Vocabulaireverzameling Een mening vormen of uiten 2 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een mening vormen of uiten 2' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) welsprekendheid
Voorbeeld:
(adjective) welsprekend, eloquent, sprekend
Voorbeeld:
(adverb) welsprekend, eloquent
Voorbeeld:
(noun) aanzien, achting;
(verb) achten, waarderen
Voorbeeld:
(verb) uiten, uitdrukken, verzenden;
(adjective) expres, snel, uitdrukkelijk;
(noun) expres, sneltrein, snelbus;
(adverb) expres, snel
Voorbeeld:
(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze
Voorbeeld:
(adjective) gunstig, positief, voordelig
Voorbeeld:
(adverb) gunstig, positief
Voorbeeld:
(noun) feedback, terugkoppeling
Voorbeeld:
(verb) voelen, aanraken, vinden;
(noun) gevoel, aanraking, intuïtie
Voorbeeld:
(noun) gevoel, emotie, tastzin
Voorbeeld:
(verb) vinden, ontdekken, ervaren;
(noun) vondst, ontdekking
Voorbeeld:
(verb) flatteren, vleien, voordelig uitkomen
Voorbeeld:
(noun) slipper, teenslipper, draai;
(verb) draaien, van mening veranderen
Voorbeeld:
(adjective) krachtig, doortastend, energiek
Voorbeeld:
(noun) kracht, nadrukkelijkheid, vastberadenheid
Voorbeeld:
(idiom) wat mij betreft, naar mijn mening
Voorbeeld:
(noun) forum, platform, marktplein
Voorbeeld:
(noun) vrijdenken, vrijzinnigheid;
(adjective) vrijdenkend, vrijzinnig
Voorbeeld:
(noun) knevel, muilkorf, grap;
(verb) knevelen, muilkorven, kokhalzen
Voorbeeld:
(idiom) zichzelf verheffen, hoogmoedig worden
Voorbeeld:
(idiom) op zijn zeepkist klimmen, een preek houden
Voorbeeld:
(idiom) uitdrukking geven aan, een stem geven aan
Voorbeeld:
(phrasal verb) voorbijgaan, verstrijken, bekendstaan als
Voorbeeld:
(noun) goede naam, reputatie
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorgaan, verdergaan, gebeuren
Voorbeeld:
(idiom) een hekel hebben aan, iets tegen hebben
Voorbeeld:
(phrase) dat gezegd hebbende, desondanks
Voorbeeld:
(noun) onzin, lariekoek
Voorbeeld:
(noun) onzin, flauwekul
Voorbeeld:
(verb) vasthouden, dragen, tegenhouden;
(noun) greep, houvast, wacht
Voorbeeld:
(phrasal verb) aanrekenen, kwalijk nemen
Voorbeeld:
(phrase) hoezo?, wat zeg je?, hoe is dat?
Voorbeeld:
(noun) tint, kleur
Voorbeeld:
(idiom) tweede gedachten krijgen, van gedachten veranderen
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich verschansen, schuilen, zich voorbereiden
Voorbeeld:
(phrase) uiteindelijk, tenslotte, uitvoerig
Voorbeeld: