Avatar of Vocabulary Set Dierlijke Bedekkingen

Vocabulaireverzameling Dierlijke Bedekkingen in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Dierlijke Bedekkingen' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

fur

/fɝː/

(noun) vacht, bont, pels;

(verb) bekleden met bont, aanslaan

Voorbeeld:

The cat's fur was soft and shiny.
De vacht van de kat was zacht en glanzend.

mane

/meɪn/

(noun) manen, bos haar, weelderig haar

Voorbeeld:

The lion shook its magnificent mane.
De leeuw schudde zijn prachtige manen.

coat

/koʊt/

(noun) jas, mantel, laag;

(verb) bekleden, coaten

Voorbeeld:

She put on her winter coat before going outside.
Ze trok haar winterjas aan voordat ze naar buiten ging.

scale

/skeɪl/

(noun) schaal, omvang, schub;

(verb) beklimmen, bestijgen, schubben

Voorbeeld:

The Richter scale measures the magnitude of earthquakes.
De schaal van Richter meet de omvang van aardbevingen.

down

/daʊn/

(preposition) naar beneden, af, langs;

(adverb) naar beneden, onder, gedaald;

(adjective) naar beneden, omlaag, neerslachtig;

(noun) dons, fijne veren;

(verb) neerslaan, omverwerpen

Voorbeeld:

The ball rolled down the hill.
De bal rolde de heuvel af.

feather

/ˈfeð.ɚ/

(noun) veer;

(verb) bevederen, verzachten

Voorbeeld:

The bird preened its beautiful feathers.
De vogel poetste zijn prachtige veren.

fleece

/fliːs/

(noun) vacht, wol, fleece;

(verb) afzetten, uitkleden

Voorbeeld:

The shepherd sheared the sheep's fleece.
De herder schoor de vacht van het schaap.

wool

/wʊl/

(noun) wol, wollen stof

Voorbeeld:

This sweater is made of 100% pure wool.
Deze trui is gemaakt van 100% zuivere wol.

plumage

/ˈpluː.mɪdʒ/

(noun) verenkleed, plumage

Voorbeeld:

The peacock displayed its magnificent plumage.
De pauw toonde zijn prachtige verenkleed.

hide

/haɪd/

(verb) verbergen, verstoppen, zich verstoppen;

(noun) huid, vel

Voorbeeld:

She tried to hide the present from her children.
Ze probeerde het cadeau voor haar kinderen te verbergen.

bristle

/ˈbrɪs.əl/

(noun) borstelhaar, stekel;

(verb) borstelen, overeind staan, geïrriteerd reageren

Voorbeeld:

The boar's back was covered with coarse bristles.
De rug van het zwijn was bedekt met grove borstelharen.

spine

/spaɪn/

(noun) ruggengraat, wervelkolom, rug

Voorbeeld:

He injured his spine in a fall.
Hij bezeerde zijn ruggengraat bij een val.

guard hair

/ˈɡɑːrd her/

(noun) dekhaar, dekhaartjes

Voorbeeld:

The wolf's thick guard hairs protect it from the harsh winter weather.
De dikke dekhaartjes van de wolf beschermen hem tegen het barre winterweer.

pelage

/ˈpɛlɪdʒ/

(noun) vacht, beharing

Voorbeeld:

The bear's thick pelage protects it from the cold.
De dikke vacht van de beer beschermt hem tegen de kou.

skin

/skɪn/

(noun) huid, schil;

(verb) villen, schillen

Voorbeeld:

She has very sensitive skin.
Ze heeft een zeer gevoelige huid.

shell

/ʃel/

(noun) schaal, dop, schelp;

(verb) pellen, doppen, bombarderen

Voorbeeld:

She cracked the nut shell to get to the kernel.
Ze kraakte de noot dop om bij de pit te komen.

hair

/her/

(noun) haar, kapsel

Voorbeeld:

She has long, beautiful hair.
Ze heeft lang, mooi haar.

exoskeleton

/ˌek.soʊˈskel.ət̬ən/

(noun) exoskelet, uitwendig raamwerk

Voorbeeld:

Insects have a hard exoskeleton that protects their soft bodies.
Insecten hebben een hard exoskelet dat hun zachte lichamen beschermt.

pelt

/pelt/

(verb) gooien, bekogelen, neerplenzen;

(noun) vacht, huid

Voorbeeld:

The children pelted each other with snowballs.
De kinderen gooiden sneeuwballen naar elkaar.

underfur

/ˈʌn.dər.fɜːr/

(noun) onderbont, onderwol

Voorbeeld:

The arctic fox has thick underfur to protect it from the cold.
De poolvos heeft dik onderbont om hem tegen de kou te beschermen.

quill

/kwɪl/

(noun) veer, ganzenveer, stekel

Voorbeeld:

The artist used a bird's quill to draw fine lines.
De kunstenaar gebruikte een vogelveer om fijne lijnen te tekenen.

vellus hair

/ˈvel.əs her/

(noun) vellushaar, donshaar

Voorbeeld:

Unlike terminal hair, vellus hair is very fine and lacks pigment.
In tegenstelling tot terminaal haar is vellushaar erg fijn en mist het pigment.

ungual tuft

/ˈʌŋɡwəl tʌft/

(noun) unguale pluk, nagelpluk

Voorbeeld:

The veterinarian examined the dog's paw, noting the presence of a small ungual tuft between its toes.
De dierenarts onderzocht de poot van de hond en merkte de aanwezigheid op van een kleine unguale pluk tussen de tenen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland