Betekenis van het woord hazel in het Nederlands

Wat betekent hazel in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

hazel

US /ˈheɪ.zəl/
UK /ˈheɪ.zəl/
"hazel" picture

Zelfstandig Naamwoord

hazelnootboom, hazelaar

a small tree or shrub with edible nuts (hazelnuts)

Voorbeeld:
We gathered hazelnuts from the hazel tree.
We verzamelden hazelnoten van de hazelnootboom.
The forest was full of oak and hazel trees.
Het bos stond vol met eiken- en hazelnootbomen.

Bijvoeglijk Naamwoord

hazelnootkleurig, groenbruin

a greenish-brown or yellowish-brown color, especially of a person's eyes

Voorbeeld:
She had beautiful hazel eyes.
Ze had prachtige hazelnootkleurige ogen.
The artist used a mix of green and brown to create the hazel shade.
De kunstenaar gebruikte een mix van groen en bruin om de hazelnootkleur te creëren.