Vocabulaireverzameling Gezicht en gezichtskenmerken beschrijven in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Gezicht en gezichtskenmerken beschrijven' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) Romeinse neus, haviksneus
Voorbeeld:
(noun) slurf, proboscis, steeksnuit
Voorbeeld:
(verb) stoten, slaan, uitvallen;
(noun) grote neus
Voorbeeld:
(noun) kuiltje, deuk, kuil;
(verb) kuiltjes vormen, deuken
Voorbeeld:
(noun) voor, ploegvoor, groef;
(verb) ploegen, voren trekken, fronsen
Voorbeeld:
(noun) profiel, zij-aanzicht, biografie;
(verb) profileren, een profiel opstellen
Voorbeeld:
(noun) spatader, besenreiser
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap, reportage;
(verb) kenmerken, bevatten, een prominente rol spelen
Voorbeeld:
(noun) gelaatstrek, kenmerk, lijn
Voorbeeld:
(noun) gezicht, gelaat, aanzien
Voorbeeld:
(adjective) glimmend, kraalachtig
Voorbeeld:
(adjective) bloeddoorlopen
Voorbeeld:
(adjective) scheel, scheelziend
Voorbeeld:
(adjective) bolle ogen, uitpuilende ogen
Voorbeeld:
(adjective) dicht bij elkaar staand, dichtgeplant
Voorbeeld:
(adjective) scheel, scheelziend
Voorbeeld:
(adjective) diepliggend
Voorbeeld:
(adjective) reerug, onschuldige ogen
Voorbeeld:
(noun) hazelnootboom, hazelaar;
(adjective) hazelnootkleurig, groenbruin
Voorbeeld:
(adjective) met capuchon, gekapuconeerd, natuurlijk bedekt
Voorbeeld:
(noun) vloeistof;
(adjective) vloeibaar, liquide, contant
Voorbeeld:
(adjective) met bolle ogen, uitpuilende ogen hebbend
Voorbeeld:
(adjective) tranend, waterig
Voorbeeld:
(adjective) gezonken, ingevallen, hol
Voorbeeld:
(adjective) gebeiteld, scherp afgelijnd;
(past participle) gebeiteld, gesneden
Voorbeeld:
(adjective) fris en fruitig, jeugdig
Voorbeeld:
(adjective) kuiltjes, met kuiltjes
Voorbeeld:
(adjective) gefronst, gegroefd;
(verb) ploegen, groeven
Voorbeeld:
(adjective) bijlgezicht, scherp gezicht
Voorbeeld:
(adjective) stompneuzig, met een korte neus
Voorbeeld: