Vocabulaireverzameling A0 - Voedsel in A0 - Woordenschat voor beginners: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A0 - Voedsel' in 'A0 - Woordenschat voor beginners' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) banaan
Voorbeeld:
(noun) appel
Voorbeeld:
(noun) druif
Voorbeeld:
(noun) sinaasappel;
(adjective) oranje
Voorbeeld:
(noun) erwt, erwten
Voorbeeld:
(noun) brood, geld, poen;
(verb) paneren
Voorbeeld:
(noun) kokosnoot
Voorbeeld:
(noun) citroen, mislukking, waardeloos product;
(adjective) citroengeel
Voorbeeld:
(noun) limoengroen;
(adjective) limoengroen
Voorbeeld:
(noun) peer
Voorbeeld:
(noun) mango
Voorbeeld:
(noun) ui
Voorbeeld:
(noun) ananas
Voorbeeld:
(noun) tomaat
Voorbeeld:
(noun) melk;
(verb) melken, uitmelken, uitbuiten
Voorbeeld:
(noun) water;
(verb) wateren, begieten
Voorbeeld:
(noun) aardappel
Voorbeeld:
(noun) diner, avondeten
Voorbeeld:
(noun) ontbijt;
(verb) ontbijten
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd;
(verb) lunchen
Voorbeeld:
(noun) drankje, drank, slok;
(verb) drinken, alcohol drinken
Voorbeeld:
(noun) vis;
(verb) vissen, vissen naar, uitvragen
Voorbeeld:
(noun) boon, peulvrucht, zaad
Voorbeeld:
(noun) watermeloen
Voorbeeld:
(noun) cake, taart, koekje;
(verb) aankoeken, samenkoeken
Voorbeeld:
(noun) splinter, stukje, afgebroken stuk;
(verb) afbreken, afbladderen
Voorbeeld:
(noun) snoep, lekkernij;
(verb) kandijeren, versuikeren
Voorbeeld:
(noun) chocolade, chocolademelk, cacao;
(adjective) chocoladekleurig, donkerbruin
Voorbeeld:
(noun) kip, lafaard, bangebroek;
(verb) terugtrekken, laf zijn;
(adjective) laf, bang
Voorbeeld:
(noun) limonade
Voorbeeld:
(noun) sap, stroom, elektriciteit;
(verb) persen, sap maken
Voorbeeld:
(noun) wortel, lokkertje
Voorbeeld: