Vocabulaireverzameling Soorten Dranken in Eten en Drinken: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Soorten Dranken' in 'Eten en Drinken' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) drinkwater
Voorbeeld:
(noun) melk;
(verb) melken, uitmelken, uitbuiten
Voorbeeld:
(noun) sap, stroom, elektriciteit;
(verb) persen, sap maken
Voorbeeld:
(noun) smoothie
Voorbeeld:
(noun) frisdrank, non-alcoholische drank
Voorbeeld:
(adjective) alcoholvrij, non-alcoholisch
Voorbeeld:
(adjective) cafeïnehoudend
Voorbeeld:
(noun) cocktail, mengsel, mix
Voorbeeld:
(noun) mocktail, alcoholvrije cocktail
Voorbeeld:
(noun) energiedrank
Voorbeeld:
(noun) tonic, tonic water
Voorbeeld:
(noun) gedestilleerd water
Voorbeeld:
(noun) cider, appelwijn, appelcider
Voorbeeld:
(noun) bier
Voorbeeld:
(noun) wijn;
(verb) wijn drinken, verwennen
Voorbeeld:
(adjective) koolzuurhoudend, bruisend
Voorbeeld:
(noun) slaapmutsje, slaapmuts
Voorbeeld:
(noun) alcopop, mixdrankje
Voorbeeld:
(noun) drank, alcohol;
(verb) drinken, zuipen
Voorbeeld:
(noun) nagerecht, volgdrank, achtervolger
Voorbeeld:
(noun) drankje, drank, slok;
(verb) drinken, alcohol drinken
Voorbeeld:
(noun) vuurwater, sterke drank
Voorbeeld:
(noun) frappe, milkshake
Voorbeeld:
(noun) drank, alcohol, illegale drank
Voorbeeld:
(noun) plengoffer, drankje, borrel
Voorbeeld:
(noun) avonddrinker, zwerver, landloper
Voorbeeld:
(verb) borrelen, drinken;
(noun) borrel, alcoholische drank
Voorbeeld:
(noun) maagd;
(adjective) ongerept, maagdelijk
Voorbeeld:
(noun) mixdrankje, cocktail
Voorbeeld:
(noun) injectie, instroom, toevoeging
Voorbeeld:
(noun) moutmelk
Voorbeeld:
(noun) milkshake, melkdrank
Voorbeeld:
(noun) mineraalwater
Voorbeeld:
(noun) eiwitshake, proteïneshake
Voorbeeld:
(adjective) zwart, donkerhuidig, boos;
(noun) zwart, zwarte, persoon van Afrikaanse afkomst;
(verb) zwart maken, verzwarten
Voorbeeld:
(noun) dieet, voeding, kuur;
(verb) diëten, op dieet zijn
Voorbeeld:
(adjective) gekurkt, afgesloten met een kurk, met kurksmaak;
(verb) kurken, afsluiten met een kurk
Voorbeeld:
(adjective) cafeïnevrij
Voorbeeld:
(adjective) drinkbaar, potabel
Voorbeeld:
(adjective) droog, dor, dorstig;
(verb) drogen
Voorbeeld:
(adjective) bruisend, sprankelend, levendig
Voorbeeld:
(adjective) vlak, plat, dun;
(noun) appartement, flat;
(adverb) plat, horizontaal
Voorbeeld:
(adjective) bedwelmend, opwindend, verdovend
Voorbeeld:
(adjective) isotonisch
Voorbeeld:
(adjective) netjes, opgeruimd, puur
Voorbeeld:
(adjective) recht, steil, eerlijk;
(adverb) recht, rechtdoor, direct;
(noun) recht stuk, rechte lijn
Voorbeeld:
(noun) cacao, cacaopoeder, chocolademelk
Voorbeeld:
(adjective) wit, blank;
(noun) wit, de kleur wit, blanken;
(verb) witten, bleken
Voorbeeld:
(adverb) nog steeds, nog, toch;
(adjective) stil, onbeweeglijk;
(noun) stilstaand beeld, foto;
(verb) kalmeren, tot rust brengen
Voorbeeld:
(verb) brouwen, zetten, broeien;
(noun) brouwsel, thee, koffie
Voorbeeld: