Avatar of Vocabulary Set Algemene zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan medicijnen

Vocabulaireverzameling Algemene zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan medicijnen in Medische Wetenschap: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Algemene zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan medicijnen' in 'Medische Wetenschap' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

health

/helθ/

(noun) gezondheid, gezondheidstoestand, conditie

Voorbeeld:

Good health is essential for a happy life.
Een goede gezondheid is essentieel voor een gelukkig leven.

Hippocratic oath

/ˌhɪp.əˈkræt.ɪk ˈoʊθ/

(noun) Eed van Hippocrates

Voorbeeld:

Every new doctor takes the Hippocratic Oath before starting their practice.
Elke nieuwe arts legt de Eed van Hippocrates af voordat hij zijn praktijk begint.

internship

/ˈɪn.tɝːn.ʃɪp/

(noun) stage

Voorbeeld:

She completed a summer internship at a law firm.
Ze voltooide een zomerstage bij een advocatenkantoor.

nursing

/ˈnɝː.sɪŋ/

(noun) verpleegkunde, verpleging, borstvoeding

Voorbeeld:

She decided to pursue a career in nursing.
Ze besloot een carrière in de verpleegkunde na te streven.

practice

/ˈpræk.tɪs/

(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;

(verb) oefenen, trainen, uitoefenen

Voorbeeld:

It's a good theory, but it won't work in practice.
Het is een goede theorie, maar het zal in de praktijk niet werken.

prescription

/prɪˈskrɪp.ʃən/

(noun) recept, doktersvoorschrift, voorschrijven

Voorbeeld:

The doctor gave me a prescription for antibiotics.
De dokter gaf me een recept voor antibiotica.

socialized medicine

/ˈsoʊʃəlaɪzd ˈmɛdɪsɪn/

(noun) gesocialiseerde geneeskunde, sociale geneeskunde

Voorbeeld:

Many countries have adopted socialized medicine to ensure universal healthcare access.
Veel landen hebben gesocialiseerde geneeskunde ingevoerd om universele gezondheidszorgtoegang te garanderen.

triage

/ˈtriː.ɑːʒ/

(noun) triage, prioritering, selectie;

(verb) triage, prioriteren

Voorbeeld:

The paramedics performed triage at the scene of the accident.
De paramedici voerden triage uit op de plaats van het ongeval.

administration

/ədˌmɪn.əˈstreɪ.ʃən/

(noun) administratie, beheer, bestuur

Voorbeeld:

The efficient administration of the project led to its success.
De efficiënte administratie van het project leidde tot het succes ervan.

cure

/kjʊr/

(noun) geneesmiddel, kuur;

(verb) genezen, helen, conserveren

Voorbeeld:

Scientists are still searching for a cure for cancer.
Wetenschappers zoeken nog steeds naar een geneesmiddel tegen kanker.

drug

/drʌɡ/

(noun) medicijn, geneesmiddel, drugs;

(verb) drogeren, verdoven

Voorbeeld:

The doctor prescribed a new drug for her condition.
De dokter schreef een nieuw medicijn voor haar aandoening voor.

medicament

/məˈdɪk.ə.mənt/

(noun) medicament, geneesmiddel

Voorbeeld:

The doctor prescribed a new medicament for her condition.
De dokter schreef een nieuw medicament voor haar aandoening voor.

remedy

/ˈrem.ə.di/

(noun) middel, remedie, oplossing;

(verb) verhelpen, herstellen

Voorbeeld:

There is no known remedy for the common cold.
Er is geen bekend middel tegen verkoudheid.

operation

/ˌɑː.pəˈreɪ.ʃən/

(noun) operatie, ingreep, werking

Voorbeeld:

The patient underwent a successful heart operation.
De patiënt onderging een succesvolle hartoperatie.

diagnosis

/ˌdaɪ.əɡˈnoʊ.sɪs/

(noun) diagnose, bevinding

Voorbeeld:

The doctor made a quick diagnosis of the flu.
De dokter stelde snel de diagnose griep.

contraindication

/ˌkɑːn.trəˌɪn.dəˈkeɪ.ʃən/

(noun) contra-indicatie

Voorbeeld:

Pregnancy is a contraindication for certain medications.
Zwangerschap is een contra-indicatie voor bepaalde medicijnen.

dosage

/ˈdoʊ.sɪdʒ/

(noun) dosering, dosis

Voorbeeld:

The doctor adjusted the dosage of the medication.
De dokter paste de dosering van de medicatie aan.

injection

/ɪnˈdʒek.ʃən/

(noun) injectie, prik, inbreng

Voorbeeld:

The nurse gave him an injection to relieve the pain.
De verpleegster gaf hem een injectie om de pijn te verlichten.

side effect

/ˈsaɪd ɪˌfekt/

(noun) bijwerking, neveneffect, onbedoeld gevolg

Voorbeeld:

Drowsiness is a common side effect of this medication.
Slaperigheid is een veelvoorkomende bijwerking van dit medicijn.

mental health

/ˈmen.təl ˌhelθ/

(noun) mentale gezondheid, geestelijke gezondheid

Voorbeeld:

Regular exercise can improve your mental health.
Regelmatige lichaamsbeweging kan je mentale gezondheid verbeteren.

aftereffect

/ˈæf.tɚ.əˌfekt/

(noun) nagevolg, nasleep, effect

Voorbeeld:

The headache was an aftereffect of the loud concert.
De hoofdpijn was een nagevolg van het luide concert.

medication

/ˌmed.əˈkeɪ.ʃən/

(noun) medicatie, geneesmiddel, behandeling

Voorbeeld:

He is currently on medication for his high blood pressure.
Hij gebruikt momenteel medicatie voor zijn hoge bloeddruk.

doctor

/ˈdɑːk.tɚ/

(noun) dokter, arts, doctor;

(verb) vervalsen, manipuleren, repareren

Voorbeeld:

The doctor examined the patient carefully.
De dokter onderzocht de patiënt zorgvuldig.

rejection

/rɪˈdʒek.ʃən/

(noun) afwijzing, verwerping, verworpenheid

Voorbeeld:

His proposal faced immediate rejection.
Zijn voorstel stuitte op onmiddellijke afwijzing.

donor

/ˈdoʊ.nɚ/

(noun) donor, schenker

Voorbeeld:

The hospital relies heavily on the generosity of private donors.
Het ziekenhuis is sterk afhankelijk van de vrijgevigheid van particuliere donoren.

procedure

/prəˈsiː.dʒɚ/

(noun) procedure, werkwijze, ingreep

Voorbeeld:

Follow the correct procedure for submitting your application.
Volg de juiste procedure voor het indienen van uw aanvraag.

admission

/ədˈmɪʃ.ən/

(noun) toegang, toelating, bekentenis

Voorbeeld:

Admission to the museum is free on Tuesdays.
Toegang tot het museum is gratis op dinsdag.

ambulance

/ˈæm.bjə.ləns/

(noun) ambulance

Voorbeeld:

The ambulance arrived quickly at the scene of the accident.
De ambulance arriveerde snel op de plaats van het ongeluk.

hospitalization

/ˈhɑː.spɪ.t̬əl.əˈzeɪ.ʃən/

(noun) ziekenhuisopname

Voorbeeld:

His condition required immediate hospitalization.
Zijn toestand vereiste onmiddellijke ziekenhuisopname.

inpatient

/ˈɪn.peɪ.ʃənt/

(noun) opgenomen patiënt, klinische patiënt;

(adjective) klinisch, voor opgenomen patiënten

Voorbeeld:

The hospital has a dedicated ward for inpatients.
Het ziekenhuis heeft een speciale afdeling voor opgenomen patiënten.

anesthesia

/ˌæn.əsˈθiː.zi.ə/

(noun) anesthesie, verdoving

Voorbeeld:

The patient was given local anesthesia before the dental procedure.
De patiënt kreeg lokale anesthesie voor de tandheelkundige ingreep.

surgery

/ˈsɝː.dʒər.i/

(noun) operatie, chirurgie, praktijk

Voorbeeld:

She had to undergo emergency surgery for appendicitis.
Ze moest een spoedoperatie ondergaan voor blindedarmontsteking.

clinical trial

/ˈklɪn.ɪ.kəl ˌtraɪəl/

(noun) klinische proef, klinische studie

Voorbeeld:

The new drug is currently undergoing a clinical trial.
Het nieuwe medicijn ondergaat momenteel een klinische proef.

informed consent

/ɪnˈfɔːrmd kənˈsɛnt/

(noun) geïnformeerde toestemming

Voorbeeld:

Before the surgery, the patient signed the informed consent form.
Voor de operatie ondertekende de patiënt het geïnformeerde toestemmingsformulier.

infusion

/ɪnˈfjuː.ʒən/

(noun) injectie, instroom, toevoeging

Voorbeeld:

The new manager brought a much-needed infusion of energy to the team.
De nieuwe manager bracht een broodnodige injectie van energie in het team.

quarantine

/ˈkwɔːr.ən.tiːn/

(noun) quarantaine, afzondering;

(verb) quarantaine, afzonderen

Voorbeeld:

The ship was placed under quarantine due to an outbreak of illness.
Het schip werd onder quarantaine geplaatst vanwege een uitbraak van ziekte.

treatment

/ˈtriːt.mənt/

(noun) behandeling, omgang, therapie

Voorbeeld:

She received excellent treatment from the hospital staff.
Ze kreeg een uitstekende behandeling van het ziekenhuispersoneel.

healthcare

/-ker/

(noun) gezondheidszorg

Voorbeeld:

Access to affordable healthcare is a fundamental right.
Toegang tot betaalbare gezondheidszorg is een fundamenteel recht.

house call

/ˈhaʊs kɔːl/

(noun) huisbezoek

Voorbeeld:

The doctor made a house call to check on the elderly patient.
De dokter deed een huisbezoek om de oudere patiënt te controleren.

malignancy

/məˈlɪɡ.nən.si/

(noun) maligniteit, kanker, kwaadaardigheid

Voorbeeld:

The biopsy confirmed the malignancy of the growth.
De biopsie bevestigde de maligniteit van de groei.

aphrodisiac

/ˌæf.rəˈdɪzˈdiː.ʒæk/

(noun) lustopwekkend middel, afrodisiacum;

(adjective) lustopwekkend, afrodisiacum

Voorbeeld:

Oysters are often considered an aphrodisiac.
Oesters worden vaak beschouwd als een lustopwekkend middel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland