Vocabulaireverzameling Een mening vormen of uitdrukken 4 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een mening vormen of uitdrukken 4' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) doel, objectief;
(adjective) objectief, onpartijdig
Voorbeeld:
(noun) objectiviteit
Voorbeeld:
(idiom) op het eerste gezicht, ogenschijnlijk
Voorbeeld:
(verb) menen, vinden, oordelen
Voorbeeld:
(noun) opiniepeiling, peiling
Voorbeeld:
(phrase) of wat, of hoe zit het
Voorbeeld:
(noun) perceptie, waarneming, inzicht
Voorbeeld:
(adverb) misschien, wellicht
Voorbeeld:
(adverb) persoonlijk, zelf, naar mijn mening
Voorbeeld:
(noun) platform, perron, programma
Voorbeeld:
(phrasal verb) aanwijzen, wijzen op, opmerken
Voorbeeld:
(noun) peiling, enquête, stemming;
(verb) peilen, enquêteren, stemmen krijgen
Voorbeeld:
(idiom) spotten met, minachting uiten over
Voorbeeld:
(noun) vooroordeel, vooropgezet idee
Voorbeeld:
(noun) cadeau, geschenk, heden;
(adjective) aanwezig, huidig;
(verb) presenteren, aanbieden, geven
Voorbeeld:
(noun) prognose, voorspelling, vooruitzicht
Voorbeeld:
(noun) uitspraak, verklaring, bekendmaking
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitspraak doen over, oordelen over
Voorbeeld:
(noun) stelling, propositie, bewering;
(verb) voorstellen, aanbieden
Voorbeeld:
(noun) publieke opinie
Voorbeeld:
(adverb) echt, werkelijk, heel;
(interjection) echt?, werkelijk?
Voorbeeld:
(noun) reden, oorzaak, rede;
(verb) redeneren, beredenen
Voorbeeld:
(noun) redenering, argumentatie
Voorbeeld:
(verb) heroverwegen, opnieuw overwegen
Voorbeeld:
(noun) heroverweging, herziening
Voorbeeld:
(verb) registreren, inschrijven, aangeven;
(noun) register, lijst, kassa
Voorbeeld:
(verb) repeteren, oefenen, mentaal oefenen
Voorbeeld:
(noun) opmerking, uitspraak;
(verb) opmerken, zeggen
Voorbeeld:
(verb) vertegenwoordigen, symboliseren, optreden voor
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiging, representatie, weergave
Voorbeeld:
(noun) reputatie, naam
Voorbeeld:
(noun) reputatie, naam;
(verb) bekendstaan als, beschouwen als
Voorbeeld:
(adverb) naar verluidt, volgens de reputatie
Voorbeeld:
(noun) reserve, voorraad, reservaat;
(verb) reserveren, voorbehouden, behouden;
(adjective) reserve, extra
Voorbeeld:
(adjective) gereserveerd, terughoudend, besproken
Voorbeeld:
(noun) resolutie, voornemen, oplossing
Voorbeeld:
(noun) respect, eerbied, aandacht;
(verb) respecteren, eerbiedigen
Voorbeeld:
(noun) recensent, beoordelaar, controleur
Voorbeeld:
(verb) herzien, reviseren, aanpassen
Voorbeeld:
(adjective) juist, correct, rechts;
(adverb) rechts, meteen, direct;
(noun) recht, rechten, rechts;
(verb) rechtop zetten, corrigeren;
(interjection) oké, toch
Voorbeeld:
(exclamation) helemaal goed, geweldig;
(adjective) geweldig, passend
Voorbeeld:
(phrasal verb) terugkomen op, terugdraaien
Voorbeeld:
(phrase) bij nader inzien, na er nog eens over nagedacht te hebben
Voorbeeld: