Vocabulaireverzameling A1 - Weer en Natuur in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Weer en Natuur' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) weer;
(verb) verweren, aantasten, doorstaan
Voorbeeld:
(noun) temperatuur, koorts
Voorbeeld:
(noun) vuur, brand, schieten;
(verb) vuren, afschieten, ontslaan
Voorbeeld:
(adjective) heet, warm, pittig;
(adverb) heet, warm
Voorbeeld:
(adjective) koud, afstandelijk, ongevoelig;
(noun) verkoudheid
Voorbeeld:
(adjective) zonnig, opgewekt, optimistisch
Voorbeeld:
(noun) wolk, schaduw, probleem;
(verb) vertroebelen, verduisteren
Voorbeeld:
(adjective) bewolkt, troebel, ondoorzichtig
Voorbeeld:
(noun) regen;
(verb) regenen
Voorbeeld:
(adjective) regenachtig
Voorbeeld:
(noun) sneeuw;
(verb) sneeuwen
Voorbeeld:
(adjective) besneeuwd, sneeuwwit, donszacht
Voorbeeld:
(noun) ijs, ijsje, sorbet;
(verb) bevriezen, koelen, glazuren
Voorbeeld:
(noun) natuur, aard, karakter
Voorbeeld:
(noun) zon, zonlicht, zonnewarmte;
(verb) zonnen, blootstellen aan de zon
Voorbeeld:
(noun) maan, natuurlijke satelliet;
(verb) billen tonen, moonen, zwijmelen
Voorbeeld:
(noun) aarde, wereld, grond;
(verb) aarden, gronden
Voorbeeld:
(noun) lucht, hemel
Voorbeeld:
(noun) zee, meer, grote hoeveelheid
Voorbeeld:
(noun) berg, hoop
Voorbeeld:
(noun) strand;
(verb) aan land brengen, stranden
Voorbeeld:
(noun) bos, woud;
(verb) bebossen, aanplanten
Voorbeeld:
(noun) eiland, verkeerseiland
Voorbeeld:
(noun) woestijn;
(verb) verlaten, deserteren
Voorbeeld:
(noun) grond, aarde;
(verb) bevuilen, vervuilen
Voorbeeld:
(noun) boom, diagram;
(verb) de boom injagen, opjagen
Voorbeeld:
(noun) bloem;
(verb) bloeien
Voorbeeld: