Vocabulaireverzameling B1 - Uiterlijk in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Uiterlijk' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) cijfer, getal, figuur;
(verb) denken, verwachten, uitvinden
Voorbeeld:
(noun) schoonheid, knappe vrouw, uitmuntend exemplaar
Voorbeeld:
(noun) aantrekkelijkheid, charme
Voorbeeld:
(adjective) verbluffend, adembenemend, prachtig
Voorbeeld:
(adjective) prachtig, schitterend, magnifiek
Voorbeeld:
(noun) lelijkheid, afzichtelijkheid, afschuwelijkheid
Voorbeeld:
(adjective) onaantrekkelijk, lelijk
Voorbeeld:
(adjective) mollig, gezet
Voorbeeld:
(adjective) overgewicht, te zwaar
Voorbeeld:
(adjective) zwaarlijvig, obees, vet
Voorbeeld:
(adjective) ondergewicht, te licht
Voorbeeld:
(noun) kapsel, haardracht
Voorbeeld:
(adjective) dik, dicht, compact;
(adverb) dicht, dik
Voorbeeld:
(noun) kam;
(verb) kammen, doorzoeken, uitkammen
Voorbeeld:
(noun) kapsel, haarsnit, knipbeurt
Voorbeeld:
(verb) scheren, terugdringen, verminderen;
(noun) scheerbeurt
Voorbeeld:
(adjective) harig, behaard, gevaarlijk
Voorbeeld:
(adjective) grijsgehaard, met grijs haar
Voorbeeld:
(adjective) eerlijk, rechtvaardig, licht;
(noun) kermis, beurs;
(verb) verlichten, ophelderen;
(adverb) eerlijk, rechtvaardig
Voorbeeld:
(noun) gember, roodbruin, oranjebruin;
(adjective) rood, roodbruin
Voorbeeld:
(adjective) rood, blozend;
(noun) rood, de kleur rood
Voorbeeld:
(adjective) glanzend, blinkend
Voorbeeld:
(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze
Voorbeeld:
(adjective) licht, bleek;
(verb) verbleken, in het niet vallen;
(noun) grens, omheining
Voorbeeld:
(noun) frons, gefronste wenkbrauwen;
(verb) fronsen, de wenkbrauwen fronsen
Voorbeeld:
(noun) lach, grijns;
(verb) glimlachen, grijnzen
Voorbeeld:
(noun) vlek, stip, plek;
(verb) zien, opmerken
Voorbeeld:
(noun) sproet;
(verb) sproeten krijgen, sproeten
Voorbeeld:
(adjective) goed gekleed, elegant
Voorbeeld:
(noun) race, wedstrijd, ras;
(verb) racen, wedijveren, snel bewegen
Voorbeeld:
(noun) vorm, gestalte, structuur;
(verb) vormen, modelleren
Voorbeeld:
(adjective) klein, weinig, jong;
(determiner) weinig, beetje;
(adverb) een beetje, weinig
Voorbeeld: