Vocabulaireverzameling Musculoskeletaal systeem in Lichaam: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Musculoskeletaal systeem' in 'Lichaam' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bot, been, botmateriaal;
(verb) ontbenen
Voorbeeld:
(noun) gewricht, verbinding, voeg;
(adjective) gezamenlijk, gemeenschappelijk;
(verb) verbinden, samenvoegen
Voorbeeld:
(noun) kraakbeen
Voorbeeld:
(noun) ligament, gewrichtsband
Voorbeeld:
(noun) bursa, slijmbeurs
Voorbeeld:
(noun) axiaal skelet
Voorbeeld:
(noun) achillespees
Voorbeeld:
(noun) pees
Voorbeeld:
(noun) schedel;
(verb) slaan, op het hoofd slaan
Voorbeeld:
(noun) spier, spierkracht, kracht;
(verb) zich opdringen, met geweld binnendringen
Voorbeeld:
(noun) hamstring;
(verb) kreupel maken, hamstrings doorsnijden, belemmeren
Voorbeeld:
(noun) ontvoerder, abductor, afvoerder
Voorbeeld:
(noun) ruggengraat, wervelkolom, karaktersterkte
Voorbeeld:
(noun) biceps
Voorbeeld:
(noun) borstbeen
Voorbeeld:
(noun) jukbeen, wangbeen
Voorbeeld:
(noun) straallichaam
Voorbeeld:
(noun) sleutelbeen
Voorbeeld:
(noun) stuitbeen
Voorbeeld:
(noun) sleutelbeen
Voorbeeld:
(noun) schedel, hersenpan
Voorbeeld:
(noun) deltaspier;
(adjective) delta-achtig, driehoekig
Voorbeeld:
(noun) extensor, strekspier
Voorbeeld:
(noun) dijbeen
Voorbeeld:
(noun) opperarmbeen
Voorbeeld:
(noun) fibula, kuitbeen
Voorbeeld:
(noun) buigspier
Voorbeeld:
(noun) kaakbeen, onderkaak;
(verb) onderhandelen, overtuigen
Voorbeeld:
(noun) knieschijf;
(verb) knieschijven
Voorbeeld:
(noun) onderkaak, kaakbeen, mandibel
Voorbeeld:
(noun) middenvoetsbeentje;
(adjective) middenvoets
Voorbeeld:
(noun) spierstructuur, musculatuur
Voorbeeld:
(noun) achterhoofdsbeen
Voorbeeld:
(noun) voorhoofdsbeen
Voorbeeld:
(noun) wandbeen
Voorbeeld:
(noun) wiggenbeen
Voorbeeld:
(adjective) wereldlijk, tijdelijk, temporeel
Voorbeeld:
(noun) slaapbeen
Voorbeeld:
(noun) jukbeen
Voorbeeld:
(noun) bovenkaak, maxilla
Voorbeeld:
(noun) knieschijf
Voorbeeld:
(noun) bekken
Voorbeeld:
(noun) quadriceps
Voorbeeld:
(noun) rib, ribbetje, ribstuk;
(verb) plagen, spotten
Voorbeeld:
(noun) ribbenkast
Voorbeeld:
(noun) heiligbeen
Voorbeeld:
(noun) scheenbeen
Voorbeeld:
(noun) schouderblad
Voorbeeld:
(noun) schouderblad
Voorbeeld:
(noun) pees, spiervezel, kracht
Voorbeeld:
(noun) skelet, basisstructuur, raamwerk
Voorbeeld:
(noun) ruggengraat, wervelkolom, rug
Voorbeeld:
(noun) sfincter, sluitspier
Voorbeeld:
(noun) borstbeen
Voorbeeld:
(noun) stuitje
Voorbeeld:
(adjective) tarsaal, enkel-
Voorbeeld:
(noun) dijbeen
Voorbeeld:
(noun) tibia, scheenbeen
Voorbeeld:
(noun) triceps
Voorbeeld:
(noun) ellepijp
Voorbeeld:
(noun) wervel
Voorbeeld:
(noun) gehoorbeentje, botje
Voorbeeld:
(noun) kaak, ingang, opening;
(verb) klagen, praten
Voorbeeld: