Vocabulaireverzameling A2 - Werkgelegenheid en Banen 2 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Werkgelegenheid en Banen 2' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verkoopmedewerker, verkoper, verkoopster
Voorbeeld:
(noun) modeontwerper
Voorbeeld:
(noun) boer, landbouwer
Voorbeeld:
(noun) soldaat;
(verb) doorgaan, volhouden
Voorbeeld:
(noun) officier, ambtenaar;
(verb) voorzien van officieren, officieren aanstellen
Voorbeeld:
(noun) kapper, haarstylist
Voorbeeld:
(noun) wetenschapper
Voorbeeld:
(noun) chemicus, apotheker, apotheek
Voorbeeld:
(noun) hoofd, kop, leider;
(verb) gaan, zich begeven, leiden;
(adjective) hoofd, voorste
Voorbeeld:
(noun) politicus, politica
Voorbeeld:
(noun) organisatie, instelling, ordening
Voorbeeld:
(noun) titel, functie, kampioenschap;
(verb) tituleren, benoemen
Voorbeeld:
(noun) personeel, staf, stok;
(verb) bemannen, personeel leveren
Voorbeeld:
(noun) salaris, loon
Voorbeeld:
(verb) optillen, verhogen, vergroten;
(noun) salarisverhoging, loonsverhoging
Voorbeeld:
(noun) overwerk, overtijd, verlenging;
(adverb) over, overtijd
Voorbeeld:
(noun) promotie, reclame, bevordering
Voorbeeld:
(noun) aanbeveling, advies, referentie
Voorbeeld:
(noun) vergadering, bijeenkomst, ontmoeting;
(verb) ontmoetend, vergaderend
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(noun) sollicitatiegesprek
Voorbeeld:
(noun) leerling, stagiair;
(verb) in de leer doen, opleiden
Voorbeeld:
(adjective) fulltime, voltijds;
(adverb) fulltime, voltijds
Voorbeeld:
(adjective) parttime;
(adverb) parttime
Voorbeeld:
(adjective) gepensioneerd;
(past participle) gepensioneerd, uit bedrijf genomen
Voorbeeld:
(verb) aannemen, inhuren, huren;
(noun) aanwerving, huur
Voorbeeld:
(noun) vuur, brand, schieten;
(verb) vuren, afschieten, ontslaan
Voorbeeld:
(verb) verdienen
Voorbeeld:
(verb) opzeggen, verlaten, stoppen met;
(noun) vertrek, opzegging
Voorbeeld:
(noun) samenvatting, overzicht, cv
Voorbeeld:
(verb) betalen, vergoeden, boeten;
(noun) salaris, loon
Voorbeeld: