Vocabulaireverzameling Overeenkomst 5 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overeenkomst 5' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(idiom) partij kiezen, een kant kiezen
Voorbeeld:
(idiom) vertel mij wat, inderdaad
Voorbeeld:
(plural noun) voorwaarden, bepalingen, termen
Voorbeeld:
(idiom) dat maakt ons twee, ik ook
Voorbeeld:
(noun) opstopping, vertraging, blokkade
Voorbeeld:
(adverb) samen, bij elkaar, tot een geheel;
(adjective) op orde, evenwichtig
Voorbeeld:
(noun) tolerantie, verdraagzaamheid, weerstand
Voorbeeld:
(adjective) tolerant, verdraagzaam, bestendig
Voorbeeld:
(adverb) verdraagzaam, tolerant
Voorbeeld:
(noun) tolerantie, verdraagzaamheid
Voorbeeld:
(noun) verdrag, overeenkomst
Voorbeeld:
(noun) wapenstilstand, bestand
Voorbeeld:
(adjective) waar, echt, trouw;
(adverb) nauwkeurig, precies
Voorbeeld:
(noun) unanimiteit, eenstemmigheid
Voorbeeld:
(adjective) unanime, eensgezind
Voorbeeld:
(adjective) onbetwist, onbestreden
Voorbeeld:
(verb) begrijpen, verstaan, interpreteren
Voorbeeld:
(noun) begrip, inzicht, medeleven;
(adjective) begripvol, meevoelend
Voorbeeld:
(verb) ondernemen, uitvoeren, beginnen aan
Voorbeeld:
(noun) verbintenis, toezegging, onderneming
Voorbeeld:
(adjective) verenigd, eensgezind, harmonieus
Voorbeeld:
(noun) eenheid, eendracht, geheel
Voorbeeld:
(adjective) onuitgesproken, impliciet
Voorbeeld:
(adjective) onuitgesproken, impliciet
Voorbeeld:
(verb) upvoten, omhoog stemmen;
(noun) upvote, positieve stem
Voorbeeld:
(noun) garantie
Voorbeeld:
(adverb) goed, ruim;
(adjective) goed, gezond;
(interjection) nou, wel;
(noun) put, bron;
(verb) opwellen, stromen
Voorbeeld:
(idiom) de lei schoonvegen, een nieuwe start maken
Voorbeeld:
(idiom) eensgezind, met één stem
Voorbeeld:
(idiom) eensgezind, met één stem
Voorbeeld:
(phrase) met plezier, graag gedaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) afronden, afsluiten, warm aankleden
Voorbeeld:
(exclamation) ja;
(noun) ja, instemming
Voorbeeld:
(noun) ja-knikker, meeloper
Voorbeeld:
(exclamation) jazeker, meneer, ja, mijnheer
Voorbeeld:
(idiom) dat kun je wel zeggen, helemaal mee eens
Voorbeeld:
(idiom) dat zeg je me, inderdaad, zeker weten
Voorbeeld: