Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 18 - Speciale gerechten: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 18 - Speciale gerechten' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrasal verb) inchecken, aanmelden, contact opnemen
Voorbeeld:
(verb) compenseren, vergoeden, uitbalanceren
Voorbeeld:
(adjective) complimenteus, vleiend, gratis
Voorbeeld:
(noun) chef-kok, kok
Voorbeeld:
(noun) container, bak, vat
Voorbeeld:
(adjective) elegant, gracieus, stijlvol
Voorbeeld:
(noun) smaak, aroma, sfeer;
(verb) op smaak brengen, aromatiseren
Voorbeeld:
(verb) huisvesten, plaats bieden aan, aanpassen
Voorbeeld:
(adjective) beschikbaar, verkrijgbaar
Voorbeeld:
(noun) ontvangst, receptie, feest
Voorbeeld:
(phrase) van tevoren, vooraf
Voorbeeld:
(plural noun) versnaperingen, drankjes en hapjes
Voorbeeld:
(verb) maken, bereiden, doen;
(noun) makelij, merk
Voorbeeld:
(verb) verzorgen, catering verzorgen, voorzien in
Voorbeeld:
(noun) reservering, boeking, bedenking
Voorbeeld:
(noun) drank
Voorbeeld:
(verb) bevestigen, vaststellen, versterken
Voorbeeld:
(verb) annuleren, afgelasten, doorstrepen;
(noun) annulering, doorhaling
Voorbeeld:
(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(adverb) gemakkelijk, handig, gunstig
Voorbeeld:
(verb) decoreren, versieren, schilderen
Voorbeeld:
(noun) informatie, gegevens
Voorbeeld:
(verb) behouden, vasthouden, absorberen
Voorbeeld:
(noun) atmosfeer, dampkring, sfeer
Voorbeeld:
(noun) keuken, kookkunst
Voorbeeld:
(noun) volgorde, opeenvolging, sequentie;
(verb) sequencen, ordenen
Voorbeeld:
(adjective) uitgebreid, uitgestrekt, omvangrijk
Voorbeeld:
(adjective) voorafgaand, eerder;
(preposition) voorafgaand aan
Voorbeeld:
(noun) boek, register;
(verb) boeken, reserveren, registreren
Voorbeeld:
(noun) voorziening, faciliteit, comfort
Voorbeeld:
(plural noun) bezittingen, spullen, eigendommen
Voorbeeld:
(adverb) volledig, geheel, helemaal
Voorbeeld:
(noun) gemak, lichtheid, rust;
(verb) verlichten, verzachten, bewegen
Voorbeeld:
(noun) ingrediënt, bestanddeel, factor
Voorbeeld:
(verb) nippen, slokken;
(noun) slok, teug
Voorbeeld:
(verb) roeren, bewegen, opwekken;
(noun) beweging, opschudding
Voorbeeld:
(noun) keuze, beste keuze, topkwaliteit;
(adjective) uitstekend, top
Voorbeeld:
(noun) complicatie, moeilijkheid, probleem
Voorbeeld:
(noun) versheid, frisheid, nieuwheid
Voorbeeld:
(noun) bezetting, bewoning
Voorbeeld: