Avatar of Vocabulary Set Verplichting en Regels 3

Vocabulaireverzameling Verplichting en Regels 3 in Beslissing: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Verplichting en Regels 3' in 'Beslissing' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

law

/lɑː/

(noun) wet, recht, principe

Voorbeeld:

Ignorance of the law is no excuse.
Onwetendheid van de wet is geen excuus.

lay down

/leɪ daʊn/

(phrasal verb) neerleggen, leggen, opstellen

Voorbeeld:

Please lay down your tools before you leave.
Gelieve uw gereedschap neer te leggen voordat u vertrekt.

legit

/ləˈdʒɪt/

(adjective) legaal, legitiem, echt

Voorbeeld:

Is this business operation completely legit?
Is deze bedrijfsvoering volledig legaal?

leniency

/ˈliː.ni.ən.si/

(noun) clementie, mildheid, genade

Voorbeeld:

The judge showed leniency to the young offender.
De rechter toonde clementie aan de jonge overtreder.

lenient

/ˈliː.ni.ənt/

(adjective) clement, toegeeflijk, mild

Voorbeeld:

The judge was lenient with the young offender.
De rechter was clement voor de jonge overtreder.

leniently

/ˈliː.ni.ənt.li/

(adverb) clement, mild, toegeeflijk

Voorbeeld:

The judge treated the young offender leniently.
De rechter behandelde de jonge overtreder clement.

make an exception

/meɪk ən ɪkˈsep.ʃən/

(phrase) een uitzondering maken

Voorbeeld:

We usually don't allow late submissions, but we'll make an exception for you this time.
Normaal gesproken staan we geen late inzendingen toe, maar we zullen deze keer een uitzondering maken voor jou.

must

/mʌst/

(modal verb) moeten, vast en zeker;

(noun) vereiste, must

Voorbeeld:

You must finish your homework before you can play.
Je moet je huiswerk afmaken voordat je kunt spelen.

necessary

/ˈnes.ə.ser.i/

(adjective) noodzakelijk, essentieel, vereist;

(noun) het noodzakelijke, het nodige

Voorbeeld:

It is necessary to obtain a visa before traveling to that country.
Het is noodzakelijk om een visum te verkrijgen voordat u naar dat land reist.

necessity

/nəˈses.ə.t̬i/

(noun) noodzaak, behoefte, benodigdheid

Voorbeeld:

Food and water are basic necessities for survival.
Voedsel en water zijn basisbehoeften om te overleven.

need

/niːd/

(verb) nodig hebben, moeten;

(noun) behoefte, noodzaak

Voorbeeld:

I need to go to the bank.
Ik moet naar de bank.

non-compliance

/ˌnɑːn.kəmˈplaɪ.əns/

(noun) niet-naleving, non-conformiteit

Voorbeeld:

The company was fined for non-compliance with safety regulations.
Het bedrijf kreeg een boete voor niet-naleving van de veiligheidsvoorschriften.

obligation

/ˌɑː.bləˈɡeɪ.ʃən/

(noun) verplichting, plicht, gebondenheid

Voorbeeld:

He has a moral obligation to help his family.
Hij heeft een morele verplichting om zijn familie te helpen.

obligatory

/əˈblɪɡ.ə.tɔːr.i/

(adjective) verplicht, bindend, dwingend

Voorbeeld:

It is obligatory for all students to wear uniforms.
Het is verplicht voor alle studenten om uniformen te dragen.

obliged

/əˈblaɪdʒd/

(adjective) verplicht, genoodzaakt, dankbaar

Voorbeeld:

Doctors are obliged to keep patients' records confidential.
Artsen zijn verplicht om patiëntendossiers vertrouwelijk te houden.

observe

/əbˈzɝːv/

(verb) observeren, waarnemen, opmerken

Voorbeeld:

The police observed the suspect's movements.
De politie observeerde de bewegingen van de verdachte.

order

/ˈɔːr.dɚ/

(noun) bevel, opdracht, volgorde;

(verb) bevelen, opdragen, bestellen

Voorbeeld:

The general gave the order to advance.
De generaal gaf het bevel om op te rukken.

ordinance

/ˈɔːr.dən.əns/

(noun) verordening, besluit, reglement

Voorbeeld:

The city council passed a new ordinance restricting noise after 10 PM.
De gemeenteraad heeft een nieuwe verordening aangenomen die geluidsoverlast na 22.00 uur beperkt.

police

/pəˈliːs/

(noun) politie;

(verb) controleren, bewaken

Voorbeeld:

The police arrived quickly at the scene of the accident.
De politie arriveerde snel op de plaats van het ongeluk.

policing

/pəˈliː.sɪŋ/

(noun) politie, politiewerk, handhaving

Voorbeeld:

Community policing aims to build trust between officers and residents.
Gemeenschapspolitie is gericht op het opbouwen van vertrouwen tussen agenten en bewoners.

precondition

/ˌpriː.kənˈdɪʃ.ən/

(noun) voorwaarde, vereiste;

(verb) voorconditioneren, vooraf bepalen

Voorbeeld:

A good education is a precondition for success.
Een goede opleiding is een voorwaarde voor succes.

prerequisite

/ˌpriːˈrek.wə.zɪt/

(noun) vereiste, voorwaarde;

(adjective) vereist, voorafgaand

Voorbeeld:

A good understanding of algebra is a prerequisite for this advanced math course.
Een goed begrip van algebra is een vereiste voor deze geavanceerde wiskundecursus.

provide

/prəˈvaɪd/

(verb) verschaffen, leveren, voorzien

Voorbeeld:

The hotel provides free Wi-Fi for guests.
Het hotel biedt gratis Wi-Fi voor gasten.

provided

/prəˈvaɪdɪd/

(conjunction) op voorwaarde dat, mits;

(past participle) voorzien, geleverd

Voorbeeld:

You can go out provided that you finish your homework.
Je mag uitgaan op voorwaarde dat je je huiswerk afmaakt.

providing

/prəˈvaɪdɪŋ/

(verb) leveren, voorzien;

(conjunction) mits, op voorwaarde dat

Voorbeeld:

The company is responsible for providing internet service to its customers.
Het bedrijf is verantwoordelijk voor het leveren van internetdiensten aan zijn klanten.

proviso

/prəˈvaɪ.zoʊ/

(noun) voorwaarde, bepaling, clausule

Voorbeeld:

The contract included a proviso that the work must be completed by year-end.
Het contract bevatte een voorwaarde dat het werk voor het einde van het jaar voltooid moest zijn.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland