Vocabulaireverzameling A1 - Lichaam in Niveau A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Lichaam' in 'Niveau A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) lichaam, hoofdgedeelte, carrosserie
Voorbeeld:
(noun) hand, handschrift, wijzer;
(verb) overhandigen, aanreiken
Voorbeeld:
(noun) vinger;
(verb) aanraken, voelen
Voorbeeld:
(noun) spijker, nagel;
(verb) spijkeren, vastspijkeren, pakken
Voorbeeld:
(noun) arm, wapen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) schouder, vluchtstrook, berm;
(verb) schouderen, dragen
Voorbeeld:
(noun) teen, neus, teen (van sok);
(verb) tikken met de teen, aanraken met de teen
Voorbeeld:
(noun) voet, lengtemaat, onderkant;
(verb) lopen, te voet gaan, betalen
Voorbeeld:
(noun) enkel
Voorbeeld:
(noun) been, poot, etappe;
(verb) lopen, rennen
Voorbeeld:
(noun) knie;
(verb) knielen, met de knie slaan
Voorbeeld:
(noun) rug, achterkant;
(adverb) terug, achteruit, vroeger;
(adjective) achterste;
(verb) achteruitgaan, steunen, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) hart, gemoed, kern;
(verb) bemoedigen, aanmoedigen
Voorbeeld:
(noun) maag, buik, abdomen;
(verb) verdragen, tolereren
Voorbeeld:
(noun) long
Voorbeeld:
(noun) lever, lever (voedsel)
Voorbeeld:
(noun) nier, nierboon, rode nierboon
Voorbeeld:
(noun) skelet, basisstructuur, raamwerk
Voorbeeld:
(noun) beweging, deel
Voorbeeld: