Vocabulaireverzameling B1 - Familie en Relaties in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Familie en Relaties' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) relatie, verband, familielid
Voorbeeld:
(noun) relatie, verband, omgang
Voorbeeld:
(noun) vriendschap
Voorbeeld:
(noun) moederschap
Voorbeeld:
(noun) vaderschap
Voorbeeld:
(adjective) relatief, vergelijkend, gerelateerd;
(noun) familielid, verwant
Voorbeeld:
(noun) huwelijk, echtverbintenis, combinatie
Voorbeeld:
(adjective) ongehuwd, ongebonden, vrijgezel
Voorbeeld:
(adjective) betrokken, bezig, verloofd
Voorbeeld:
(adjective) gescheiden, apart, afzonderlijk;
(verb) scheiden, afzonderen
Voorbeeld:
(noun) bruid
Voorbeeld:
(noun) bruidegom, paardenverzorger, staljongen;
(verb) verzorgen, poetsen, voorbereiden
Voorbeeld:
(noun) echtgenoot, echtgenote, partner;
(verb) trouwen, huwen
Voorbeeld:
(noun) alleenstaande ouder
Voorbeeld:
(noun) enig kind
Voorbeeld:
(noun) familie, gezin, geslacht;
(adjective) familie-, gezins-
Voorbeeld:
(noun) schoonmoeder
Voorbeeld:
(noun) schoonvader
Voorbeeld:
(noun) schoonzus
Voorbeeld:
(noun) zwager
Voorbeeld:
(noun) schoondochter
Voorbeeld:
(noun) schoonzoon
Voorbeeld:
(plural noun) schoonouders
Voorbeeld:
(noun) generatie, opwekking, afstamming
Voorbeeld:
(verb) verlaten, achterlaten, opgeven;
(noun) overgave, onbezonnenheid
Voorbeeld:
(phrasal verb) opvoeden, ter sprake brengen, aankaarten
Voorbeeld:
(verb) valsspelen, bedriegen, vreemdgaan;
(noun) valsspeler, bedrieger
Voorbeeld:
(verb) verlaten, vertrekken, laten;
(noun) verlof, vrij, toestemming
Voorbeeld:
(verb) scheiden, afzonderen, uit elkaar gaan;
(adjective) gescheiden, apart
Voorbeeld:
(verb) sluiten, dichtdoen, afsluiten;
(adjective) dichtbij, nabij, nauwkeurig;
(adverb) dichtbij, nabij
Voorbeeld:
(adjective) gerelateerd, verbonden, verwant
Voorbeeld: