Vocabulaireverzameling Huidteint en Huidvlekken in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Huidteint en Huidvlekken' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) eeltig, verhard, ongevoelig
Voorbeeld:
(adjective) sproeterig
Voorbeeld:
(adjective) gevoerd, bekleed, gelijnd;
(verb) op een rij staan, langs de kant staan
Voorbeeld:
(adjective) schurftig, korstig, verachtelijk
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, verfrommeld;
(past participle) kreukelde, verfrommelde
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, kreukelig
Voorbeeld:
(noun) mee-eter
Voorbeeld:
(noun) smet, vlek, gebrek;
(verb) bederven, ontsieren, bevlekken
Voorbeeld:
(noun) vlek, plek;
(verb) bevlekken, vlekken
Voorbeeld:
(noun) eelt, eeltplek;
(verb) eelt vormen, verharden
Voorbeeld:
(noun) bloem, bloei, hoogtijdagen;
(verb) bloeien, in bloei staan, floreren
Voorbeeld:
(adjective) vlekkig, gevlekt
Voorbeeld:
(noun) kerel, jongen;
(verb) barsten, scheuren
Voorbeeld:
(noun) roos
Voorbeeld:
(noun) eczeem
Voorbeeld:
(noun) ouderdomsvlek, levervlek
Voorbeeld:
(noun) puist, acne
Voorbeeld:
(noun) looien, zonnebaden, bruinen;
(verb) bruinen, looien
Voorbeeld:
(noun) bruin, beige, bruine kleur;
(verb) bruinen, zonnen, looien;
(adjective) bruin, beige
Voorbeeld:
(adjective) gebruind;
(verb) looien
Voorbeeld:
(noun) zonnebrand, bruine kleur;
(verb) zonnebaden, bruinen
Voorbeeld:
(adjective) zongebruind, gebruind
Voorbeeld:
(noun) moedervlek
Voorbeeld:
(noun) acne, jeugdpuistjes
Voorbeeld:
(adjective) gebruind, bronskleurig, gebronsd;
(verb) bronzen, bruinen
Voorbeeld:
(plural noun) kraaienpootjes
Voorbeeld:
(noun) sproet;
(verb) sproeten krijgen, sproeten
Voorbeeld:
(noun) moedervlek, mol, spion
Voorbeeld:
(adjective) licht, bleek;
(verb) verbleken, in het niet vallen;
(noun) grens, omheining
Voorbeeld:
(noun) puist, acne
Voorbeeld:
(adjective) puistig, acne-achtig
Voorbeeld:
(noun) porie, opening;
(verb) bestuderen, grondig lezen
Voorbeeld:
(noun) wijnvlek
Voorbeeld:
(adjective) rozig, roodachtig, rooskleurig
Voorbeeld:
(adjective) verbrand, zonnebrand
Voorbeeld:
(adjective) donkerhuidig, zwarthuidig
Voorbeeld:
(noun) tatoeage;
(verb) tatoeëren
Voorbeeld:
(verb) blozen, rood worden;
(noun) blos, roodheid
Voorbeeld:
(noun) vlek, stip, plek;
(verb) zien, opmerken
Voorbeeld:
(noun) aardbeivlek, hemangioom
Voorbeeld:
(noun) rimpel, kreukel, complicatie;
(verb) kreukelen, rimpelen
Voorbeeld:
(adjective) vlekkerig, gespikkeld, onregelmatig
Voorbeeld: