voorbeeld:
(noun) station, halte, post;
(verb) stationeren, plaatsen
Voorbeeld:
(noun) stuk, deel, item;
(verb) samenvoegen, herstellen
Voorbeeld:
(noun) podcast;
(verb) podcasten
Voorbeeld:
(verb) drukken, persen, strijken;
(noun) pers, media, drukpers
Voorbeeld:
(noun) lezer, leestoestel, leesboek
Voorbeeld:
(noun) rapport, verslag, knal;
(verb) melden, verslag doen, rapporteren aan
Voorbeeld:
(verb) tonen, laten zien, presenteren;
(noun) show, voorstelling, vertoning
Voorbeeld:
(noun) soapserie, soap
Voorbeeld:
(noun) studio, atelier, productiebedrijf
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld:
(noun) kijker, toeschouwer
Voorbeeld:
(verb) abonneren, inschrijven, instemmen met
Voorbeeld: