Avatar of Vocabulary Set Tips en regels

Vocabulaireverzameling Tips en regels in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Tips en regels' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

counseling

/ˈkaʊn.səl.ɪŋ/

(noun) begeleiding, advies

Voorbeeld:

She sought professional counseling to cope with her grief.
Ze zocht professionele begeleiding om met haar verdriet om te gaan.

consultant

/kənˈsʌl.tənt/

(noun) consultant, adviseur

Voorbeeld:

The company hired a marketing consultant to improve their sales strategy.
Het bedrijf huurde een marketingconsultant in om hun verkoopstrategie te verbeteren.

consult

/kənˈsʌlt/

(verb) raadplegen, consulteren, overleggen

Voorbeeld:

You should consult a doctor about your symptoms.
Je moet een dokter raadplegen over je symptomen.

proposal

/prəˈpoʊ.zəl/

(noun) voorstel, plan, huwelijksaanzoek

Voorbeeld:

The committee is reviewing the new budget proposal.
De commissie beoordeelt het nieuwe begrotingsvoorstel.

proposition

/ˌprɑː.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) stelling, propositie, bewering;

(verb) voorstellen, aanbieden

Voorbeeld:

The scientist presented a new proposition about the origin of the universe.
De wetenschapper presenteerde een nieuwe stelling over het ontstaan van het universum.

challenge

/ˈtʃæl.ɪndʒ/

(noun) uitdaging, uitnodiging tot strijd, moeilijkheid;

(verb) uitdagen, betwisten, in twijfel trekken

Voorbeeld:

He accepted the challenge to a duel.
Hij accepteerde de uitdaging voor een duel.

put forward

/pʊt ˈfɔːrwərd/

(phrasal verb) voorstellen, naar voren brengen, voordragen

Voorbeeld:

She decided to put forward a new proposal at the meeting.
Ze besloot een nieuw voorstel naar voren te brengen op de vergadering.

act on

/ækt ɑːn/

(phrasal verb) handelen naar, optreden op basis van, inwerken op

Voorbeeld:

The police decided to act on the tip they received.
De politie besloot te handelen naar de ontvangen tip.

urge

/ɝːdʒ/

(noun) drang, impuls, behoefte;

(verb) aansporen, aandringen, dringen

Voorbeeld:

He felt a sudden urge to travel.
Hij voelde een plotselinge drang om te reizen.

alternatively

/ɑːlˈtɝː.nə.t̬ɪv.li/

(adverb) alternatief, anders

Voorbeeld:

You can take the bus, or alternatively, you can walk.
Je kunt de bus nemen, of alternatief, je kunt lopen.

feedback

/ˈfiːd.bæk/

(noun) feedback, terugkoppeling

Voorbeeld:

We welcome your feedback on our new service.
Wij verwelkomen uw feedback over onze nieuwe dienst.

guidance

/ˈɡaɪ.dəns/

(noun) begeleiding, richtlijn, advies

Voorbeeld:

The teacher provided clear guidance on how to complete the project.
De leraar gaf duidelijke richtlijnen over hoe het project te voltooien.

hint

/hɪnt/

(noun) hint, aanwijzing, suggestie;

(verb) hinten, suggereren, aanduiden

Voorbeeld:

She dropped a hint about what she wanted for her birthday.
Ze liet een hint vallen over wat ze wilde voor haar verjaardag.

mentor

/ˈmen.tɔːr/

(noun) mentor, raadgever;

(verb) mentoren, begeleiden

Voorbeeld:

She found a great mentor who guided her through her career.
Ze vond een geweldige mentor die haar door haar carrière leidde.

preach

/priːtʃ/

(verb) preken, prediken, verkondigen

Voorbeeld:

The pastor will preach about forgiveness this Sunday.
De pastor zal deze zondag over vergeving preken.

due

/duː/

(adjective) verwacht, verschuldigd, te betalen;

(adverb) rechtstreeks, precies;

(noun) contributie, kosten

Voorbeeld:

The train is due to arrive at 3 PM.
De trein wordt verwacht om 15.00 uur aan te komen.

permit

/pɚˈmɪt/

(noun) vergunning, toestemming;

(verb) toestaan, vergunnen

Voorbeeld:

You need a permit to park here.
Je hebt een vergunning nodig om hier te parkeren.

obligation

/ˌɑː.bləˈɡeɪ.ʃən/

(noun) verplichting, plicht, gebondenheid

Voorbeeld:

He has a moral obligation to help his family.
Hij heeft een morele verplichting om zijn familie te helpen.

forbidden

/fɚˈbɪd.ən/

(adjective) verboden, niet toegestaan;

(past participle) verboden

Voorbeeld:

Smoking is strictly forbidden in this area.
Roken is strikt verboden in dit gebied.

compulsory

/kəmˈpʌl.sɚ.i/

(adjective) verplicht, bindend

Voorbeeld:

School attendance is compulsory for children up to the age of 16.
Schoolbezoek is verplicht voor kinderen tot 16 jaar.

impose

/ɪmˈpoʊz/

(verb) opleggen, afdwingen, misbruik maken van

Voorbeeld:

The government decided to impose a new tax on luxury goods.
De regering besloot een nieuwe belasting op luxegoederen op te leggen.

guideline

/ˈɡaɪd.laɪn/

(noun) richtlijn, leidraad

Voorbeeld:

The company issued new safety guidelines for all employees.
Het bedrijf heeft nieuwe veiligheidsrichtlijnen uitgevaardigd voor alle werknemers.

regulation

/ˌreɡ.jəˈleɪ.ʃən/

(noun) regelgeving, voorschrift, reglement

Voorbeeld:

New safety regulations have been introduced.
Nieuwe veiligheidsvoorschriften zijn ingevoerd.

requirement

/rɪˈkwaɪr.mənt/

(noun) vereiste, eis, studievereiste

Voorbeeld:

What are the requirements for this job?
Wat zijn de vereisten voor deze baan?

restriction

/rɪˈstrɪk.ʃən/

(noun) beperking, restrictie, insnoering

Voorbeeld:

There are strict restrictions on the use of water during the drought.
Er zijn strenge beperkingen op het watergebruik tijdens de droogte.

prohibition

/ˌproʊ.ɪˈbɪʃ.ən/

(noun) verbod, prohibitie, Drooglegging

Voorbeeld:

The prohibition of alcohol led to a rise in illegal activities.
Het verbod op alcohol leidde tot een toename van illegale activiteiten.

prohibit

/prəˈhɪb.ɪt/

(verb) verbieden, verhinderen

Voorbeeld:

The law prohibits discrimination based on age.
De wet verbiedt discriminatie op basis van leeftijd.

observe

/əbˈzɝːv/

(verb) observeren, waarnemen, opmerken

Voorbeeld:

The police observed the suspect's movements.
De politie observeerde de bewegingen van de verdachte.

strictness

/ˈstrɪkt.nəs/

(noun) strengheid, striktheid

Voorbeeld:

The strictness of the new regulations surprised everyone.
De strengheid van de nieuwe regels verraste iedereen.

necessity

/nəˈses.ə.t̬i/

(noun) noodzaak, behoefte, benodigdheid

Voorbeeld:

Food and water are basic necessities for survival.
Voedsel en water zijn basisbehoeften om te overleven.

commitment

/kəˈmɪt.mənt/

(noun) toewijding, betrokkenheid, verplichting

Voorbeeld:

Her commitment to her studies was admirable.
Haar toewijding aan haar studies was bewonderenswaardig.

compliance

/kəmˈplaɪ.əns/

(noun) naleving, overeenstemming, inschikkelijkheid

Voorbeeld:

The company must ensure full compliance with environmental regulations.
Het bedrijf moet volledige naleving van de milieuregels garanderen.

violate

/ˈvaɪ.ə.leɪt/

(verb) schenden, overtreden, ontheiligen

Voorbeeld:

They violated the terms of the agreement.
Ze schonden de voorwaarden van de overeenkomst.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland