Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 17 - Snelle levering: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 17 - Snelle levering' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) vanaf nu, op dit moment
Voorbeeld:
(noun) makelaar, handelaar;
(verb) bemiddelen, regelen
Voorbeeld:
(noun) kanaal, vaarweg
Voorbeeld:
(phrase) een groot pakket dragen
Voorbeeld:
(noun) sluiting, afsluiting, slot;
(adjective) afsluitend, laatste
Voorbeeld:
(noun) koeriersdienst, koeriersbedrijf
Voorbeeld:
(noun) huis-aan-huislevering, deur-tot-deur levering
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegrijden, vertrekken, verjagen
Voorbeeld:
(phrasal verb) in slaap vallen, wegdommelen, afzetten
Voorbeeld:
(noun) stomerij
Voorbeeld:
(noun) vloermanager, studiomanager, winkelmanager
Voorbeeld:
(phrase) de leuning vasthouden
Voorbeeld:
(phrase) onderweg, in transit
Voorbeeld:
(noun) herberg, logement
Voorbeeld:
(noun) laboratoriumverslag, labrapport
Voorbeeld:
(noun) laborant, laboratoriumtechnicus
Voorbeeld:
(noun) kant, veter, koord;
(verb) veteren, rijgen, aanlengen
Voorbeeld:
(noun) juridische afdeling
Voorbeeld:
(phrase) A op B laden
Voorbeeld:
(phrase) een vrachtwagen laden
Voorbeeld:
(adjective) vol met, beladen met
Voorbeeld:
(noun) laden, belading, uploaden
Voorbeeld:
(phrase) verloren gegaan tijdens de bezorging, kwijtgeraakt in de post
Voorbeeld:
(noun) mailinglijst, adressenlijst
Voorbeeld:
(phrase) een levering doen, bezorgen
Voorbeeld:
(noun) verpakkingstape, plakband
Voorbeeld:
(phrasal verb) overslaan, negeren, voorbijtrekken
Voorbeeld:
(noun) stoep, plaveisel
Voorbeeld:
(phrase) voetgangers
Voorbeeld:
(phrase) passagiers ophalen, passagiers laten instappen
Voorbeeld:
(noun) pier, aanlegsteiger, pijler
Voorbeeld:
(phrasal verb) opstapelen, ophopen, botsen
Voorbeeld:
(adjective) post-, postaal
Voorbeeld:
(noun) band, riem;
(verb) vastmaken, gespen
Voorbeeld:
(noun) tijdslimiet, tijdsbeperking
Voorbeeld:
(noun) waterweg, vaarweg, kanaal
Voorbeeld:
(verb) wegen, afwegen, beoordelen
Voorbeeld:
(noun) gewichtslimiet, maximumgewicht
Voorbeeld:
(phrasal verb) afronden, afsluiten, warm aankleden
Voorbeeld:
(noun) correctie, verbetering
Voorbeeld:
(noun) leveringsoptie, bezorgoptie
Voorbeeld:
(verb) weggooien, afdoen;
(noun) afvalproduct, afgedankte
Voorbeeld:
(noun) spoedpost, expressepost
Voorbeeld:
(adverb) gelukkig, fortuinlijk
Voorbeeld:
(adverb) ideaal, idealiter
Voorbeeld:
(noun) beladingsgrootte, omvang van de lading
Voorbeeld:
(adverb) marginaal, enigszins
Voorbeeld:
(adjective) geordend, netjes;
(verb) bevelen, opdragen, bestellen
Voorbeeld:
(noun) ordening, volgorde, bestelling;
(verb) bestellen, bevelen, ordenen
Voorbeeld:
(adverb) gewoonlijk, doorgaans
Voorbeeld:
(noun) verpakking, verpakkingsmateriaal, verpakken
Voorbeeld:
(conjunction) mits, op voorwaarde dat
Voorbeeld:
(phrasal verb) reageren op, beantwoorden, aanslaan
Voorbeeld:
(noun) scheiding, afscheiding, echtscheiding
Voorbeeld:
(adjective) aanzienlijk, flink, fors
Voorbeeld:
(noun) samenleving, maatschappij, vereniging
Voorbeeld:
(verb) versnellen, bespoedigen
Voorbeeld:
(noun) extra toeslag, bijkomende kosten
Voorbeeld:
(phrase) vroeger dan gepland, voor op schema
Voorbeeld:
(idiom) op het laatste moment
Voorbeeld:
(phrase) met de hand, handmatig
Voorbeeld:
(noun) auto-onderhoud
Voorbeeld:
(noun) stadsambtenaar, gemeenteambtenaar
Voorbeeld:
(phrase) gratis, kosteloos
Voorbeeld:
(noun) porto, portokosten
Voorbeeld:
(noun) handelsonderhandeling
Voorbeeld:
(noun) vakbeurs, handelsbeurs
Voorbeeld:
(phrase) zonder uitstel, onverwijld
Voorbeeld: